Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1101 tot 1105 van 11897
Nummer
1914, nr.17, 16 oct. 1914
Blad
08
Tekst
os DE GEVECHTEN OM GENT De soldaten hebben dekking gezocht in een door de artillerie verwoest huis. Een Belgisch officier, die bij Luik heeft medegestreden en begiftigd is met de zoogenaamde Luik-medaille. De wapens worden zorgvuldig nagezien. verdediging schietgaten In de muren zijn ter betere gemaakt. DE BELGISCHE SOLDATEN HEBBEN ZICH ACHTER EEN HEG IN EEN LOOPGRAAF VERDEKT OPGESTELD. De brug bij Wetteren, een belangrijk punt tusschen Antwerpen en Gent, door de Belgische Achter het kreupelhout verborgen wachten zij de komst van den vijand af. troepen opgeblazen. Vluchtelingen uit Gent krijgen in Sas van Gent een vriendelijk onthaal. (Foto's Ver. Fotobur.) De melkkoeien voor de wagen gespannen en daarmee weggevlucht. Door overvloed van actueele van nadina npt vzoldpnrl mimmpr foto s, komt het slot van het Feuilleton NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN VLUCHTELINGEN UIT HET LAND VAN GENT
PDF
Nummer
1914, nr.17, 21 oct. 1914
Blad
09
Tekst
f No. 17b 21 Oct. 1914,2e3rs. Verschijnt 2 maal p.week ' Abonnement per kwartaal f 1.30 DIT nummer kost afzonderlijk 7'/2 CL Voor BELGIË 20 Centiemen «GEÏ bbUSTREERD WEE KBbAD W A.W. SIJTHOFF’s UITGEVERS MAATSCHAPPIJ LEIDEN en Administratie DOEZASTRAAT 1 Telefoonnummer 1 © UITGAVE © Peóectie ELKE DUIM BREED GROND.... IN LETTERLIJKEN ZIN WORDT ELKE DUIM BREED GROND IN VLAANDEREN DOOR BELGISCHE EN ENGELSCHE TROEPEN TEGEN DEN OPDRINGENDEN VIJAND VERDEDIGD
PDF
Nummer
1914, nr.17, 21 oct. 1914
Blad
10
Tekst
OP, VOOR DEN VREDE.... F. M. KNOBEL, Voorzitter van den Nederlandschen Anti-Oorlog Raad. (foto Weissenborn). ^^^^^^^Nanneer we te midderi van de verschrikkingen r :< van den oorlog, het toch nog wagen om een KO en ander over de vredesbeweging te zeggen, a dan is dat niet een gevolg van een te ver doorgevoerde dweeperij met de vredesidee, doch dan doen we dat in de volle overtuiging, dat het onze plicht is. De plicht van elk mensch, wien het wel en wee van onze samenleving ter harte gaat, is om in deze tijden niet moedeloos bij de pakken neer te zitten en te redeneeren: nu er eenmaal oorlog is, helpt het zoeken naar middelen om den oorlog tegen te gaan of in de toekomst te verhinderen niets, neen, verre van dat rust juist op ons allen de taak om onze beste krachten te wijden aan dit moeilijke probleem. Wanneer in vollen vrede de oorlog op velerlei wijzen voorbereid wordt, wanneer men van te voren alle organisatievermogen besteedt om zoo sterk mogelijk te staan in een komenden oorlog, dan vindt „men” dat de gewoonste zaak ter wereld. Een groot werk, dat ondernomen wordt, eischt nu eenmaal, lang voor dat men zelfs eenig begin er van ziet, duchtige voorbereiding. Welnu zoo is het ook met den vrede gesteld. Wil men bereiken dat ereindelijk aan de krankzinnige oorlogswoede, waardoor Europa geteisterd wordt eens een einde komt en dan wel zoo, dat we voor goed bevrijd zullen zijn van dergelijke plagen der wereld, dan dient men, reeds midden in den oorlog z’n aandacht op dat doel te vestigen en de noodige preperatieven te treffen om dit doel eenmaal met succes te kunnen bereiken. Wellicht zullen er lezers zijn, die zich afvragen hoe ik dan meen dat er ooit een einde zal kunnen komen aan het met de wapens beslechten van geschillen tusschen de diverse staten. Mijn antwoord hierop is het volgende. Eeuwen geleden kende men slechts tusschen de menschen onderling het recht van den sterkste: bloedwraak was aan de orde van den dag, het privaateigendom werd slechts door ’t geweld beschermd. Dat men in die tijden zich ooit een voorstelling heeft