Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1096 tot 1100 van 11897
Nummer
1914, nr.17, 16 oct. 1914
Blad
03
Tekst
UIT DE GEVECHTSLINIE IN NOORD-FRANKRIJK FRANSCHE MARINESOLDATEN TREKKEN DOOR EEN KOOLENVELD DEN VIJAND TEGEMOET. DE INDISCHE TROEPEN AAN DE VUURLINIE IN NOORD-FRANKRIJK. Een Indische wacht in het kamp. Het geven van signalen. De wapens worden nagezien en in orde gebracht. IN HET FRANSCHE KAMP. Fransche marine-soldaten met de helmen, enz. van gesneuvelde Duitsche soldaten. OP DE LOER. Fransche marine-soldaten liggen verdekt opgesteld te wachten tot de vijand onder schot komt.
PDF
Nummer
1914, nr.17, 16 oct. 1914
Blad
04
Tekst
De Place Verte te Antwerpen met de Duitsche troe] niet beschadigd. De bevolking verdringt zich voor h Hoe de uitwerking van het belegeringsgeschut op het fort Wavre St.-Catherine was. GEWOND IN HET BELGENLAND. — Terugtrekkende Engelsche en Belgische troepen. DE STELLID AN1 en de 40 K.M. lange weg naar NederlSd, w< DE SCHOENMARKT TE ANTWERPEN AFGEBRAND. — De brandweer nog bezig met het blusschingswerk. VERWOEST ANTWERPEN. — De Schoenmarkt te A dement geleden heeft. Veel fn ie are
PDF
Nummer
1914, nr.17, 16 oct. 1914
Blad
05
Tekst
Duitsche Marine-Soldaten bewaken de Schelde. 5 Duitsche troepen. Gelukkig blijkt deze historische plaats igt zich voor het Stadhuis tot ’t verkrijgen van paspoorten. STELLINf ANTWERPEN ar Nederiahd, waarlangs zoovelen hun heil zochten. OP WACHT AAN DE SCHELDE. — Een Duitsche marine-soldaat op post. Schoenmarkt te Antwerpen, die het meest door het bombart. Veel fn ie architectuur ging verloren. WAT ACHTERBLEEF. De bezetting weggetrokken. Bij de Hoofdstatie veel onbruikbaar materiaal. (foto's Ver. Fotobur.)
PDF
Nummer
1914, nr.17, 16 oct. 1914
Blad
06
Tekst
DE KOLONIALE TENTOONSTELLING TE SEMARANG W ie denkt er in dezen oorlogstijd aan een tentoonstelling? Jaren en jaren zijn de plannen voorbereid, maandenlang is er hard gewerkt voor het opbouwen en inrichten van gebouwen. Reclamebiljetten zijn er over de geheele wereld verspreid om het bezoek toch vooral zoo groot mogelijk te doen zijn en plotseling is alle belangstelling voor alles wat tentoonstelling is, weg. Voor een tentoonstelling als er nu in een van de grootste plaatsen van ons Insulinde zoo pas is geopend, is dit zeker al heel jammer. Zooals wel te begrijpen is, werd het bezoek uit alle deelen der wereld verwacht en dit - is nu tamelijk wel buitengesloten. De bezoekers zullen nu voor het grootste gedeelte gezocht moeten worden uit de bewoners der Oost-Indische Archipel, zoowel blanke als bruine. Het is te hopen dat de ondernemingsgeest van het Comité, dat den moed en de lust gehad heeft deze tentoonstelling op touw te zetten, tenminste eenigszins mag worden beloond. En misschien is ook de toestand in Indië wat beter dan wij, die hier midden tusschen de oorlogvoerende mogendheden inzitten, ons wel indenken. Dat het op zulk een afstand niet altijd mogelijk is alles juist te beoordeelen blijkt wel uit de eigenaardige geruchten die in de eerste weken van den oorlog in Indië de ronde deden. Van een onzer lezers in Indië ontvingen wij tenminste een dezer dagen een heel meewarigen brief, waaruit bleek, dat in Indië het gerucht liep, dat Holland in oorlog Een panorama van een gedeelte van de Tentoonstelling. was met zoowat alle Europeesche mogendheden, dat er hongersnood heerschte, enz. Gelukkig zijn deze overdreven voorstellingen direct tegengesproken en in Indië is het nu ook wel bekend, dat Holland alleen zijn manschappen onder de wapens heeft geroepen om in het uiterste geval de neutraliteit met de wapenen te verdedigen. * * ♦ Uit den aard der zaak valt er bij de onderschriften van de foto’s niet zoo heel veel meer te vertellen. Alleen werd er nog als bijzonderheid door onzen correspondent gemeld, dat op de tentoonstelling geregeld de Tango wordt.gedanst (die in Europa door den oorlog geheel in het vergeetboek