Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1071 tot 1075 van 11897
Nummer
1914, nr.15, 7 oct. 1914
Blad
11
Tekst
Een interieur van de beroemde eeuwenoude St.-Romboutskerk, waarvan ook het carillon een wereldvermaardheid had. Mechelen opnieuw geteisterd EEN HEVIG GETEISTERD HUIS. De voormuur van dit huis is totaal weggeschoten. Een interieur van de beroemde St.-Romboutskerk. Zooals men ziet is het prachtige beeldhouwwerk gelukkig slechts zeer weinig beschadigd. Het portaal van de St.-Romboutskerk, dat ernstig door het vuur heeft geleden. Een hoek van twee straten is totaal stukgeschoten. Een keuken, waarvan niet veel is heel gebleven. Mechelen, waar in den omtrek nog steeds hevige gevechten plaats hebben tusschen Belgische en Duitsche troepen, is door het laatste bombardement voor een groot gedeelte verwoest. Een van onze oorlogscorrespondenten zond ons bovenstaande hoogst interessante serie, genomen na het laatste bombardement.
PDF
Nummer
1914, nr.15, 7 oct. 1914
Blad
12
Tekst
Het lang gevreesde beleg van Antwerpen heeft een aanvang genomen. Enkele forten aan de buitenste fortenrij zijn DE BEDREIGDfESTE / door het Duitsche geschut beschoten. W)pen opr GEPANTSERDE AUTOMOBIELEN. De gepantserde automobielen, waarvan het Belgische leger een groot aantal bezit, bewijzen vooral bij de uitvallen uitstekende diensten aan het leger. CONSUL. VAN VOLLENHOVEN, aan wiens optreden ten gunste van de Hollands een d< ingezetenen van Brussel, deze veel verschuldigd ; sinds OORLOGS-KRONIEK. 21 Sept. Bij de gevechten aan de Aisne wordt Reims door de Duitschers gedeeltelijk in brandgeschoten en de kathedraal verwoest. 22 Sept. De Duitsche onderzeeër ,,U 9” torpedeert de Engelsche kruisers ,,Hogue”, Cressy” en „Aboukir”; 1800 man verdronken. — De Russen nemen de Oostenrijksche vesting Jaroslaw in Galicië. — Engelsche vliegers werpen bommen op de Zeppelinloods te Dusseldorf. 23 Sept. De Duitsche oorlogsleening van Mrk. 1318 millioen schatkistbiljetten en Mrk. 3071 millioen Rijksleening volteekend. — Een Duitsche Zeppelin werpt bommen boven Ostende; geen noemenswaardige schade. — Prins Oskar van Pruisen verlaat wegens een hartaandoening het front. 24 Sept In de Lo-Sjanggolf (China) zijn Engelschen ontscheept, om deel te nemen aan de Japansche operaties tegen Kiautschau. — De Duitsche kruiser „Emden” bombardeert Madras. 25 Sept. Engelsch-Indische troepen landen te Marsei11e. 26 Sept Een Duitsche Zeppelin werpt bommen boven Warschau, doch wordt door de Russen neergeschoten. — De Oostgrens van Nederland wordt in staat van beleg verklaard, om het uitvoeren van contrabande tegen te gaan 27 Sept De Duitschers zijn tusschen Toul-Verdun bij St.-Mihiel over de Maas gedrongen; verder is de toestand aan het westelijk front ongewijzigd. 28 Sept Een Zeppelin werpt bommen boven Aalst en DUITSCHE KRIJGSGEVANGENEN IN ENGELAND. Te Camberley bij Aldershot is een kamp van Duitsche krijgsgevangenen, waar zij worden beziggehouden met het vervoeren van hout. EEN NEDERLANDSCH STOOMSCHIP TE WATER GELATEN. Tusschen al de oorlogsfoto's doet het zeker eigenaardig aan, een foto aan te treffen van de te-water-lating van een Nederlandsch stoomschip te Amsterdam, doch tusschen al de oorlogsellende treft het ook zooveel te meer, een foto te zien, die een bewijs geeft van Hollandschen durf in deze omstandigheden. ttüti) l BsRsidiyng 1 il HWITZ. < DE BEKENDMAKINGEN/AN BI De dagbladen hebben ons het bericht gebracht, dat burqemester Max m sloten. Als een kenmerkende illustratie van zijn flink en vaderlaXshevend oj muur te Brussel, waarop de bekendmaking worden aangeplakt Boven ziet n Onderaan, van links naar rechts, een bericht van de administratie der Bruss kendmaking door Burgemeester Max geteekend, waarbij in positieve term» trent een mededeeling, die burgemeester Max zou hebben gedaan, wordt qel met een verbod van aanplakken, daarnaast een bericht van burgemeester Mi levensmiddelen. Daarin waarschuwt hij zijn stadgenooten om voor een bepa Autoriteiten in te lev<
