|
WAT DE MAAIER NIET TOT ZICH NAM
t was 22 Augustus j.1.
50 jaar geleden, dat te
Genève het overgrootste
deel der Staten de
overeenkomst teekende,
welke hetwerk derliefde
op de slagvelden reglementeerde.
Bii de
Conventie te Genève, aangevuld door de
Haagsche overeenkomst, werd vastgesteld,
dat de dragers van het Roode Kruis als
neutralen, zoowel op het slagveld als bij
den zeeslag, moesten worden beschouwd.
In die 50 jaren is er heel wat veranderd.
En de taak van hen, die de levens
trachten te redden, welke nog niet door den
grooten Maaier als zijn oogst zijn verklaard,
is er zeker niet makkelijker op geworden.
Met des te meer eerbied moet men dan
ook de onverschrokkenheid begroeten,
welke telkens weer voor dezen zwaren
arbeid in dienst der menschenliefde wordt
getoond.
Doch met onverschrokkenheid alleen
komt het Roode Kruis er niet meer, er
behoort ook een organisatie toe, waarvan
elk onderdeel moet kloppen. Men kan de
werkzaamheden over twee groote groepen verdeelen. De
eerste geformeerd door diegenen, welke de gewonden
Een gunstige zijde is er bij al deze donkere punten.
Het moet geconstateerd worden, dat de moderne geweerTreffend
was de oproep, die Prof. Noyons van uit
Leuven de wereld inzond: Komt toch ons helpen, wij
kunnen niet al het werk af en er liggen op de slagvelden
honderden gewonden, die anders voor altijd verloren zijn.
Roode-Kruissoldaten bij de vervulling van hun plicht.
van de plek, waar zij getroffen werden, weghalen, en de
tweede, bestaande uit artsen en verplegers, strijdendom het
gewonde menschenlichaam voor de toekomst, met zoo
weinig mogelijk blijvend letsel, te bewaren.
Waar veldslagen geleverd worden door legers, welker
aantal in de millioenen loopt, wanneer de lijn, waarlangs
dezen strijd gestreden wordt, met honderden kilometers
moet worden gemeten, waar de wetenschap van de vernietiging
tot op zijn hoogst is opgevoerd en met de
grootste verbittering wordt toegepast, daar wordt een
geweldig aantal wonden geslagen.
De enkele beschrijvingen in de dagelijksche pers, welke
geloofwaardige verslagen geven, doen een gevoel van
overweldigende beklemdheid ons hart bevangen. Hoe zal
het zelfs met de beste organisaties, met ambulances,
voorzien van motoren en paardrijdende verpleegsters,
mogelijk zijn om ook maar een d?el van de ellende te helpen
lenigen. Hoe velen zullen onnoodig voor altijd op het
slagveld blijven. De moderne oorlog is wel een vreeselijk
iets.
* *
♦
Bij alle legers zijn in elke afdeeling de ambulance-soldaten
aanwezig, doch het is zeer te betwijfelen of hun aantal
bij een verwoeden strijd voldoende zal zijn. Men denke
zich eens in de toestand die er moet heerschen in de
loopgraven, welke in Noord-Frankrijk aan beide zijden
zijn gegraven. Daar staan de soldaten in lange rijen en
van de overzijde tracht de artillerie door welgemikt
schoten hun stellingen onhoudbaar te maken. Veldgeschut
van zwaar kaliber doet zijn granaten met steeds kleiner
tusschenpoozen ontploffen.
Hoeveel gewonden zullen in deze, voor heel andere
doeleinden gemaakte graven, de eeuwige ruste onder onbeschrijfelijke
pijnen ingaan....
* ♦*
En toch trekken de beroeps- en vrijwillige verplegers
als helden uit. Zij doen wat mogelijk is. Ook zij kunnen
ondanks hun ijver en hun menschenmin niet het onmogelijke
doen.
HOE DE GEWONDEN UIT LOOPGRAVEN WEGGEHAALD WORDEN.
De vreezeis zeker groot, dat, ondanks den zoo volmaakten
vorm, waarin de dienst van het Roode-Kruis werd georganiseerd,
ondanks het uitstekende materiaal, deze oorlog
een veel grooter percentage aan verloren gegane gewonden
zal moeten aantoonen. De groote getallen vermisten,
welke op de verlieslijsten van alle partijen voorkomen,
spreken er helaas van mede.
