Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1066 tot 1070 van 11897
Nummer
1914, nr.15, 5 oct. 1914
Blad
06
Tekst
- ■ v r x l • l r MAX LINDER, de bekende cinema-artist, die zoovelen door zijn vluggen geest deed genieten, zou ook als slachtoffer van den oorlog gevallen zijn. TROUW AAN ZIJN KONING et was reeds laat in den avond. In een der appartementen van het Louvre bevond zich koningin Henriette Maria, de voortvluchtige echtgenoote van Karei I van Engeland. Ze had zich in haar slaapkamer teruggetrokken en haar zware statiegewaad verwisseld voor een gemakkelijk omberkleurige zijden kamerjapon, Ze was voor den spiegel gezeten, terwijl haar kamenier bezig was haar kapsel vande kostbare versierselen te ontdoen. Op dat oogenblik werd er aan de deur geklopt. „Zie eens wie daar is, Lucy,” zei de koningin. „Als het lord Jermyn is, vraag hem dan den heer O’Neill tot mij te zenden, en als hij komt, Lucy, laat ons dan alleen, ik wil den jongen man alleen spreken.” Henriette nam een fijnen geborduurden zakdoek op en begaf zich naar de kamer ernaast, waar een vuur van cederhout lustig brandde. Zij bleef een oogenblik voor den haard in de vlammen staren; haar gelaat, verlicht door het haardvuur en den zachten glans der kaarsen, zag er vermoeid en bleek uit. „Wat het ook kosten mag,” mompelde zij, „ik moet een betrouwbaren bode hebben, die dezen brief veilig bezorgt. Als ik slechts rekenen kan op de toewijding van dezen jongen man . . . .” Op dat oogenblik trof een zacht geluid haar oor. Met de hand aan de portière die de deur verborg, stond daar Hugh O’Neill. Zijn oogen waren onafgewend op haar gericht, vol bewondering en devotie. Hij had daar gestaan en haar aanschouwd, voor zij zich van zijn aanwezigheid bewust was, en hij had niet de koningin, maar de vrouw gezien, — een vrouw in nood en al zijn ridderlijkheid was in hem ontwaakt. „Mijnheer O’Neill, ik heb den brief gereed gemaakt, dien gij naar den koning moet brengen. Gij zult Zijn Majesteit waarschijnlijk te Exeter vinden,” zei de koningin, terwijl ze langzaam in een stoel voor haar schrijfbureau neerzonk. „Hier is de brief, mijnheer ! En nu . . . .” „Madame,” stamelde de jonge man, „ik kan niet.... ik durf nipt....!” Bij die woorden sprong de koningin woedend op „Geen woord meer! Ik begrijp het. Voor een twijfelachtige zaak mis je den moed. Ik ben zeer in u teleurgesteld. Ik heb je steeds gerekend onder de weinigen, wier trouw boven allen twijfel was. Geef mij den brief terug, opdat ik hem kan geven aan iemand die geen lafaard is.” Haar woorden kwetsten O’Neill te meer, omdat hij niet op zulk een miskenning voorbereid was. „Mevrouw,” zei hij, „ik heb niet in ’t minst verdiend, dat Uw Majesteit mij voor zoo’n nietswaardigen lafaard houdt. Ik ben niet bevreesd te sterven of in de gevangenis geworpen te worpen, maar wel mij het ongenoegen van Uw Majesteit mij op den hals te halen?’ De koningin keerde hem den rug toe, maar O’Neill ging op smeekenden toon voort: „Om ’s hemels wil, luister naar mij, madame. Vertelde Uw Majesteit mij gisteren niet, dat wanneer deze brief in handen kwam van het Parlement, dit zou beteekenen dat ’s konings laatste hoop vervlogen was? En, madame, u weet hoe moeilijk het is, veilig in het koninklijk kwartier te komen. Uw boodschappers zijn zelfs hier in Frankrijk niet veilig. En werd de brief op mij gevonden, dan, madame, dan was dat meer dan duizend dooden. Als hij kon worden verborgen . .. eens steldet ge vertrouwen in mij, doe het, bid ik u, weer !” Zijn stem was vol overreding. Niemand kon hiervoor ongevoelig blijven. Henriette wendde zich weer tot den jongen man, lei haar handen op zijn schouders en keek hem ernstig in de oogen. Deze oogen, welsprekend Begrafenis van wijlen den heer D. Fockema, in leven hoofdconsul van den A. N. W. B. De talrijkheid der aanwezigen bij deze plechtigheid bewees duidelijk, hoezeer deze verdienstelijke sportman algemeen geliefd en geacht was. en open, staarden onbevreesd in de hare. In het eerst was haar blik streng geweest en onderzoekend, toen nam haar gelaat een zachter uitdrukking aan. Haar greep werd losser, bijna een liefkoozing. Zij glimlachte toen zij zag dat de hoop in zijn smeekende oogen weerkeerde. Ja, deze man was trouw. „Ik geloof je, ik vertrouw je,” zei ze vriendelijk. „Je oogen pleiten voor je. Wat heb je mij voor te stellen ?” O’Neill hield haar den brief voor, dien ze hem gegeven had. „Als Uw Majesteit dezen brief kleiner wilde schrijven, zoodat hij kon worden verborgen in een medaillon dat ik draag ?....” „Geef mij den brief,” zei Henriette. „Ik zal jé den inhoud meedeelen, zoodat je de tijding kunt overbrengen door woord en door schrift en ik zal je dit laatste beknopt geven om aan je woorden kracht bij te zetten. Waar is het medaillon, dan zal ik het briefje er in doen ? Waarom aarzel je ?” „Ik kan het u niet geven, madame!” „Hoe zoo ?” „Het zit bevestigd rond mijn hals 1” „Kom dan wat dichterbij, opdat ik er de maat van neem.” De zucht te behagen, die in iedere vrouwenborst sluimert, ontwaakte bij haar. Zij coquetteerde met hem, betooverde hem, totdat ze de zekerheid had dat hij haar willoos werktuig was. O’Neill trad nader, en knielde voor haar neer. Hoewel zij koningin was, beminde hij haar. Beminde haar niet als een koele berekenende Sakser, maar met het vurige temperament van een Kelt. Het bloed der O'Neill’s bruiste door zijn aderen. In zijn oogen was de koningin nog even schoon als op den dag toen ze als jonge gelukkige bruid naar het koninkrijk van haar echtgenoot gekomen was. Henriette vatte het medaillon vast en liet hierbij haar hand een oogenblik op zijn hals rusten. „Waarom beef je, mijn vriend?” riep ze uit. „Neen, het hoofd omhoog! Zijn wij te leelijk om aangezien te worden ?” „Ah, nu zie ik het,” ging ze voort. „Een schoon gelaat, werkelijk ! Wie is dat meisje ?” „Madame, het is mijn moeder 1” „Uw moeders beeltenis ?” herhaalde de koningin peinzend. „Ja, je gelijkt op haar. Wel, laat ons nu het briefje gereed maken. Ziezoo dat is klaar. Lees den inhoud ” H. M. de Koningin, vergezeld van' Generaal Snijders inspecteert de troepen. (foto C. G. Weers). KAPITEIN BERKHOUT van de „Titan”, die zich beijverde velen der zeelieden van de getorpedeerde Engelsche kruisers te redden. O’Neill nam het kleine epistel en trachtte de achterzijde van het medaillon te openen. De koningin keek er naar, een minuut lang. „Wat beven je handen. Laat mij je even helpen, kom hier!” O’Neill kwam naderbij. Iets in zijn gelaat en in zijn houding waarschuwde haar voor een uitbarsting van zijn devotie, die heel iets anders was, dan