PDF
Nummer
1914, nr.15, 7 oct. 1914
Blad
13
Tekst
'“M |\(L>M|V| AA bedreigd: :STE ANTWERPEN. schoten. Wij >en oprecht, dat de Belgische Scheldestad, waarvan onze foto zulk een prachtig panorama geeft, gespaard moge blijven voor de verwoestingen van den oorlog. HOVEN, de Hollandsch verschuldigd zijl CONSUL. HIMMER, een der notabele ingezeten van het verwoeste Dinant, sinds 17 jaar Vice-Consul van Argentië die door de Duitschers werd gefusilleerd. 4 X X DE FRANSCHE LEGERAANVOERDERS. Hoewel deze opname niet tijdens den oorlog, doch bij een manoeuvre genomen is, vonden wij deze foto van de generaals Joffre (x) en Pau (xx) interessant genoeg om op te nemen. inwortanf . avis sm .mLIETTWITZ Hfi LÜtlTWiTZ. AKINGEN VAN BURGEMEESTER MAX. ht, dat burgemeester Max in hechtenis werd genomen en in een Duitsche vesting opgeflink en vaderlandslievend optreden geven wij hier een photo, genomen van de stadhuislen aangeplakt. Boven ziet men een in drie talen gestelde proclamatie van Baron von Goltz. i de administratie der Brusselsche ziekenhuizen en toevluchtsoorden; daarnaast een be- 1, waarbij in positieve termen een bericht van den Duitschen Gouverneur van Luik omJ hebben gedaan, wordt gelogenstraft. Op deze bekendmaking antwoordde von Luettwitz «richt van burgemeester Max in het Fransch en Hollandsch omtrent het opleveren van genooten om voor een bepaalden datum geen levensmiddelen om niet aan de Duitsche Autoriteiten in te leveren. UIT OOST-PRUISEN. Ook aan de Russisch-Pruisische grens laat de oorlog zijn verschrikkelijke spoïen achter. Bovenstaande foto is genomen in het voor het grootste gedeelte verwoeste dorpje Soldan. OP DEN UITKIJK. Belgische soldaten turen langs de spoorbaan of er vijandelijke soldaten in ’t zicht zijn. Gent; geen schade veroorzaakt; Parijs en Antwerpen worden eveneens door een .,Taube” bezocht, zonder dat schade aangericht wordt. 29 Sept. De Duitsche troepen beginnen met de beschieting van de Antwerpsche forten Waelhem en St.- Katelyne-Waver. — Op Reims hebben de Duitschers de aanvallen hervat. — De Serviërs en Montenegrijnen rukken naar Serajewo op. 30 Sept. De Duitschers slaan een aanval der Belgische troepen vanuit Antwerpen af en gaan voort de forten van Antwerpen te bestoken. 1 Oct Het Duitsche offensief in Rusland door de Russen tot staan gebracht. — De Oostenrijksche Generaal Von Auffenberg ongesteld. — Het Oostenrijksche legerbestuur kondigt een nieuwen slag tusschen Oostenrijkers en Russen aan. — In den slag aan de Aisne maken de Fransche legers kleine vorderingen. 2 Oct De Duitschers zetten hun actie tegen de stelling Antwerpen voort. De Belgen slaan de infanterieaanvallen op de forten af en beantwoorden ze met uitvallen. — De slag aan de Aisne wordt van beide zijden met groote heftigheid voortgezet. Het gevechtsfront strekt zich nu uit tot de streek ten Zuiden van Atrecht. — Tusschen Apremont en St.-Mihiel zetten de Franschen hun offensief voort en winnen eenig terrein. — De Duitsche kleine kruiser „Karlsruhe” boort in den Atlantischen Oceaan zeven Engelsche schepen in den grond.
