Panorama

Blad 
 van 2380
Records 1016 tot 1020 van 11897
Nummer
1914, nr.12, 11 sept. 1914
Blad
03
Tekst
VEROVERDE FRANSCHE KANONNEN IN BERLIJN. Op onze voorpagina brengen wij ditmaal in beeld, hoe enthousiast in Berlijn de eerste op de Franschen buitgemaakte kanonnen zijn binnengehaald. Onvermengd is evenwel de vreugde niet; in hoevele huisgezinnen wordt niet reeds een echtgenoot, vader, broeder, zo~n betreurd en omtrent hoeveien, die vol moed den krijg ingingen heerscht er geen ongerustheid. En dit was wel degelijk te merken bij de gebeurtenis waarvan onze voorpagina en de drie bijgaande foto’s spreken: de stemming was wel feestelijk doch met een ondergrond van weemoed. En elke trofee die aan het publiek wordt vertoond zal telkens weer de gedachten doen gaan naar de duizenden krijgers, die hun leven lieten in vreemde landen. De foto links geeft de Kroonprinses, die naar het voorbijtrekken van den stoet kijkt, op de middelste foto ziet men de Duitsche soldaten op de veroverde kanonnen, terwijl de foto rechts de kinderen van den Kroonprins geeft, die ook naar den stoet kijken. ( Zer. Fotobur.) OORLOGS-VARIA DE TAAK DER PERS. In een der Engelsche geïllustreerde bladen vonden wij een alleraardigste teekening, waarin het optreden van enkele oorlogscorrespondenten op geestige wijze werd bespottelijk gemaakt. Zij liet vooral uitkomen, hoe in al hun correspondenties de wichtigheid van hun eigen persoon en wat zij zelf nou wel allemaal beleefd hadden naar voren kwam, doch hun werkelijke taak, het geven van nauwkeurige berichten achterwege bleef of als bijzaak werd behandeld. Deze spot moge in sommige gevallen maar al te zeer verdiend zijn, in hoofdzaak begrijpt de Pers, en zeker hier te lande, haar plicht. En deze is geen geringe. Want ieder denkend mensch leeft deze groote worsteling, welke wij doormaken, ten volle mee. Hij voelt achter de geleverde veldslagen, de verwonnen vestingen, de verwoeste steden, al dat krijgsgeweld, een op dit oogenblik nog niet ontsluierden achtergrond. En alléén door geregeld het verloop der dingen te volgen wordt hem NAAR DE GEVECHTSLINIE. Een Duitsche batterij trekt in galop naar de gevechtslinie. UIT HET DUITSCHE KAMP. Signaal: ,,De veldkeukens zijn aangekomen”. de geweldige les begrijpelijk, welke aan de menscheid te leeren wordt gegeven. De dagelijks verschijnende bladen geven, door de snelheid waarmede het bij hen binnen komende moet worden verwerkt, dikwijls 'niet in alle opzichten die bezonkenheid, welke men gaarne zou willen. Hun mag daarvoor geen verwijt treffen. Zij hebben geen tijd tot een nauwkeurig onderzoek der berichten. En daarin zit nu juist de waarde van de geïllustreerde bladen, dat zij de gebeurtenissen, naar waarheid in beeld brengen en als een „panorama” voor de lezers ontrollen. Wij gaan ons nu niet schuldig maken aan de fout in den aanvang van deze beschouwing genoemd, om alléén over ons zelf te praten. Maar het onderwerp bracht er ons toe er op te wijzen van hoe groote beteekenis juist deze geïllustreerde kronieken zijn. Zij blijven ook voor het nageslacht van gioote waarde. Wij kennen zeer vele lezers, die ons blad lezen, en het met zorg bewaren om later in staat te zijn hun kinderen nog eens de moeielijke momenDE COMMANDANT VAN LEUVEN MET ZIJN STAF AAN HET DINER. Hoe ernstig de toestand ook moge zijn deze officieren schijnen in elk geval hun goed humeur te bewaren. (Ver. Fotobur.) ten van weleer onder oogen te brengen. En omdat dit van