kunnen maken van overeenkomsten op wier niet-nakoming straf gesteld is, welke straf tenslotte geëxecuteerd kan worden door de van overheidswege daartoe aangestelde machten, dat men zich ooit heeft kunnen indenken in het straffen van den misdadiger door den staat, welke niet gedoogt dat de binnenlandsche orde verstoord wordt en die tevens een voorbeeld aan anderen wil stellen, ik geloof het niet. En thans : wee dengene die een overeenkomst niet nakomt. Hij zal bij vonnis van den rechter het zij tot nakoming, het zij tot schadevergoeding gedwongen worden. En op strafrechtelijk gebied zien we dat de staat er voor zorgt dat de misdadiger niet ongestraft blijft rondloopen. Welnu, evenals het mogelijk is geweest, dat tusschen de individuen aldus een geregelde rechtsorganisatie is gekomen welker handhaving door een centraal gezag gewaarborgd wordt, evenzoo zal ook eenmaal op internationaal gebied de chaos van weleer verdwijnen, dewillekeurvan eiken staat op zich zelf buigen voor ’t recht, gehandhaafd door een centraal gezag. Zooals thans de enkeling er niet aan denkt eigen richting te zoeken of met geweld z’n recht te verkrijgen, evenzoo zullen eenmaal de staten geen oorlog meer voeren tot verkrijging van hun recht, maar zich houden aan de door het internationale recht gestelde regelen. Men beweert wel eens, dat dit een onmogelijkheid zal wezen, daar de concurrentie, die tusschen de verschillende volken, heerscht niet weg te nemen is en juist deze veelal een aanleiding was en zal zijn tot een conflict beslecht door de wapenen. Is dan — zoo zou ik willen opmerken — de concurrentie tusschen de individuen verdwenen sinds zij zich houden aan de regelen van het voor hen gestelde recht ? Doch voor we zoover zijn, zullen er heel wat jaren verloopen zijn; intusschen kan er een aanvang gemaakt worden om de oorlogen zooveel mogelijk te voorkomen en hier toe kunnen de volgende maatregelen meewerken : democratie seering van de buitenlandsche politiek in de verschillende staten en geleidelijke ontwapening. Een geheel volk wordt in den oorlog gestort door slechts enkele min of meer knappe diplomaten. Heeft eenmaal een volk zelf invloed op de buitenlandsche politiek, door middel van het door de kiezers gekozen parlement, dan zal men niet spoedig een krijg zien ontstaan; bij vrije keuze is er vrijwel geen natie ter wereld die haar stem voor een oorlog zou uitbrengen. Wanneer dan daarenboven de diverse staten met elkaar overeenkomen, dat, zoo er geschillen rijzen, eerst na den tijd van een jaar waarin de daartoe bestemde commissies hun nauwgezet onderzoek kunnen doen, de oorlog verklaard mag worden, dan komt men ook hiermee een heel eind verder op het pad dat ons verre houdt van oorlog voeren. Tenslotte zal natuurlijk bij een minder drukkende last van de bewapening het euvel weggenomen worden dat die zware last, wanneer ze ondragelijk geworden is, tot een oorlog dwingt, zooals velen meenen, dat thans het geval is geweest. Deze en andere ideeën nu worden door heel wat personen aangehangen; vele vredesbonden zijn er die mutatis mutandis, bovenvermelde punten in hun programma hebben opgenomen, en toch er ontbrak een ding : krachtige organisatie. En daaraan hoopt men thans een einde te maken. Zooals men gelezen heeft zijn we sinds eenige dagen een AntiOorlog Raad rijk en hoewel door middel van de dagbladpers een en ander omtrent het doel bekend is geworden, meenden we dat het toch niet zonder belang was om eens iets nader omtrent dit lichaam te vernemen. We wendden ons dus tot den secretaris van het Bestuur, Mr. de Jong van Beek en Donk, die ons zeer bereidwillig te woord stond en in het kort het volgende meedeelde: Begin