de toewijding van een hoveling voor zijn vorstin. Zij zag op hem neer, terwijl hij daar geknield lag en wist dat hier iemand was die alles zou geven wat men hem vroeg zonder iets terug te eischen. Zij opende het medaillon, deed er het briefje in en sloot het weder; vervolgens rees zij op, met haar beide handen op zijn schouders rustende. „Haast je op de reis. We zullen naar je terugkomst uitzien.” Hij rees eveneens op, instinctief, om den druk harer handen zoolang mogelijk te voelen. Het was een moment van verrukking. Betooverd, boog hij zijn hoofd naar haar bekoorlijk gelaat; hij hield den adem in, bevreesd de betoovering te breken. „Vaarwel, mijnheer !” Ze legde haar koude blanke hand op de zijne; even aarzelde hij, toen vatte hij haar hand en bracht die hartstochtelijk aan zijn lippen. Een oogenblik schrok de vorstin, het was alsof een vuur haar hand beroerde. Zacht trok zij deze terug en keek hem aan toegevend, berouwvol en met eenig zelfverwijt. „God spare u, O’Neill,” ze zacht. En O’Neill, het hoofd oogen, als stond hij voor een heiligenbeeld liep achterwaarts naar de deur. Een week later bevond O’Neill zich aan de kust van Shoreham. Zonder geld, zoöals de meesten van zijn stand, was hij te trotsch geweest geld voor de reis te vragen, en zoo zag hij zich nu genoodzaakt het verdere van den tocht te voet af te leggen met nauwelijks geld genoeg voor een sober maal in zijn zak. Vier dagen later bereikte hij Ottery St. Mary. Hier ontmoette hij een troep Roundheads te paard, dien hij slechts ontkwam door een rivier over te zwemmen. Terwijl hij den tegenovergestelden oever beklom, kreeg hij een kogel in den arm. Hij lette hier niet op, want hij had slechts één gedachte : den afstand tusschen zichzelf en zijn vervolgers zoo groot mogelijk te maken Hij rende voort over een moerassigen grond, waar een wilgenbosch hem een goede schuilplaats bood. Eensklaps werd hij bevangen door een duizelig gevoel; hij viel neei tusschen de struiken, bewusteloos door bloedverlies. Toen hij weer tot bewustzijn kwam, was het geheel duister; hij lag daar tusschen nat riet en struiken en voelde zich erg zwak. De morgenzon verkwikte hem een weinig, hij richtte zich op, doch hij kon nauwelijks staan en was niet in jtaat zijn tocht naar Exeter voort te zetten. Hij was wanhopig. Daar zag hij iets wat hem weer eenigen moed gaf: op een honderd meter afstand stond een hut. Als hij daar hulp kon krijgen, zou hij misschien verder kunnen reizen. Hij strompelde er heen en op zijn kloppen werd de deur geopend door een vrouw met een kind op den arm „Goede moeder,” smeekte hij, „om ’s hemelswil help mij!” Hij behoefde niet verder aan te dringen, de vrouw was vriendelijk genoeg. Ze zette haar kind neer en geleidde hem naar een stoel, sneed zijn goed open en verbond de wonde zoo goed mogelijk. Juist wilde ze wat voedsel voor hem halen, toen ze een blik door het venster werpende, uitriep: „Mijn man en de soldaten ! Vlucht I” O’Neill waggelde naar buiten in het door de zon beschenen veld. Spoedig hoorde hij geroep en een dozijn soldaten kwamen op hem toeloopen. Een oogenblik trachtte hij nog zich te verdedigen, maar hij was er te zwak voor. In een oogenblik was hem zijn zwaard afgenomen en stond hij daar gebonden, een gewonde, hulpelooze gevangene. (Wordt vervolgd).