Een Priester, een gewonde helpend.
kogels in tal van gevallen een veel minder gevaarlijke wonde
dan vroeger maken.
Door de groote snelheid, waarmede deze kogel door
het lichaam gaat, is de blesseering niet zoo kwaadaardig.. Wanneer niet bepaald edele deelcn worden geraakt, dan
geneest de wond snel en is de angst voor wondkoorts niet
zoo groot. Doch granaatscherven en dergelijke doen hun
vreeselijk werk nog even als vroeger.
Wij hopen van harte dat onze beschouwing te pessimistisch
zal blijken, ofschoon wij er aan twijfelen.
En hoe vieeseliik de waarheid ook moge zijn, geen
verwijt treft daarom de groote schaar van vrouwen en
mannen, die het hunne deden om leed te voorkomen en
te verzachten.
Zij hebben in alle landen hun uiterste
best gedaan, doch ook hier kwam de
onverbiddelijke eisch van den oorlog, die
geen kunstschatten spaarde, en toonde hoe
er ook met menschenlevens niet te rekenen
valt.
De groote Maaier heeft zijn vreeselijke
oogst wel geweldig zien toenemen.
De Kathedraal te
Reims verwoest
een der volgende bladzijden
vinden de Panorama-lezers
een afbeelding van het wondermooie
bouwwerk, dat nu
als slachtoffer van den oorlog
viel. De Kathedraal te
Reimswaseen zeer bijzondervoorbeeld van Fransche Gothiek.
Zij vertoonde in de rijkheid harer onderdeelen sen zoe
Vrijwilligers, een gewonde dragend.
groote verfijning, dat vaak het beeldhouwwerk der in steen
gehouwen figuren aan het meest kunstige ivoor-snijwerk
deed denken.
En ondanks dezen overvloed van detail, welke den meesters
van de Gothiek zoo lief was, had de bouwheer toch de
schoonheid van het geheel niet uit het oog verloren.
Robert de Coucy wordt als de schepper van dit werk
genoemd, doch zooals bij dergelijke gebouwen meestal geschiedde,
aan de voltooiing en vervolmaking werkten veel
andere kunstenaars mede. Iets wat te begrijpen is als men
weet dat aan deze kerk in 1212 werd begonnen en in den
loop van de 14de eeuw de voltooiing pas werd bereikt. Ondanks
dit feit is de eenheid van het geheel niet verloren. Een
onzer beste kenners der oude architectuur, Prof. Evers,
noemde het gebouw de heerlijkste, meest volkomen schepping
der Fransche gothiek. Tot de merkwaardigste onderdeelen
van het reusachtige gebouw behoorden de twee torens en de
gebeeldhouwde portalen. De portalen van den hoofdgevel
trokken wel het meest de aandacht en behoorden tot het
schoonste, dat de Gothieke kunst heeft voorgebracht. Zij
waren drie in getal, het middelste was het grootst, en alle
drie waren overdekt met een overvloed van beeld- en lofwerk.
Tot de grootste versieringen behoorde ook het aan de voorzijde
der kerk aangebrachte reusachtige roosvenster, dat
12 Meter in doorsnee mat. Het inwendige van de Kathedraal
was door alle eeuwen heen zoo rijk mogelijk versierd,
het bevatte kostbare gobelins, schilderijen van Italiaansche,
Fransche en Vlaamsche meesters. De tresorie der kerk bevatte
onschatbare voortbrengselen van oude goudsmidskunst,
reliquiekastjes, kelken, bekers, wierookvaten, enz.;
verder ook kostbare kunstwerken in leder en ivoor. In deze
kathedraal zijn alle vorsten van Frankrijk gekroond, behalve
Hugo Capet die te Noyon, Hendrik IV die te Chartres, Napoleon
I die te Parijs de kroning ontvingen, terwijl Lodewijk
XVIII, Louis Philippe en Napoleon lil zich nimmer
hebben laten kronen. Zij werd voor de kroningsplechtigheid
gekozen, omdat zij in het bezit was van de heilige vaas met
zalf, die, volgens de overlevering, door een engel uit den
hemel was gebracht toen de heilige Remigius
|