September rees bij de leiders der vredesbeweging in Nederland het idee, dat er iets gedaan moest worden. Moedeloos het hoofd in den schoot leggen en nu maar zwijgen over de idealen die men koesterde ware een lafheid, een verraad geweest. Hoe groot de teleurstelling ook was, hoe’n tegenslag men ook had ontvangen door dezen Europeeschen oorlog, men was van oordeel dat de handen uit de mouwen gestoken moesten worden, en men ging na, hoe ’t kwam dat de vrienden van den vrede zich zoo zeer misrekend hadden. Immers aanhangers telde de beweging er zoovelen en niettegenstaande dat, bleek hun invloed van nul en geener waarde. Alras zag men in, dat een der hoofdfouten tot nu toe was geweest: gebrek aan eenheid. Gedachtig aan de spreuk „Eendracht maakt macht”, besloot men terstond de begane fout te herstellen en zoodoende ontstond het plan tot oprichting van een centraallichaam w. i. zitting zouden hebben de vertegenwoordigers van de verschillende vredesbonden en vereenigingen, die de vredesidee aanhangen. Het initiatief ging uit van Vrede door Recht, welks voorzitter Mr. de Pinto, een leidend aandeel in de beraadslagingen had; doch weldra zag men in, dat er zich verschillende bezwaren voordeden. Dit centrale lichaam zou afgevaardigden tellen van ongelijksoortige grootheden : hoe zou de verhouding zijn tusschen de vertegenwoordigers van een groote vereeniging of een groote partij en die van een, welke ’n gering aantal leden telde ? Bovendien, hoe den enkeling aldus te bereiken ? Ten slotte is men er dan ook toe gekomen om een geheel nieuw lichaam op te richten, waarin menschen van verschillende richtingzittingnamen,een lichaam dat ook velen, niet bij vereenigingen enz. aangeslotenen, bereiken zal en dat tevens de onafhankelijkheid van de bestaande corporaties waarborgt. Slechts in die gevallen zal de Anti-Oorlog Raad als vertegenwoordiger van de geheele vredesbeweging ten onzent naar buiten optreden, waarin er volstrekte eenheid tusschen allen bestaat. Zoo zullen b. v. Vrede door Recht en deS. D. A. P. verschillende punten speciaal aanstippen; waar eenstemmigheid is zal dan de Raad z’n stem doen hooren. Men heeft zoodoende alle richtingen weten te bereiken, o. a. ook de S. D. A. P. welke — mogelijk ten onrechte — steeds eenigszins afkeerig was van Vrede door Recht onder ’t motief, dat ’t werk van dezen bond te sentimenteel en niet doortastend genoeg was. Vandaar dat men er de voorkeur aangaf, nu juist samenwerking met de socialisten van groot belang werd geacht, een nieuwe organisatie te stichten. Het hoofddoel nu van den Anti-Oorlog Raad is : centralisatie en tijdige voorbereiding. Wat de centralisatie betreft, dat men tot een internationaal lichaam wil komen spreekt van zelf. Reeds heeft men in Zwitserland een dergelijken Raad opgericht en thans is men doende, ook in de overige neutrale landen een gelijke organisatie te verkrijgen om dan zoo spoedig mogelijk bijeen te komen. Hiertoe zal de Anti-Oorlog Raad, óf met den Zwitserschen Raad te samen óf alleen, aan invloedrijke personen in de neutrale staten een schrijven zenden om overal een dusdanige aaneensluiting van vrienden van den vrede te verkrijgen zonder onderscheid van richting. In de strijdende landen zal getracht worden diegenen te bereiken, zooals Fried, Renault enz., van wie men kan verwachten dat ze veel voor het streven zullen voelen, al zal daar nog niets kunnen komen van het oprichten van een anti-oorlog raad. Een belangrijk punt van overweging zal uit maken het door middel van een internationaal weekblad bereiken van de bevolking der JHR. Mr. Dr. B. DE JONG VAN BEEK EN DONK, Secretaris van den Nederlandschen Anti-Oorlog Raad. (foto v. d. Stok). oorlogvoerende