PDF
Nummer
1914, nr.15, 5 oct. 1914
Blad
07
Tekst
KONINKL. NEDERL. SIGARENFABRIEKEN T? ' 1 P-P - Amsterdam - Eugene Goulmy&Baar S-Hertogeni>osch Mad= Recamier 5 cents Sigaar. Onder contróte van het Rotercontröie Station, GELDERLAND -OVERUSEL 'teDEVENTER ONDER RIJKSTOEZICHT. wSw LEVERING DIRECT AAN BLIKVERPAKKING GEDEPONEERD PARTICULIEREN. voo. export. HANDELSMERK FR.bP. in GEDECOREERDE SCHUIFKISTJES. SUIKERZIEKTE. Mij. ORVIËTANOSE, Nicolaïstraat 23, den Haas. Na een driejarig bestaan kan men spreken van burgerrecht. Orviëtanose heeft dit recht verkregen temeer nu een bekend en geacht medicus te Haarlem, de Heer F. Lochnaar Docter, deze Orviëtanose in een open brief, die op aanvrage gratis wordt toegezonden, aanbeveelt. DE RECORD SIGAREN VAN NEDERLAND. V WTEN HAVE^< KALVERSTRAATKJ HET spW AMSTERDAM WANDTEKSTEN | KERKBOEKEN BUBELSCHE PLATEN PRACHTWERKEN ^oooZWITSERSCH E PHOTO STOKHUYZEN’S VRUCHTEN LIM. merk „RHENA”. ’t Hoogst bereikte op ’t gebied van Limonade. 1.1. Slogmlilnp- en MM, Jlphen a. d. R. P. SLUIS. VOGEL-EN PLUIMVEEVOEDER LEVENSVERZEKERINGMAATSCHAPPIJ „D O R D R E C H T” GEVESTIGD TE DORDRECHT. OPGERICHT IN 1873. MAATSCHAPPELIJK KAPITAAL: TWEE MILLIOEN GULDEN. De ,,DORDRECHT is een der oudste en grootste Maatschappijen in Nederland. Verzekerd bedrag ruim 103 millioen Gulden. Reserve ruim 27^2 millioen Gulden. Sluit alle vormen van Levensverzekering en Lijfrente tot concurreerende tarieven en onder de meest coulante voorwaarden. Solide en ijverige personen kunnen steeds in aanmerking komen voor een agentschap. ©1rz 1 1 Dames! Vanaf f 1.50 zend ik U franco huis een MOOIE HAARVLECHT volgens foegezonden staal. Van uitgevallen Haren worden mooie Vlechten gemaakt a f 1.— H. DE GROOT, Kapper. Aelbrechtskolk 3, Rotterdam. Telefoon 637. „CHARTREUSE-TARRAGONE:» |Ëft venfë parfouhAgent gènèralIA.VERBUHT.TiIbuig VERKRIJGBAAR B'J MEER DAM !□□□ Sigarenwinkeliers Fabrikaat F.vam DARDIMDE&ce EINDHOVEN =HOLLAND Verte ou blanche A.R D£ WAART. J" COMPLÉTE MÊUBILEERING ISIHOEL.29. AfibTCKDMMI nrkTTKTTd? T6.L n?u92!4 □..HStSZÜ VRAAGT GEÏLL PRIJSCOURANT sinoeu ou oecxcxzn 2 mim-vamaf ROHPfc mTH-fttRKP-3 CtnTR-. STATlOMG-i» MOOIE VORMEN. Wondervolle Buste en blanke huid verkrijgt en behoudt iedere Dame van eiken leeftijd door mijn methode. Uitwendig gebrtlik. Succes gegar. Zend adres en 5 cents postzegel en U ontvangt gratis inlichtingen. Malson NIEMANN, Adam, Da Costakade 43 M, huis. Spreekuur 11 'sm. — 9 ’s av. DE „SWAN” VULPEN Geschikt voor ELKE hand; is wereldberoemd als = DE BESTE --------- = Wacht U voor namaak I Geïllustreerde Prijscourant gratis. Verkrijgbaar bij alle solide handelaren in schrijfbehoeften en aanverwante artikelen. Hoofdasenten: GEBRs. POLAK, afd. SWANvulpen, VLISSINGEN.