PDF
Nummer
1914, nr.15, 7 oct. 1914
Blad
14
Tekst
Kapitein Reimers met zijn bewakers in Albanië. DE VRIJGELATEN GEVANGENEN. Door de vriendelijkheid van Kapitein Reimers, die dezer dagen in Nederland is teruggekeerd, zijn wij in staat gesteld twee hoogst interessante kiekjestegeven van genoemden officieren Maj. Verhuist, tijdens hun gevangen zijn in Albanië genomen. Vooral de foto, waar Maj. Verhuist meer als een Albaneesch vorst te midden van zijn „hofhouding”, dan als ’n gevangene te midden van zijn bewakers troont, zal onze lezers wel interesseeren. Majoor Verhuist met de Albaneezen die hem geknipt hebben. TROUW AAN ZIJN KONING VERKORTE INHOUD VAN HET VOORGAANDE: Koningin Henrietta Maria, de voortvluchtige echtgenoote van Karei 1 van Engeland, zendt Hugh O’Neill met een brief naar den koning. O’Neill verzocht haar het zoo klein te schrijven, dat het in een medaillon verborgen kon worden, dat hij aan een ketting om den hals draagt. Hij gaat met den brief op weg, ontmoet na vier dagen een troep Roundheads, zwemt een rivier over, doch krijgt een kogel in den arm, waarna hij in een boerderij gevangen genomen wordt. zon scheen vroolijk boven zijn hoofd; vogels kwinkeleerden in de boomen en struiken rondom hem; sleutelbloemen en viooltjes groeiden langs den weg; de natuur was schoon en ieder levend wezen scheen gelukkig, behalve Hugh O’Neill, die dacht aan den dood die nabij was. Een ruwe hand greep zijn gewonden arm, hij slaakte een kreet van pijn; toen verdwenen de ruwe gezichten, de heerlijke zonneschijn, de mooie natuur, alles: hij viel bewusteloos neer. Toen hij weer tot bewustzijn kwam, lag hij op den rug in het natte gras. Een der soldaten stootte hem met den voet tusschen de ribben. Juist naderde een officier te paard, die vroeg wat hier te doen was. „Dit is een gevangene, kolonel,” antwoordde de sergeant. „Waarschijnlijk een koerier. We kunnen echter geen brieven bij hem vinden. Hij is flauw gevallen.” „Geef hem te drinken van dit,” zei de officier, den flesch overreikende, „en breng hem bij ons.” De officier reed verder. De wijn gaf O’Neill weer nieuwe kracht. Hij stond met groote moeite op, de soldaten namen hem in hun midden en leidden hem naar het kamp. Hier aangekomen bleef het escorte achter, terwijl de sergeant met O’Neill verder ging. „Je bent nat,” merkte de sergeant op, „maar daar je toch straks, als kolonel Lambert je verhoord heeft, aan een dezer boomen hier bengelen zult, is het niet noödig je kleeren te drogen.” Lambert kwam tegen den avond in het kamp terug en een half uur later werd O’Neill in zijn tent gebracht. De kolonel zat aan een tafel en nuttigde zijn avondmaal. Hij keek den gevangene eenige oogenblikken onderzoekend aan en zei toen : „Wel, mijnheer, hoe is uw naam ?” „Hugh O’Neill. Ik ben een der pages van den koning.” „Als dat zoo is,” hernam Lambert, terwijl zijn scherpe blik den jongen man scheen te willen doorboren, „hoe komt het dan dat ge reist in zulke ongunstige condities en zoo ver van uw koning?” „Mijnheer, ik was bij de koningin in Exeter. Ik vergezelde Hare Majesteit naar Frankrijk. Haar Majesteit verlangde evenwel dat ik naar den koning zou terugkeeren en daarom Jandde ik vijf dagen geleden te Shoreham.” „Je hebt geen tijd verloren, mijnheer,” zei Lambert, „maar ik onderstel dat de tijdingen die ge bij u draagt geen uitstel kunnen lijden. Nu, mijnheer O’Neill,” ging hij ernstig voort, „uw papieren ? Hebt ge die vernietigd ?” „Neen, mijnheer!” „Goed ! Dan, tenzij men ze bij de visitatie over het hoofd zag, hebt ge zeker mondelinge berichten. Welke deze berichten zijn, wil je me nu wel vertellen.” Er verliep een lange pauze. „Wil je niet spreken en je leven redden? Je bent nog jong.” „Ik ben ruim twintig jaar en heb meermalen mijn leven gewaagd, maar nimmer mijn eed gebroken !” „Mijnheer O’Neill,” zei Lambert weer, terwijl hij zijn horloge te voorschijn haalde, „ik geef u vijf minuten om na te denken. Als je dan nog tracht je te verzetten, zal ik de waarheid uit je persen zonder medelijden.” „Doe wat je wilt,” riep O’Neill uit, „maar je zult mij nimmer dwingen te spreken.” Nog nooit hadden vijf minuten aan O’Neill zoo lang geduurd. Eindelijk stond Lambert op. „Schildwacht!” De man trad de tent binnen. „Roept den sergeant van de wacht. — Mijnheer O’Neill, uw koningin heeft een getrouwen page. Ik wou dat je in mijn regiment waart. — Cornet Joice, rijd naar de poort van Exeter, en vraag audiëntie bij den koning. Zeg dat zijn page O’Neill in onze handen is en vraag hem of hij dezen wil terug hebben in ruil voor mijn zoon, Cornet Lambert ?” * * * Woest kwam de wind opzetten en joeg dikke, donkerkleurige wolken in groote drift langs het uitspansel; in het westen was de hemel echter nog