zoo’n belang is, moet de geïllustreerde pers nog meer dan hare zuster, de dagelijksche, er voor waken, dat in haar kolommen geen foto’s voorkomen van dorpen in vlammende verwoestingen, welke nooit geteisterd werden of van allerlei andere ijselijkheden welke het resultaat van een handige ,,mise-en-scène” zijn, en niet het weergeven der werkelijkheid. Onzerzijds waken wij dan ook met de grootste nauwgezetheid dat onze illustraties naar foto’s of notities en schetsen ons door aanschouwers verschaft., de toets der werkelijkheid kunnen doorstaan. De tijden zijn te ernstig om op andere manier ons werk op te vatten. Wij begrijpen dat er op ons een plicht itst. Ook in de oorlogskroniek, die wij gereregeld geven, trachten wij zooveel mogelijk feiten te noemen. Lossé geruchten vermelden wii niet. Onze kroniek heeft enkel ten doel een beknopt overzicht te geven van het verloop van den oorlog. EEN LAATSTE GROET. Duitsche manschappen brengen een laatsten groet aan hun gesneuve’de makkers. Op de graven ziet men de ruwe houten kruisen.
PDF
Nummer
1914, nr.12, 11 sept. 1914
Blad
04
Tekst
PARIJS, IN AFWACHTING DER BELEGERING Van Parijs naarHolland. Over Dieppe. Folkestone, Vlissingen. E r was voor mij niets meer te doen in de Ville Lumière. Niet uit lafheid, maar omdat ik begreep, dat de mogelijkheid nabij kon zijn, dat elke mond meer, een last zou worden, besloot ik gevolg te geven aan den raad mijner vrienden in Holland, en huistoe te gaan. * ♦* Werkelijk, ik ben geen overdreven poëtisch aangelegd wezen. Daarvoor heb ik nooit tijd gehad in den feilen strijd in het leven, maar ik wil ’t ronduit verklaren, dat toen ik uit Parijs wegtrok, het mij was, alsof ik van een lieven vriend wegging, hem verlatend in hachelijke tijden. Den avond vóór mijn afreizen ben ik nog eens langs de boulevards geloopen, den bekenden, veelbetreden weg. De Ville Lumière leek een Ville des Ténèbres. Alle winkels gesloten: le patron parti pour la guerre. De straten stil en uitgestorven. De woorden uit het Boek Ruth kwamen mij in de gedachten, daar waar de Bethleamitische tot haar schoondochter zeide: noem mij niet meer Naomi de lieflijke, noem mij Marah de bittere. * • * Hoe het in Parijs was, in de dagen van de mobilisatie en daarna? Och, in de eerste week was er verwarring. Hoe kon het anders, bij zoo’n plotselingen uittocht, die van uit alle lagen der bevolking geschiedde. Het spoorwegmaterieel was voor de troepenverplaatsing noodig, dus stond het verkeer bijkans stil. Doch de opkomst der mannen gebeurde zonder morren. De vrouwen gedroegen zich hier niet minder heldhaftig dan bij onze Oostelijke naburen. Ik las uit de berichten, die mijn vrienden mij zonden, hoe de Duitsche bladen vol stonden van lof over de gansche natie, waarlijk, Parijs deed hiervoor niet onder. Men trok naar dezen oorlog, welke het overgrootste deel der bevolking als aan de Natie opgedrongen, doch daardoor onvermijdelijk beschouwde, met vastbeslotenheid. Tafereelen van wanorde kwamen bijkans niet voor. En in Parijs bleef het bestuur voortdurend, van den beginne af aan, de teugels van het bewind vast in de banden houden. * ♦* In de Hollandsche kranten hebben berichten gestaan die meldden, dat er in Parijs heftig geplunderd is en dat 4e winkels der Duitsche firma's het moesten ontgelden. Als een eigenaardige belichting van de juistheid dezer bewering, wil ik u een bijzonderheid vertellen, welke waarlijk treffend is. Opzettelijk noem ik geen namen. In Parijs