is geraakt); dat een Duitsch operette-gezelschap met jolige operettes de feeststemming verhoogt, en dat de tentoonstelling bij de opening geheel gereed was. Uit alle streken van onzen Archipel, uit het moederland zoowel als uit vreemde landen zijn er inzendingen en zonder dat wij er natuurlijk geweest zijn, durven wij gerust te beweren, dat dit een tentoonstelling is, zeker de moeite waard om te bezoeken, Wij wenschen deze tentoonstelling, die onder zulke slechte omstandigheden wordt gehouden, ondanks alles een goed succes 1 va De hoofdingang met daarnaast het gebouw voor Inheemsche Nijverheid. Een gezellig hoekje op de tentoonstelling. Midden op de foto het postkantoor. Woningtype s van Sumatra’s Westkust. Links een woningtype van Atjeh ; rechts van Tapanoeli. I
PDF
Nummer
1914, nr.17, 16 oct. 1914
Blad
07
Tekst
DE MEINEEDIGE Een vroolijke schets uit den Mobilisatietijd 7\TTg^p^^jaron Ernst von Eden had eerst tien weken 'j geleden de bekoorlijke, kleine Magda Born- >3" stad gehuwd en hoewel het jonge paar dus M?'; foO/O no& *n den gelukkigen tijd leefde, welke men wittebroodsweken noemt, vond het * sedert gisteren geen gelegenheid meer dan slechts om het halfuur een kus te geven. Onverstandige lieden zouden zeggen, dat ze het daarmede wel konden doen — zelfs in de wittebroodsweken: maar deze lieden hebben niet het minste begrip er van hoe lief de jonge lui. elkander hadden en welk een ofter ze elk gebracht hadden om elkander te kunnen toebehooren. De baron had zijn geliefde huzaren-attila voor een groen jachtbuis verwisseld om zelf het beheer over zijn landgoederen in de Rijnprovincie op zich te kunnen nemen, en de kleine barones had nog grooter offer gebracht: zij had het tot een eedbreuk laten komen. Er bestond namelijk tusschen haar en haar vriendin PRINS FERDINAND VïCTOR ALBERT MA1NRAD, de troonopvolger in Roemenië, is een neef van den overleden konmg, wiens portret wij hiernaast geven. Hij werd 24 Aug. 1865 te Sigmaringen geboren en is dus 49 jaar oud. Maria von Kashagen een in het pension gezworen zwaren eed 1 Zij zouden nooit trouwen 1 Nooit! ! Zouden zij evenwel aan heur noodlot niet ontkomen, zoo was er een andere bepaling van kracht, volgens welke Maria en Magdalena slechts te zamen zouden trouwen — en hoewel niet met denzelfden man, dan toch op hetzelfde uur. in dezelfde kerk, en in eenzelfde bruidstoilet. De huwelijksreis zou gemeenschappelijk ondernomen worden; natuurlijk naar Italië, en meer dan vijf kinderen mocht geen van beiden hebben op straffe van een pond pralines voor iedere overtreding. Dit alles was plechtig bezworen en in beider dagboeken vereeuwigd. Gewoonlijk echter loopen vooraf bepaalde zaken geheel anders af dan men denkt. Nauwelijks een jaar later was de gravin Magda Bornstad een zonnige, gelukkige barones Eden. En aangezien niets zoo vergeetachtig maakt als geluk, had zij zich de verbreking van haar eed waarschijnlijk in het geheel niet meer herinnerd, als niet het aanstaande bezoek van haar vriendin haar plotseling al deze dingen weder in herinnering had gebracht. Wat toch was het geval? De politieke horizont in Europa was plotseling zeer verduisterd. De moord op den Oostenrijkschen Aartshertog en diens gemalin had den toestand min of meer gespannen gemaakt. Rusland proefmobiliseerde, ach, alles nog heel onschuldig, wat evenwel niet wegnam, dat Ook Duitschland het verstandig oordeelde tot een gedeeltelijke mobilisatie en versterking zijner grenzen over te gaan. Generaal von Kashagen had daatom bevel ontvangen zich met zijn op oorlogssterkte gebrachte brigade naar de grens te begeven en was nu tijdelijk met zijn staf op het kasteel Poltow ingekwartierd. Een kwartier geleden had de generaal aan zijn beminnelijke gastvrouw meegedeeld dat zijn dochter Marie toestemming gevraagd had eenige dagen bij haar oude vriendin door te brengen. De kleine barones, die haar hoofdje bijna verloor onder het gewicht