naties, om de menschen in hun eigen taal te wijzen op het onzinnige van het voeren van een oorlog, dien niemand tenslotte gewenscht heeft. Ik vernam, dat de groote Amerikaansche vredesvereenigingen Wilson een adres hebben doen toekomen, waarin verzocht werd dat hij bewerken zou, dat een bemiddeling door alle neutrale landen gezamenlijk en niet door Amerika alleen, ter gelegener tijd zou worden aangeboden en dat hiertoe reeds thans door de verschillende regeeringen overleg zou worden gepleegd. Vooral zat er bij voor, de meening, dat ’twenschelijk zou zijn dat alle Europeesche staten aan de onderhandelingen zouden deelnemen en niet alleen de oorlogvoerende mogendheden, omdat men zoodoende een voor Europa gezondere regeling zou kunnen krijgen. Ons lijkt het op den weg van den Anti-Oorlog Raad te liggen om zich in verbinding met onze regeering te stellen, of zij tot een dergelijke voorbereiding van een gezamenlijke actie, welke meer uitwerking nog zou hebben, niet bereid zou zijn. Naar onze zegsman ons mededeelde ligt ’t ook op den weg van overweging dat de Anti-oorlog raad bij Kamerverkiezingen aan de candidaten vragen zou voorleggen om hun standpunt te weten te komen ten opzichte van verschilleride punten op het gebied van de vredesbeweging ; dit alles echter zonder dat er ooit ’n politieke anti-oorlogspartij zou in ’t leven geroepen worden. Dat de handelspolitiek een groote factor kan zijn ten goede der beweging, is men zich bewust, zoodat men ook op dit gebied vooral werkzaam denkt te zijn. Het praktische doel nu van den Anti-Oorlog raad is, dit ter recapitulatie : het vormen van een krachtige centrale internationale organisatie, welke trachten zal den oorlog in de toekomst tegen te houden en daartoe dient men zich tijdig voor te bereiden. Een propageeren van de vredesidee, voornamelijk daar, waar ze nog geen vasten bodem heeft gevonden, is een der eerste vereischten. Hiertoe zal een internationaal weekblad veel kunnen meewerken, terwijl binnenslands men voorloopig zich tevreden stelt met de verspreiding van den oproep; (reeds verschenen in het Vaderland van Dinsdagavond 13 October); is men eenmaal na nauwgezet ernstig onderzoek, dat echter met alle kracht zal ter hand genomen worden, over verschillende vragen van internationaal belang tot ’n oplossing gekomen, dan zullen brochures over een dergelijk onderwerp uitgegeven worden. De aaneensluiting van zooveel mogelijk vereenigingen, welke zich met de ideeën van de bestrijders van den oorlog kunnen vereenigen is ten zeerste gewenscht, terwijl elkeen, die het zijne wil bijdragen tot het bereiken van wat wij in den aanvang van ditstuk aangaven, zich als lid dient op te geven bij den secret. Mr. de Jong v. Beek en Donk,Theresiastraat 51 ’s-Gravenhage; de contributie ad 0.25 is juist zoo laag gesteld opdat het finantieele voor niemand een bezwaar tot toetreding zou zijn. Reeds kreeg men van vele kanten instemming, doch men hoopt dat elk Nederlander zich bewust zal zijn van de verplichtingen welke er op hem rusten als inwoner van ’t land van den grooten, humanen internationalist Hugo de Groot, als inwoner van ’t land dat men waardig heeft gekeurd om er het Vredespaleis te doen verrijzen, om er Het Hof v. Arbitrage te vestigen. We zijn — aldus tot slot de woorden van Mr. de Jong van Beek en Donk — ons bewust van de zware taak welke ons te wachten staat. We zijn allerminst verblinde utopisten, doch wij meenen dat het onze plicht is tegenover de menschheid om, hoe droevig het er dan op ’t oogenblik ook moge uitzien, niets achterwege te laten tot het trachten verkrijgen van den vrede, zoo al niet den vrede op aarde, dan toch dien in Europa. E. v. R.