PDF
Nummer
1914, nr.15, 5 oct. 1914
Blad
08
Tekst
VERPLAATSBARE FORTEN. Frankrijk heeft een nieuw schietwerktuig gekregen, vervaardigd in de Creuzotfabrieken, welke kanonnen vooral goede diensten zullen bewijzen bij de verdediging van groote steden. De geheele batterij kan zeer vlug met bijbehoorende ammunitiewagens en observatietoren over rails verplaatst worden. BRAND IN DE MUNT TE UTRECHT. Dinsdagavond brak er brand uit in het nieuwe Muntgebouw te Utrecht. Groote schade is aangericht in het smelthuis en in de stempel- en medaille-fabriek. Door de autoriteiten werd nog niet toegestaan, opnamen in het gebouw te maken. HOE ER VOOR ONZE JONGENS AAN DE NEDERLANDSCHE GRENZEN - GEZORGD WORDT. Padvinders gaan met een versierden wagen rond in Zuid-Limburg teneinde couranten, tijdschriften enz. voor onze militairen op te halen. DE SLAG AAN DE AISNE. — DE ENGELSCHE ARTILLERIE IN ACTIE. NEDERL. ROTOCRAVURE-MAATSCHAPP!J. LEIDEN.
PDF
Nummer
1914, nr.15, 7 oct. 1914
Blad
09
Tekst
No. 15B 7 Oct. 1914 2E Jaargang DIT nummer kost afzonderlijk «71 / /”CklT gekocht / I2 VXNI VOOR BELGIË 20 CENTIEMEN UITGAVE VAN A. W. SIJTHOFF’S U I TG E V E R S-M AATS C H A P P IJ , LEIDEN Redactie en Administratie: DOEZASTRAAT 1 - Telefoonnummer 1 ABONNEMENTEN PER JAAR /5.2O FRANCO AAN HUIS BEZORGD VOOR HET STADHUIS TE BRUSSEL DE DUITSCHE BEZETTING VOOR DE FRAAI GEBEELDHOUWDE HOOFDPOORT VAN HET STADHUIS TE BRUSSEL
PDF
Nummer
1914, nr.15, 7 oct. 1914
Blad
10
Tekst
DE PROVIANDEERING VAN PARIJS. Parijs heeft een groote kudde runderen bijeengebracht, welke op een veilige plaats grazen en die bij een eventueele belegering tot onderhoud van garnizoen en bevolking zullen moeten dienen. Onze foto toont een der omrasterde graasplaatsen. DE INNERLIJKE VERZORGING komende betaling en door haar sympathie voor den soldaat die voorbij trekt, gesteund. In vijandige streken gaat het niet zoo gemakkelijk en de gewelddadige wijze van proviandeering is een der onderdduizenden gezonde, krachtige mannen, in den bloei van hun leven bevinden zich in het veld. Naast de vermoeiende en zenuwspannende marschen en gevechten, welke hun invloed ongetwijfeld doen gelden, werkt ook het langdurig verblijf in de open lucht, dat voor velen een ongewoon iets is. Het behoeft dus geen betoog dat er voor alle legers één groote noodzakelijkheid bestaat en wel dezelfde noodzakelijkheid: die der innerlijke verzorging. Er kunnen aan het menschelijk lichaam groote eischen gesteld worden, meer dan men in normale tijden gelooft, doch ten slotte wordt de gevechtswaarde van den troep toch voor een niet gering gedeelte bepaald door de wijze waarop de intendance werkt. Het is een bekend gezegde, dat vaststelt dat niet alléén de generaal, die de troepen leidt en hun bewegingen bestuurt de overwinning mogeiijk maakt, maar dat de stille veldheer die voor de innerlijke zorging goede voorbereidingen nam, aan het succes of den tegenslag zeer sterk mee werkt. En deze stille veldheer heeft met buitengewone moeilijkheden te kampen. Zijn taak komt toch maar al te vaak in botsing met de opvatting van den „vechtgeneraal”, die van de troepen snelle opmarschen, onverwachte wendingen, onttrekkingen, bestormingen vraagt. De plannen van dien vechtgeneraal zijn dus begrijpelijker