Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1091 tot 1095 van 11897
Nummer
1914, nr.16, 14 oct. 1914
Blad
14
Tekst
PANORAMA DE STRIJD RONDOM ANTWERPEN HET VERVOER VAN DE ZWAARGEWONDEN. Bij de gevechten rondom Aalst had het Roode-Kruis geen voertuigen genoeg om de zwaargewonden naar het hospitaal te doen vervoeren. Een der buitenlandsche fotografen stelde toen zijn auto ter beschikking. DE BUITGEMAAKTE BRANDWERKTUIGEN. Belgen probeeren den rookhelm, dien zij op Duitsche soldaten hebben buitgemaakt, op te zetten. Op den voorgrond ziet men een petroleumkan enz. OORLOGS-KRONIEK. 3 Oct. De strijd aan het FranschDuitsche front in Noord-Frankrijk duurt voort; ten noorden der Somme zijn de Franschen opgerukt tot voor Albert. —. De Duitschers vallen het fort Lier aan bij Antwerpen. - Van de vesting Przemysl hebben de Russen 2 forten genomen. 4 Oct. De Duitschers hebben 4 forten van Antwerpen genomen; de Belgen bekken zich achter de Nethe terug. — In Noord-Frankrijk duurt de strijd met groote hevigheid voort. 5 Oct. De Duitschers bij Augustow door de Russen verslagen. De Duitschers trekken terug naar de grens van OostPruisen. — De Belgen bij Antwerpen hebben versterking gekregen van Engelsche troepen en geschut. Het artilleriegevecht rondom Antwerpen duurt voort. 6 Oct. De Antwerpsche forten Kessel en Broechen zijn tot zwijgen gebracht. — De Oostenrijkers, versterkt door Duitschers, brachten den Russischen inval in Hongarije tot staan, 7 Oct. De Engelsche onderzeeër E. 9 boort ten N.-O. van Schiermonnikoog een Duitsche torpedoboot in den grond. — De Duitschers zijn bij Antwerpen over de rivier de Nethe getrokken. Indien de stad niet wordt overgegeven zal zij door de Duitschers worden gebombardeerd. Een stroom van Antwerpenaren vlucht naar Holland. 8 Oct De Duitschers zijn begonnen Antwerpen te bombardeeren. Een gedeelte der stad staat in brand. De stroom van vluchtelingen is verbazend. De regeerfng en legaties zijn naar Ostende vertrokken. Ook de koning en koningin hebben de stad verlaten. OORLOGS-V ARIA. IN DE GEVECHTSLINIE. Een Belgisch priester, de Eerw. heer J. Chanderlon van Antwerpen (rechts op onze foto) is voortdurend met de Belgische soldaten in de gevechtslinie. INDIRECTE GEVOLGEN. 1—[et is eigenaardig, welke vreemde 1 1 indirecte gevolgen de oorlog heeft. Zoo vonden wij in de Engelsche bladen melding gemaakt, dat de Britsche soldaten vol lof zijn over de gewoonte, welke in de meeste Fransche plaatsen bestaat, om voor de deur der koffiehuizen genoeglijk aan tafeltjes te zitten. Men kent dat gebruik in Londen niet. En echt Engelsch is men er nu over aan het debatteeren of ’t systeem bij de bondgenooten in gebruik beter of slechter is dan het hunne. Men kent n.1. in Engeland de zoogenaamde public-bar, waar de gasten hun consumptie staande aan de toonbank of zittend op hooge stoeltjes gebruiken. En afgaand op wat de meerderheid der inzenders beweren, mag men wel aannemen, dat de opinie meer naar verandering dan naar vasthouding overhelt. Men ziet er iets gezelligers in, gelooft dat het misbruik van sterken* drank zal verminderen, acht er verbetering van aspect der steden door mogelijk. Daartegenover staat weer de meening van een andere groep, die bezwaren zien en o.a. vertellen, dat de explotanten der drankgelegenheden in Engeland niet erg voor de verandering zullen te vinden zijn; zij huldigen den stelregel: Drink je glas uit en ga heen. Een klant die lang zit, is niet het type dat zij graag zien. DUITSCHE KRIJGSGEVANGENEN. Duitsche krijgsgevangenen marcheeren onder bewaking van Belgische soldaten door Aalst. DUITSCHE ROODE-KRUISSOLDATEN. Belgische soldaten hebben eenige Roode-Kruissoldaten gearresteerd, die naar de Belgen beweren, wapens bij zich droegen.