onbewolkt en gouden zonnestralen beschenen de stad Exeter, toen O’Neill met zijn escorte voor de poort stilhield. De zon daalde reeds achter den horizont, als de poort eindelijk geopend werd en vier soldaten naar buiten traden, een baar dragende waarop een jonge man lag, dood ! Het was de jonge Lambert. O’Neill uitte een kreet van afschuw en trok zoo hevig aan den teugel, dat zijn paard steigerde. Een der soldaten van het escorte greep het bij den teugel. „Stijg af I” riep hij met een stem, trillende van woede. „Je bent vrij. Maar wraak aan de handen die dit onschuldig bloed vergoten ! Wraak aan allen !” O’Neill stond op den modderigen weg voor de poort, terwijl de v!oek van den Roundhead hem in de ooren trilde. Dit was dus de wijze waarop zijn koning woord hield ! Hij DE BRAND IN DE RIJKSMUNT. „De verbrande Munt”, schreven zelfs enkele dagbladen boven hun berichten en een aantal lezers vreesden al, dat er weer specienood zou komen in deze benarde dagen! We zijn er onmiddellijk op uitgetrokken en hebben in ons vorig nummer, één dag na den brand de eerste foto gegeven. De hier afgedrukte kiek toont bovendien aan. dat slechts een gedeelte van den linkervleugel van het enorme complex, dat de Munt beslaat, door brand geteisterd is. De „stootkamer” en de ..reductiekamer” hebben geleden, doch zij verhinderen het aanmunten geenendeele. Men zij dus gerust'. Geen ernstige schadepost heeft het Rijk getroffen en de aanmunting staat niet stil. dacht aan de boodschap die hij bij zich droeg en vroeg zich af wat grooter kwaad zou zijn, dat zijn zending mislukte of dat de wereld ’s konings onbetrouwbaarheid zou leeren kennen. Hij dacht ook aan de koningin en had onmiddellijk zijn besluit genomen. Zij, in allen geval, zou nimmer deze schandelijke historie vernemen. „Sergeant, ik ga mee terug!” „Wat wil je doen ?” riep deze uit, zijn paard inhoudende. „Gij hebt gedaan, wat van u kon geëischt worden en, als het vertrouwen geschonden is, is het niet uw schuld.” „Ik ga mee terug,” herhaalde O’Neill vastberaden. Hij reed langzaam, want hij wilde niet onmiddellijk na het lijk in het kamp terugkeeren. „Halt!” Hij had het rebellenkamp bereikt. „Sergeaht,” riep O’Neill luide, „breng mij bij kolonel Lambert.” De Roundhead bracht hem bij de tent van den veldheer en bleef toen staan. „Er is niemand die den kolonel thans zou durven naderen,” zei hij. „Als je den moed hebt, ga dan alleen, en God zij je genadig !” O’Neill lichtte het zeil voor de opening op en stapte de tent binnen. In het midden aan den paal hing een lantaarn, die de tent slechts spaarzaam verlichtte en een zwak schijnsel wierp op een baar, waarop een jonge man lag. Naast de baar van zijn zoon stond kolonel Lambert in droevig gepeins verzonken. Op het zien van O’Neill, zoo volkomen in zijn macht, scheen Lambert ten prooi aan een hevigen strijd. „Mijn God,” riep hij ten laatste uit „Ben je teruggekomen om mij te bespotten of wil je mij in verzoeking brengen je te dooden op de vreeselijkste manier, die een man kan uitdenken ? Zie hier — en zeg mij welk medelijden je verwacht van Lambert?” „Slechts dat je mij doodschiet, of doet ophangen, dadelijk ! En dat je mijn dood beschouwt als een zoenoffer, waardoor ik de schuld van mijn vorst heb betaald.” „Ben je in Exeter geweest ?” „Neen !” „Heb je niets meer te vragen voor je sterft?” Een plotselinge hoop kwam in O’Neills hart. „Er is slechts één ding,” zei hij eenvoudig. Hij maakte zijn breeden kraag los en met een ruk trok hij den ketting waaraan het medaillon hing, stuk en gaf dit laatste aan Lambert. „Wil je dit aan den koning zenden ? Het is alles wat ik vraag.” Lambert nam het medaillon aan en bekeek aandachtig het portret. „Waarom wensch je dat den koning dit gezonden wordt?” „Omdat hij, na mijn dood, de eenige rechthebbende is.” „Wie stelt dit portret voor?” „Het is mijn moeders beeltenis.” Lambert keek van het portret naar den jongen man en van dezen weer naar het portret. „Ben je een zoon van den koning?” vroeg hij. O’Neill zweeg. Na een korte pauze boog Lambert zich over de baar en staarde naar zijn vermoorden zoon. „Mijnheer O’Neill, uw dood geeft mij mijn zoon niet terug. Zonder twijfel vertrouwde je op het geheim van je afkomst. Je oogen zijn echter een open boek, waarin ik lees de reden van je nobel besluit. — Je hebt nu geleerd welk vertrouwen te stellen is in het woord van .... dezen koning: ik leerde het reeds vroeger, jaren geleden. Ga naar Karei Stuart en zeg hem, dat Lambert, de rebel, edelmoediger weet te handelen dan de koning.” De sterren schitterden aan den hemel, toen O’Neill naar Exeter terugreed. Tegen den ochtend bereikte hij de stad en stapte de poort binnen. Achter hem in den grijzen morgennevel lag het rebellenkamp.