van huishoudelijke bezigheden, zocht onder tranen en zuchten naar haar man. Het bewuste halfuur was bijna om en dan zou hij haar moeten helpen, raden. Zij wist volstrekt niet, wat men doen moest als men een eed gebroken had — en nog wel tegenover zulk een lief en hartelijk wezen als Maria von Kashagen. Wel lichtte het in Magda’s blonde kopje dat er tusschen heden en toenmaals een wereld van gebeurtenissen lag, die elk op zich zelf een verzachtende omstandigheid was, dat haar vrouwenwaarde hoog verheven was boven pensioneeden en de gemoedsathletiek van een dwepende meisjesvriendschap : maar of ze al met alle verstandelijke beweegredenen aankwam welke ze inderhaast bedenken kon, het was en bleef niettemin een afschuwelijke geschiedenis. Daarbij woog het haar bijzonder zwaar op de ziel, dat haar vriendin zich door dien dommen eed waarschijnlijk nog gebonden voelde, immers zij was toch ruim een half jaar ouder en nog had zij niets gehoord van een verloving of iets dat daartoe voeren kon. Mijnheer von Eden trad de kamer binnen. Op beide armen balanceerde hij een kleinen toren van sigarenkistjes. Hij ging daarmede zeer voorzichtig te werk en trachtte met de ellebogen de deur te sluiten, een echt jongleurskunststuk, dat hem zou gelukt zijn, als niet een andere natuurmacht alle voorzichtigheidsmaatregelen had te niet gedaan en het wankelende gebouw van kisten en kistjes ten val gebracht. „Ach Ernst, Ernst 1” lachte en vleide Magda aan den hals van haar echtgenoot. „Is het niet verschrikkelijk? Ik ben zoo gelukkig ! Denk eens, Maria Komt — in een paar uur is zij hier I” Heer von Eden keek met een treurigen blik naar de wild door elkander geworpen soorten van zijn beste sigaren en antwoordde werktuiglijk : „Zoo ! Nu dat is zeer lief van Marie. Apropos ! Wie is eigenlijk die Maria, mijn vischje ?” , Maar Ernst ?” Een wereld van verwijt lag in deze twee woorden. „Ken-je Maria von Kashagen niet ? Mijn beste vriendin ? De dochter van onzen generaal ?” „Natuurlijk ! Zou ik Maria niet kennen. God zegene haar ingang, opdat ons huis vol worde. — Als je me nu maar zeggen wil, mijn poppetje, hoe ik die verschillende sigarenmerken, die Bock en Henry Clay uit elkander zal kunnen zoeken. „Ach, laat toch die domme sigaren waar we aan zooveel anders te denken hebben,” antwoordde het bekoorlijke vrouwtje ongeduldig. Toen vatte zij het hoofd van haar man in haar beide handen, zoodat hij haar aankijken moest, en zei plechtig: „Ernst, ik heb Maria gezworen nooit te trouwen 1” „Heb je ! Ha, ha, ha I Nu dan is het anders gegaan ! Dat is toch heel eenvoudig!” „Gezworen ... „Welnu, wat zou dat? dat maakt immers niets uit, kindlief! In het ernstigste geval neem ik alle schuld op mij. Ik zal getuigen, dat je me volstrekt niet wilde hebben, dat ik je geroofd heb, of gedwongen; dat je daarover nog vreeselijk ongelukkig bent en dat je het nooit meer doen zult.” „O, jou lieveling!” Magda nestelde zich aan de breede borst van haar gemaal en omklemde zijn hals — het half uur was juist om — als wilde ze hem nimmer meer loslaten. Het geluk maakt vergeetachtig. Bovendien had de luchthartige wijze, waarop Ernst von Eden haar gemoedsbezwaren had weggepraat, het jonge vrouwtje geheel gerustgesteld. Dat beminde ze juist zoo in hem. Ieder van haar zorgen — en ach, ze had er zoo vele (was niet den vorigen dag Puts, haar schoothondje, den ganschen voormiddag zoek geweest ?) — wist hij weg te schertsen. Glad weg ! Zelfs een werkelijke meineed ! Het was toch zoo’n allerliefste vent! — Terwijl zij voor den spiegel stond en met de kleine, blanke handjes haar kapsel in orde bracht, dat onder de wederzijdsche liefdesbetuigingen min of meer geleden had, raapte de baron in allerijl zijn sigaren bijeen. „Overigens.... wat ik zeggen wilde, mijn vischje,” merkte hij intusschen op, „ik zou me sterk vergissen, als PROF. Mr. g. van tienhoven, f de oud-burgemeester van Amsterdam, is de