PDF
Nummer
1914, nr.16, 14 oct. 1914
Blad
15
Tekst
IN DE VUURLINIE IN NOORD-FRANKRIJK BEIERSCHE TROEPEN IN DE VUURLINIE. In de omgeving van Valenciennes en St.-Amand, waar nog voortdurend wordt gevochten, vindt men veel Beiersche troepen. DUITSCHE VERKENNERS VRAGEN DEN WEG. Tusschen Bergen en St.-Amand komt men elk oogenblik Duitsche verkenners tegen, die naar den weg vragen. DE ABDIJ TE St.-AMAND. Een bij toeristen welbekend, prachtig bouwwerk, dat tot beden gespaard is, is de oude Abdij van St.-Amand bij Valenciennes. HET PAARD WORDT BESLAGEN. De verkenners hebben natuurlijk geen hoefsmid bij de hand en zijn daarom genoodzaakt het beslag van hun paarden zelf na te zien. KOUSEN STOPPEN. Aan den weg treft men verschillende Duitsche soldaten aan, die bezig zijn hun kleederen te herstellen. KRIJGSGEVANGENEN EN GEWONDEN. Te Valenciennes komen dagelijks treinen met gewonden en krijgsgevangenen aan. Ook in de trams ziet men voortdurend zulke groepen. DUITSCHE MARINIERS TE PAARD. Kanonnen, die door de Duitsche soldaten zijn veroverd, worden door matrozen weggevoerd.
PDF
Nummer
1914, nr.16, 14 oct. 1914
Blad
16
Tekst
DE BEGRAFENIS DER TE SCHEVENINÖEN AANGESPOELDE LIJKEN VAN ENGELSCHE ZEELIEDEN. Op de Algemeene Begraafplaats te ’s-Gravenhage werden een aantal slachtoffers der gezonken Engelsche kruisers onder groote belangstelling met militaire eer begraven. HET AMERIKAANSCH HOSPITAALSCHIP DER ..RED CROSS WARD”. Het Amerikaansche Hospitaalschip meerde vorige week te Rotterdam aan den wal. Onze foto geeft den Amerikaanschen gezant Dr. H. van Dijke (links op de foto met hoogen hoed) op het punt om met majoor Dr. Patterson, per auto naar den Haag te gaan. Grootmoeders Brief Agnes Durbach schrijft, een klein pot- >dje tusschen de bevende vingers. In haar kamertje twinkelt de zon en speelt het portret van den keizer en de ver- ïekte fotografieën aan den wand. Soms, als wind de boomen voor haar huisje speelziek schudt, glijdt een nieuwsgierig zonnestraaltje over het glanzend witte papier waarop Agnes aan haar kleinzoon schrijft, die opgeroepen is in vaderlandschen dienst, maar het oudje laat zich niet storen. „Mijn lieve Hans! Mijn man zaliger zei altijd : de tijden zullen veranderen, moeder ! en dat merk ik nu. Hier zit ik, ouwe vrouw, en neem voor ’t eerst na veertig jaren een potlood in de hand. Vroeger deed je grootvader dat allemaal. Ik ben niet geletterd, lieve Hans, kijk daarom niet naar de fouten. Het was gisteren Zondag. Toen ben ik naar de kerk geweest; dominee sprak heel mooi van vaderlandsliefde en opoffering en heldenmoed en dat wij allen berusten moeten. Als je dan den goeien man zoo rustig hoort spreken en het orgel speelt, dan voel je je ook wel een beetje kalmer. Toch, als ik dan den verwaarloosden moestuin zie en ik kom in ons leege huisje, dan komt mijn verdriet weer dubbel boven en moet ik eventjes uithuilen. — Ik hou ook erg veel van onzen keizer; de man heeft me nooit iets gedaan, maar jij bent mijn alles en het eenige wat ik op de wereld nog tot steun heb. De keizer heeft zooveel en ik alleen jou, daarom ga jij bij mij boven den Keizer, Hans ! Ik ben misschien niet genoeg met mijn tijd meegegaan, dat kan wel. Maar ik ben nu te oud om nog te leeren, dat het nobeler is voor je vaderland te sterven, dan voor je moeder of je grootmoeder of je vrouw, die dagelijks bij je zijn en voor je zorgen, te leven. Lieve Hans, hoe gaat het