PDF
Nummer
1914, nr.15, 7 oct. 1914
Blad
15
Tekst
SCHITTEREND LICHT. STERK EN DUURZAAM. De ..POPE*’-fabriek te Venlo is een naamlooze vennootschap, gevormd met UITSLUITEND NEDERLANDSCH KAPITAAL, terwijl slechts NEDERLANDERS in de fabriek werkzaam zijn. DE „POPE’-LAMP IS EEN ZUIVER NEDERLANDSCH PRODUCT. N.V. Pope's Metaaldraad-lampenfabriek, Venlo. Depots: AMSTERDAM: Willem van Rijn, Keizersgracht 171. SOERABAIA: Kolff, van der Hoeven en Broekman. BANDOENG: N.V. t.v.d.z. Van Deutekom & Waal. Groeneveld, Ruempol ók C° Prins Hendrikkade 68. AMSTERDAM. Electro-Technlsch Bureau. Telefoonnummers > 4827 en 10421. Telegram Adres: VELDRUM. SPECULAAS staat ver BOVENAAN en is zeer GOEDKOOP. Verkrijgbaar in de 90 Filialen in Nederland. H.A.B055HARDT UTRECHT TWUN5TR. 2^.26. TEL. INT. 830. GEBStVlNCENT 3 JBurTENHAVENV^TK 132. ® Schiedam -Telefoon 14 r_._____________________ FAreypk van I {ukken & Smjede InschuifVieKKEN ook GESCHIKT Vtxw^Arsu ITÏNq VAN Balkons k Stekels • IJzci^en VEf^ANDVS .WliNSTSMEEIMERKEN. z\ULJCS EEH^TE KLNS NVF.IPANEN DOOZEN van TRIPLEX HOUT ilERLUK LICHT-en KOOKGAS Zonder Leidingr.i. IJselmonde. (Telef. lat. He. 4022 Bet Rotterdam). -t- < American Importing Co. AMERICAN MANUFACTURERS AGENTS 197. KEIZERSGRACHT, AMSTERDAM. l___ . Hochmaal gebogen hoeken —_ •chguren af bersten totaal uitgesloten - daar het hout u«t 3 l^gen bestaat ~ ruiseltngs watervast over* eikaargekjmd PtCIAAL FAORIKAAT OCH , • KTI CT" ARTONKAGEFABWlEK ..UC.LT 1 Aubry Sisters' „Beautifier” geeft, onmiddellijk na gebruik, een pracht ig-blanke, matte teint, het verraadt zich niet en houdt de huid gezond en zacht als fluweel. Bij alle goede Coiffeurs MMS en f115. Engros: AUBRY SISTERS’ AGENCY. Laan van Meerdervoort, Den Haas. Telefoon 8296. Voor België: 36. Rue des Confédérés, Bruxelles Koopjeslijst gratis op aanvraag DRAISMA •VAM* VALKENBURGS LEVERTRAAN-: LEEUWARDENS A. HOOGENDI3K Jz. VLAARDINGEN. Importeur der Echte DOURO-PORTWI3NEN. Neemt proef met onzen Tafelwijn: Médoc Supérieur, f0.70 per Flesch, f30.- per Anker.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1071 tot 1075 van 11897