PDF
Nummer
1914, nr.17, 21 oct. 1914
Blad
11
Tekst
MECHELEN EN DE DUITSCHE BEZETTING OORLOGS-KRONIEK. 9 Oct. Antwerpen is door de Duitschers bezet. Het bezettingsleger is weggetrokken. Een gedeelte van het Belgische leger is in Nederland geïnterneerd. — De Canadeesche hulptroepen zijn in de Engelsche wateren aangekomen. 10 Oct Engelsche vliegers hebben bommen op de hal der Zeppelins te Düsseldorf geworpen. De schade is niet aanzienlijk. — De pogingen der Duitschers om aan de Duitsch-Russische grens tot het offensief over te gaan, mislukten. 11 Oct De Duitschers hebben Gent bezet. De Nederlandsche regeering is met de Duitsche regeering in overleg getreden teneinde denterugkeer der vluchtelingen uit Antwerpen, die in Nederland vertoeven, te verzekeren. 12 Oct De Russische kruiser „Pallada” door Duitsche Vrij voor den nieuwen aanval. — Over de brug te Vilvoorden trokken gedurende 7l/2 uur achtereen Duitsche troepen, die Antwerpen hadden belegerd en nu naar Mechelen trokken. onderzeeërs in de Oostzee tot zinken gebracht. 13 Oct De Duitschers hebben heden Brugge bezet. Het Belgische en Engelsche leger trekt naar het Westen terug. 14 Oct De Oostenrijksche troepen hebben de San bereikt. De streek rondom Pzremysl is van Russen gezuiverd. — De slag aan de Aisne in Noord-Frankrijk wordt met groote heftigheid voortgezet. 15 Oct. De Duitschers hebben Rijssel bezet; de Franschen daarentegen hebben op verschillende punten vorderingen gemaakt. EEN VOORDEEL. V oor de koopers van losse nummers van Panorama, dat 2-maal per week verschijnt, kost dit tijdschrift 15 cent per week; voor de abonné’s slechts 10 cent. Aarzelt daarom niet langer en wordt abonné; het geeft U een belangrijke financieele besparing en ge krijgt alle nummers bij verschijning direct thuis bezorgd. EEN LEGERKAMP IN DE STAD. Duitsche troepen met hun trein kampeeren op de groote markt te Mechelen, welke door het bombardement weinig leed. WAT ER OVERBLEEF. Verwoest Mechelen ; rechts op de foto het afgebrande Gildehuis der Handboogsch tters eertijds een juweeltje van Vlaamsche Renaissance. BROOD VOOR DE BEVOLKING. Onder leiding van den commandant der stad, den marine-kapitein Martini, links op de foto, wordt de bevolking van brood voorzien. V KRIJGSGEVANGENE BELGEN, aan wie door de Duitschers voedsel en versnaperingen werd gegeven. Blijkbaar dragen zij hun toestand met gelatenheid.
PDF
Nummer
1914, nr.17, 21 oct. 1914
Blad
12
Tekst
DUITSCHE TROEPEN IN NOORD-BELGIË MARINE-SOLDATEN, DIE DOOR ANTWERPEN’S STRATEN PATROUILLEEREN. Opmerking verdient het, dat zoowel in Brussel als in Antwerpen, een groot deel der bezettingstroepen uit Marine-Soldaten bestaat, terwijl in andere gedeelten van België de Landweer en de Landstorm met deze taak werd belast. BEIERSCHE TROEPEN OP EEJ4 WACHTPOST. LANDWEER-SOLDATEN TE VISÉ. Deze post is de laatste van Antwerpen uit naar de Nederlandsche Grens. Deze wachtpost is de eerste post van Nederland uit op weg naar Visé. DUITSCHE INFANTERISTEN IN BELGIË, die gebruik maken van allerhande voertuigen tot proviandeering en vervoer.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1101 tot 1105 van 11897