nu met je ? Heb je nog zulke kapotte voeten ? Je moet ze insmeren met groene zeep, dat heeft je grootvader-zaliger in 1870 ook gedaan, wat niet wegneemt dat ik mijn braven man toch heb moeten verliezen. Maar dat heeft met die zeep natuurlijk niets te maken. Ik stuur je hierbij een worst en een stuk eigengebakken koek. Ik wou dat ik je iederen dag zoo wat kon toestoppen, maar je weet, grootmoeder wordt hoe langer hoe armer nu de eenige kostwinner weg is en dus moet het zuinigjes-aan! Lig je wel goed ’s nachts ? Hou je kraag toch vooral goed dicht, jongen, je bent zoo vatbaar. Als je nu hoesten gaat, kan ik geen kandij-stroop voor je maken en je ’s avonds toedekken. Het varken van boer Diehl heeft twaalf biggen, ach zulke lieve rosé dingetjes! De boer zei ook al, ’t is zonde dat Hans ze niet eens zien kan, hij zou er zoo’n pleizier in hebben, maar ik heb mijn hoofd geschud en gedacht: „Eer Hans terugkomt, hangen de zijden spek van de kleine biggetjes misschien al in den rook I” Als je me terugschrijft, moet je vooral groot schrijven; mijn oogen laten me zoo zoetjes aan in den steek. Je zei dat je zoo verlangde naar huis en de koe en Lotje Diehl. Dat kan ik me allemaal best begrijpen, lieve Hans, maar je moet je er toch een beetje tegen-in zetten, hoor I Ons huisje loopt niet weg, de koe krijgt van mij op tijd haar eten en Lotje Diehl zal warempel na den oorlog ook nog wel te vinden zijn. Al haar vrijers zijn opgeroepen en ze zullen haar dus niet voor je neus wegkapen. Ik ga zoo des avonds nog weleens naar haar toe en wrijf haar onder den neus hoe leelijk het staat de jongens zoo voor den gek te houden. Van de week huilde ze een deuntje en zei, dat ze het zoo naar vond dat jij weg was. Ik lachte in mijn vuistje, want ik zou heel blij zijn als het naderhand met jullie wat werd. Maar zoover zijn we nog lang niet. Ik lees geen kranten meer; als ik al die narigheid lees, heb ik rust noch duur meer. Ik vind onze nieuwe kanonnen heel mooi en heel knap uitgedacht, maar ze moesten er niet mee mogen schieten ! Foei! het duizelde me toen ik las wat ze daarmee uitvoeren ! Het spijt me nu, dat ik indertijd, toen ik met je grootvader-zaliger in een museum was, zooveel schik had in een kanon, maar het zag er toen ook zoo goedig uit en het stapeltje kogels dat er naast lag, was al heelemaal verroest. Nu lieve Hans, mijn vingers zijn stijf van het geschrijf; ik hou er mee op, hoor ! Je hebt nu weer wat van het oudje gehoord en nu krabbel je maar eens gauw weerom ! Hou die worst nu voor jezelf; als je aan ’t uitdeelen gaat, schiet er weer niets voor jezelf over, ik weet hoe je bent 1 Dag Hans ! sta niet stil als je de wacht hebt buiten; als je een beetje heen *en weer loopt, blijf je warm en vat je geen kou en denk aan de groene zeep en aan je hals. Schrijf ook eens aan Lotje en haar vader en vergeet niet mij je adres te sturen als je ergens anders heengestuurd wordt. Ik ben nog maar dankbaar, dat je nog niet in ’t vuur bent! Als het zoover is, is ’t met mijn leven gedaan. Je hebt het zeker erg druk, hè ? Ik hoorde nu al in geen tien dagen iets van je. Je laatste brief kwam net toen ik met Juffrouw van Giel op het plaatsje stond te praten over haar zoontje, je weet wel, dien langen Daniël. Die jongen snoept zoo tegenwoordig. Nu, toen kwam de bode met je brief en ik liet de juffrouw direct in den steek en ging naar binnen. De toren van de Katholieke