wijze heel vaak in strijd met die van den „eetgeneraal”. In een vorig opstel betoogden wij, hoe wij vreesden dat deze krijg een uiterst moeilijk probleem stelde aan diegenen welke de verzorging der gewonden tot taak hebben. Men kan met even groote zekerheid beweren, dac ook aan de intendance zeer zware eischen werden gesteld. Zoolang de troep door een goed bevolkte en welvarende streek trekt, onverschillig of er vriend of vijand woont, is er betrekkelijk gemakkelijk voedsel te krijgen. De bevriende bevolking reikt dit natuurlijk gaarne, zeker van de haar toeHOE ER VOOR „TOMMY ATKINS” WORDT GEZORGD. Men weet dat de Engelschen hun soldaten met dezen naam betitelen. Wij willen ons hier niet in het ontstaan dezer benaming verdiepen. Interessanter lijkt ons het beschouwen der foto, welke aantoont hoe het moederland de troepen aan het front niet vergeet. vele schaduwzijden van den oorlog. Afgescheiden daarvan blijkt ook heel spoedig, nadat voorafgaande troepen voor zichzelf gezorgd hebben en niet veel meer overlieten, dat er van verschen aanvoer geen sprake kan zijn. En dan moet de soldaat vaak dagen wachten, teeren op het meegenomen proviand. Conserven, soepblokjes en dergelijke doen hun diensten terwijl er naar een stuk brood en een frisschen dronk wordt verlangd. In dezen oorlog, vooral op het westelijk Europeesche slagveld ontmoeten vooral de Duitsche troepen deze moeielijkheden. Zij staan ver van hun eigen proviandeeringsbasis, in een omgeving die al reden heeft om hun niet te hulp te komen, in een landstreek waar zij zelf de proviandeeringsmoeilijkheden verzwaard hebben. Het is dus geen wonder, dat de verhalen die uit brieven en mededeelingen doorlekken, allesbehalve rooskleurig zijn. En al tracht de intendance alles bij elkaar te halen, van een „genoeg” kan onmogelijk overal sprake zijn. Frankrijk verkeert in dit opzicht in veel gunstiger condities. Achter het Fransche leger ligt een breede landstreek die aan het eigen heir natuurlijk alles leveren kan wat noodig js, en van de geallieerden kan ook van uit Engeland langs de Fransche zeehavens gemakkeliik aanvoer worden aangebracht. Het is bij den slag aan de Marne gebleken, dat de proviandeeringskwestie waarlijk niet zonder invloed op het verloop der gevechten was. En het is geen al te vrije profetie, wanneer men voorspelt dat ook in het tegenwoordige stadium deze zelfde vraag een zeer machtige inwerking zal blijken te bezitten. VELDKEUKENS IN HET OOSTENRIJKSCHE LEGER. De veldkeuken, in haar meer en meer volmaakte samenstelling, is voor den soldaat te velde een groote uitkomst. Al wordt er maar een eenvoudig maal mee klaargemaakt, deze spijs is toch zeker veel beter dan de proviand, die in den ransel meegenomen wordt of, nog erger, hier en daar moet worden ingezameld. HOE DE DUITSCHERS PROVIANDEEREN. Wat niet gegeven wordt, kan worden genomen. Dat is een oorlogsgebruik, dat de Duitsche troepen in België maar al te zeer toepassen. Brussel diende de laatste dagen als proviandeeringsmiddelpunt. En deze foto, welke ons vanuit deze plaats bereikte, zal onzen lezers een duidelijk beeld van de toepassing dier zoogenaamde „oorlogswetten” geven. \ x I
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1066 tot 1070 van 11897