vorige week overleden. Achtereenvolgens was de overledene lid van de Tweede en Eerste Kamer en Minister. Later werd hij benoemd tot Commissaris van H. M. de Koningin. ik den naam van uw vriendin reeds niet eerder had gehoord — wacht eens, wat was het ook weer. De hoeveelheid wijn, dien men bij zulke feestelijke gelegenheden consumeeren moet, vormen een nevel in ons brein. *— Ha, nu weet ik ’t! Ja juist, Frits Bensberg sprak over haar, en zoo roerend en sentimenteel als een zieke kip. Dat ligt heelemaal niet in zijn aard. ’k Heb me er toenmaals over verwonderd !” „Bensberg? De dolle Bensberg?” „Zooals ik je reeds zei. En hij kwam mij uitermate tam voor. Daar valt mij juist in : hij wist toen reeds dat freule von Kashagen naar ons zou komen. Hoe zou hij dat zoo goed geweten hebben ?” „Wist hij het ?” vroeg de barones met levendige belangstelling, terwijl ze haar echtgenoot .uit louter speelsche blijdschap achterover op het tapijt trok. „Dat is werkelijk merkwaardig. Maar vertel toch op, man, wat zei hij nog verder ?” „Dat weet ik niet meer, mijn popje. Hij was zoo dramatisch gestemd en voor lyriek heb ik absoluut geen gevoel. Hij had het over doodschieten of iets dergelijks. Ik moet eerlijk bekennen, ik heb er niet al te veel naar geluisterd. Even te voren had de generaal mij meegedeeld, dat ik den hedennacht te houden velddienst in zijn gevolg KONING KAROL I VAN ROEMENIË, f die j.1. Zondag is overleden, was een Hohenzollernsche prins. Hij bereikte den leeftijd van 75 jaar. Algemeen wordt er met zijn heengaan ook een verandering in de buitenlandsche politiek van Roemenië verwacht. mocht meemaken en ik was daarover zoo dol van blijdschap, dat i* aan niets anders had kunnen denken.” „Ernst! Aan .... niets . . . anders .... kunnen .... denken? Dus je hebt aan mij niet gedacht, Ernst?!” „Maar kindlief ! Waar en wanneer zou ik niet aan je denken ? Natuurlij* denk ik aan je, altijd ! — Sta eens op schat! Je zit op mijn sigaren. — Neen ik meende zooeven : aan hetgeen de anderen mij vertelden, daaraan heb ik niet meer gedacht. Je weet, hoe ik met hart en ziel soldaat geweest ben . .;. en nu eens uit eigen beweging een velddienst te kunnen meemaken, zoo een die geheel op oorlogsvoet is ingericht.... Hemelsche goedheid ! Huil je, schatteboutje ?. . . Ernst von Eden stond haastig op en nam het zenuwachtig snikkende vrouwtje in zijn armen. „Je bemint mij niet!” riep zij uit. „Je hebt mij nooit bemind! Je hebt er zeker nu al spijt van dat je mij getrouwd hebt En ik verdien niet anders. Het is mijn gerechte straf voor den eed, dien ik niet gehouden heb .... En geschoten wordt er ook .... en dan ben jij dood .... en ... . en ik ook . . . . en dat overleef ik niet!” „Ta, ta! .... Hoe kan je nu tcch zoo dwaas redeneeren, kindje ! Er wordt slechts met losse patronen geschoten en daar kun je zonder schade gerust je hand voorhouden. Je ziet ook alles even donker in. De ring waarom je kortgeleden zooveel tranen vergoten hebt, en waarvoor ik het kleed heb laten opnemen, vond je den volgenden dag op je waschtafel liggen. De kleine Puts is toch ook teruggekomen ! En zoo zal ik, een oude soldaat, bij zoo’n onnoozele oefening ook niet verloren gaan ! Wees nu eens verstandig, kleintje ! Ik heb me er reeds zoo op verheugd. Je hebt toch je vriendin bij je en des morgens vroeg ben ik weer bij je!” „Is dat zeker, Ernst?” „Zeer zeker !” „En je wordt niet doodgeschoten ?” „Dat is dezen keer nog streng verboden !” „Ik ben er toch niet gerust op, je hoort zoo over oorlog praten en de kranten schrijven dat de toestand zoo ernstig is, als er nu toch eens heusch gevochten werd vannacht!” „Ach, onzin, kindlief ! De kranten leuteren maar wat. Er is nog geen vuiltje aan de lucht, hoor!” „Zoo, en waarom zijn hier dan zooveel militairen gekampeerd en wat gaan ze dan eigenlijk vannacht nu uitvoeren ?”
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1096 tot 1100 van 11897