Kerk, waar ze een nieuw kruis op zetten, sloeg juist elf uur. Wacht dus niet te lang met schrijven. Dag jongen ! Vele groeten en een dikke zoen van je grootmoeder. Je portret staat ’s nachts op het tafeltje voor mijn bed; dan voel ik me niet zoo alleen.” Agnes Durbach zucht van verlichting als ze haar werk aanschouwt. Voorzichtig pakken haar beenige vingers de verspreide velletjes bij elkaar en sluiten ze in de enveloppe Op een bord in de keuken liggen in innige vriendschap de worst en de koek. Grootmoeder pakt ze afzonderlijk in, de worst in een extra stuk papier en deponeert haar gaven, met den brief bovenop, in een stevig mandje, dat de vrachtrijder straks aan zal komen halen om het naar Hannover te brengen, waar Hans in garnizoen ligt. Nu neemt Agnes haar breikous en zet zich in ’t zonnetje voor ’t raam. Lief oud grootje ! inniger dan de speelsche zonnestralen is de blik waarmee je het portret van je kleinzoon aanschouwt! Op den straatweg komt boer Diehl aanslenteren. Een leeggebrand pijpje hangt achteloos in zijn linker-mondhoek, zijn pet houdt hij in de hand en met zijn mouw veegt hij telkens het zweet van zijn bruin voorhoofd. Boer Diehl schijnt niet op zijn gemak. Grootje tikt tegen het venster, beduidt hem met lieve oudevrouwtjes-manieren om toch even binnen te komen. Ja, ja, knikt Diehl. Hij laat zijn klompen voor de deur staan, schuifelt op zijn dikke, gebreide kousen het kamertje in, waar de portretten van den keizer en van lang-gestorven familieleden aan den wand hangen. „Nog wat nieuws, Diehl ?” vraagt grootje. De boer draait zijn pet in beide handen rond. „Nééé — ja, toch wel! maar je moet niet schrikken, Agnes!” Agnes Durbach vouwt de handen; haar klare blauwe oogen staren in kinderlijke verwondering naar den boer. „Wat is er dan, dat ik schrikken kan ?” „Och niets bijzonders!” prevelt Diehl, „iets met den jongen !” „Wat zeg je daar ? met Hans ? wat is er met hem ? wat heeft hij?” hijgt grootje, zich vastgrijpend, aan de tafel. Boer Diehl zegt niets. Hij is de juiste man niet om delicate zendingen uit te voeren; hij weet niet hoe hij grootje geleidelijk aan haar verstand moet brengen, dat haar blonde Hans, haar eenige steun, die sedert vijf dagen in gevecht gesteld was, gesneuveld is en hoe zijn naam vermeld staat in een van de lange naamlijsten der vermoorden. „Hij is toch niet ziek ?” angst grootje. Diehl schudt traag het hoofd. „Nééé l” antwoordt hij, een trek doende aan de uitgebrande pijp. Agnes Durbach zwijgt een oogenblik, dan zegt ze toonloos : „Hans is dood !” Boer Diehl zucht en knikt. „Ja, zoo is het 1” klinkt het eindelijk. Grootje loopt moeizaam naar haar stoel voor het raam en laat zich daarin neerzinken. Boer Diehl staat nog steeds bij de deur, zijn pet in de hand, op de tafel ligt de breikous en daarnaast het mandje met de worst en de koek en den brief voor Hans. Buiten stoeit de wind met de boomtakken en als ze lachend uit elkaar stuiven, gluurt een speelsche zonnestraal naar arm grootje. 2 October 1914. JULIA FRANK. IN SPANNING. Inwoners van Brassel, die hun beurt afwachten om te informeeren bij den Rooden-Kruisdienst naar het lot hunner dierbaren. ZOU TURKIJE NEUTRAAL BLIJVEN.? Het gist aan de Bosporus en onze foto geeft een uiting van de oorlogskoorts in Constantinopel. Een groot aantal vrijwilligers meldt zich bij de legerautoriteiten aan. NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN.
PDF
Nummer
1914, nr.17, 16 oct. 1914
Blad
01
Tekst
No. 17a 16 OcL 1914,2e3rsVerschijnt 2 maal p.week l R WEEKBLAD Abonnement per kwartaal f 1.30 DIT nummer kost afzonderlijk 772 Ct Voor BELGIË 20 Centiemen E D UITGAVE VAN A.W. SIJTHOEF's UITGEVERS MAATSCHAPPIJ LEIDEN ® Redactie e r-, 7AO m i n i s tpati e DOEZASTRAAT 1 Telefoonnummer I a ANTWERPEN BEZET DUITSCHE TROEPEN OP DEN VOORGROND; OP DEN ACHTERGROND DE KATHEDRAAL MET DE DEUTSCHE VLAG De foto’s van Antwerpen en Gent in dit Nummer zijn van de Vereenigde Foto-Bureaux, waarvan de fotografen reeds Zondag *n Antwerpen waren.
PDF
Nummer
1914, nr.17, 16 oct. 1914
Blad
02
Tekst
AN M O _______—IQ 1 -4 UITGAVE TEN VOORDEEIE VAN HET KONINKLIJK NATIONAAL STEUNCOMITÉ r stond plotseling een heir van vele duizenden voor onze grenzen en in schier eindelooze stroomen kwam het ons land binnen. Het vroeg niet om toegang maar het drong verder en verder. En toen .... ja, toen waren wij verplicht den binnendringenden een oorlogsschatting te betalen. Wij deden het. Maar nooit werd er een krijgsschatting met zooveel liefde, met zooveel opofferingsgezindheid betaald als deze. Het was te begrijpen. Want het leger, waarop wij doelen, bestond niet uit soldaten met de wapens in de hand, de bres waardoor het heendrong was niet door machtige houwitsers * geschoten, ’t Waren arme stakkers, beroofd van hun ruste, die in allerijl gevlucht waren, het allernoodigste vaak ontberend, en die dagen en dagen geloopen hadden, totdat zij in het vriendenland kwamen en daar geholpen werden. Eindelijk konden zij rusten. EEN ADRESLIJST. In Roosendaal treft men op de schuttingen opschriften aan, die aanduiden waar een familie verblijf houdt. Wij gaan hier geen relaas geven van al de ellende, die geleden, het reusachtig vele dat gedaan werd, noch plaats inruimen voor enkele, zij het dan zeer gerechtvaardigde opmerkingen gericht tegen de al te groote opdringerigheid, een enkel maal door het publiek getoond. Want dat alles hebben wij allang verwerkt en wij staan weer voor nieuwe vragen. De heffing der oorlogsschatting is nog niet afgeloopen, het volle bedrag nog niet betaald. Want de dag is nog niet bepaald, waarop die duizenden vluchtelingen naar hun huizen terugkeeren kunnen. Laat de menschen nog even rusten. En dan zal de uittocht, nu naar het Zuiden, onze bemoeiingen en onze organisatietalenten vragen. Gelukkig blijkt uit alles, dat ook hierin de Hooge Regeering met wakend oog de zaken overziet en verstandig zal weten in te grijpen. De oorlogsschatting is nog niet geheel betaald. Want in ons eigen land zijn er nog zoo velen, die den druk van de crisis voelen, wier toestand allesbehalve goed te noemen is. Het Steuncomité 1914 mag niet vergeten worden, want al werd er veel gegeven,* nog meer werd er gevraagd. En waar afgaat en niet voldoende bijkomt, daar is de bodem spoedig te zien. Als de oorlogsellende onze grenzen overschreden had en wij de schatting moesten betalen door de slachtoffers van eigen vleesch en bloed, dan zou het ons nog zwaarder vallen. Wanneer wij onze huizen verwoest, onze bezittingen verbrand zouden weten, dan was de schade nog ellendiger en veel heftiger. En als wij den vijand gedwongen onze penningen moesten neertellen, dan zou het ons hard en moeielijker vallen om te betalen dan nu, waar wij vrijwillig geven, waar wij weten, dat onze gift opbouwend en rugsteunend werkt en we kunnen bevroeden dat ons geld later tot zooveel meer succes zal medewerken. Want dit heeft ons deze oorlog geleerd, dat het innerlijk-krachtigste volk, het sterkst staat in den strijd. En niet alleen voor . , . , , , .. Duizenden en nog eens het werk van den knjg, maar a IN BERGEN OP ZOOM. duizenden zijn te voet en met voertuigen te Bergen op Zoom aangekomen waar er getracht ze zooveel mogelijk onder dak te brengen en voedsel te verstrekken. AN IM O ~\ -- I •> »,,c. t? UITGAVE TEN VOORDEEIE VAN HET KONINKLIJK NATIONAAL STEUNCOMITÉ ook voor het werk van den vrede zal, als de rust teruggekeerd is, alles er op gericht moeten zijn, om de volkskracht te versterken. En voor een krachtige natie, is een niet-uitgeputte bevolking noodig. De eenling helpt dus door zijn steun in eigen belang tot verhooging van de waarde van het algemeen mede. Niet om verwoestingen te herstellen betalen wij dus, neen, om nieuw leven tehelpen mogelijk maken. ONZE MILITAIREN. Zeer verdienstelijk hebben onze soldaten zich overal tegenover de vluchtelingen gedragen. Op onze foto ziet men ze aan de grenswegen een warm kop koffie aanreiken. {foto Wolf) Zooals van zelf spreekt, is ook in die dagen van algemeene malaise door verschillende personen veel geld verdiend. Leveranties aan het leger, de uitvoer, zoover die mogelijk was, de kansen op de nationale en internationale markt hebben gemaakt dat het fortuin dien enkelen goedgunstig was. Wij vinden dit gelukkig, verdiend is, des te beter kan er (foto Ver. Fotob.J Want hoe meer er weer gegeven worden. En zeker kan van dat hun hand mild veel noodig. Dit refrein moet helaas tot in den treure worden herhaald. die gelukkigen verwacht worden, zal weten te schenken. Er is zooVeel geven wanneer het mogelijk is. Weinig geven, wanneer het niet anders kan. Dat is het devies van deze dagen. En boven alles eraan meewerken om den toestand zoo normaal mogelijk te doen zijn. Geld geven, maar ook werk geven. Veel als het kan, weinig als het niet anders gaat. In deze richting zagen wij een aardig denkbeeld uitgewerkt. Men zond ons ter recensie een serie keurig uitgevoerde sluitzegels, ten bate van het Koninklijk Nationaal Steuncomité. Voor een paai centen kan men deze op zijn brieven hechten, en er zijn post-en andere zendingen mee sluiten. En zonder dat men het zelf voelt helpt men op drie wijzen mede. Men geeft werk aan hen die deze zegels vervaardigen, bevordert de verdiensten van hen die ze verkoopen en helpt door de veelheid een aardige bijdrage storten in de kas van het Steuncomité. Boven dit artikel vindt men een éénkleurige verkleining van het veel-kleurige zegel, dat in alle boekwinkels verkrijgbaar zal worden gesteld. De teekenaar vereenigde in een groep den arbeid, de waakzaamheid en de liefdadigheid. Er ligt o.i. een goed gevoeld symbool in deze voorstelling. Alleen door de vereeniging van deze drie begrippen kan Nederland de moeilijkheden van het tegenwoordige overwinnen en voorbereid zijn voor het nog komende. Tenminste als onze neutraliteit gehandhaafd kan blijven. En daarvoor is goede hoop, vooral nu, nadat wij de oorlogsschatting betaalden, die ons goed hart ons oplegde en die wij met liefde gaven. Wij, Nederlanders, van alle rangen en standen. „Denkt aan uw bijdrage voor de vreedzame oorlogsschatting.” Deze aanbeveling zouden wij overal willen neerschrijven. Zóó, dat ze in aller hoofden en harten gegrifd zij en blijve. ONZE OORLOGSSCHATTING
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1091 tot 1095 van 11897