heeft een firma van Duitsche origine restaurants, door de geheele stad verspreid*. De zetbazen, die in deze inrichtingen de verantwoordelijkheid dragen, zijn bijkans allen Franschen. Zij waren verplicht, voor het verkrijgen van deze post een borgtocht te storten. Al deze restaurants nu zijn op bijzondere wijze geverfd, zoodat men ze van buiten gemakkelijk herkent. In mijn straat, ik woonde in een buitenwijk, was ook zoo’n winkel. De zetbaas, een Franschman, die gehoord In het Bois de Boulogne is een groot aantal vee bijeengebracht, om in tijd • van nood aan de inwoners der stad tot voedsel te dienen. had, hoe in de oude stad de ,,Apaches” zich aan een plundering der winkels zouden hebben schuldig gemaakt, verfde in aller ijl de voorgevel zijner woning in een geheel andere kleur. Een bom door een Duitschen vliegenier in de straten van Parijs neergeworpen. Een dag daarna komt een troep mannen de straat in. Zij kijken uit naar de blauwe winkelpuien. Er is er slechts één, doch daar woont een waschvrouw. Een oogenblikje zijn de plunderaars in de war doch de troep weet raad. Van een lijst welke een hunner, blijkbaar de aanvoerder, bij zich had, werd het goede nummer afgelezen en de plundering daar volbracht. Lijkt het u niet buitengewoon onwaarschijnlijk, dat een „opgewonden menigte” op deze wijze te werk gaat. En vindt ge voor deze „oproer-uiting” geen juiste verklaring in het feit, dat de directeur der Etablissements, geen Franschman, spoorloos verdwenen is, met een groot bedrag aan borgstortingen 1 * ♦* Voor de proviandeering van Parijs is gezorgd. Nu voor en na het verplaatsen der regeeringszetel naar Bordeaux, talrijke families uit Parijs trokken, een goed voorbereide exodus, zal het ’t legerbestuui wel lukken, de kwellende honger langen tijd uit de veste te houden. Zoo is de algemeene opinie. Deze teekent zich voor het overige door een buitengewoon vertoon van berusting. Of het feit, dat men door de schaarschte der berichten zichzelf eigenlijk geen juist oordeel vormt, de oorsprong dezer kalme houding is, ik wil het niet tegenspreken. Het is een eigenaardig gezicht in het Bois, waar anders de elegante Parijzenaars hun morgenrit maken, nu de kudden vee onder gewapend geleide te zien grazen. Toch ligt er iets geruststellends in. En als zoodanig wordt het geapprecieerd. Heel veel indruk hebben de enkele vliegeniers, die van uit het vijandelijk kamp over de stad kwamen gevlogen, niet gemaakt. Men beschouwde dit als ..prouesses” zonder grond of nut. Parijs heeft zijn nachtspieders in het werk gesteld. De Eifeltoren, die tegen overvallen is gewapend, zendt zijn zoeklichtstralen door de lucht en ook van andere plaatsen draaien de lichtbundels rond, om te voorkomen, dat de stad vanuit de lucht overvallen wordt. La Ville Lumière dus in oorlogstoestand. * ♦ * Mijn reis van Parijs naar Dieppe kenmerkte zich door weinig bijzondere voorvallen, misschien vinden de lezers het „bijzonder”, dat in Parijs, zelfs op den dag van mijn vertrek, de treinen punctueel op tijd weggingen. De korte ervaring, welke ik in het vaderland op dit gebied had, leerde mij het buitengewone hiervan waardeeren. ’t Verkeer te Parijs was sterk verminderd, doch geregeld voortgegaan. * » * De boot naar Folkestone, welke anders vanuit Boulogne vaart, ging nu vanuit Dieppe. De overvaart was kalm, de boot niet overvol. In zee een aantal oorlogsschepen en verder bijna geen verkeer. Folkestone—Vlissingen was een overtocht bij heerlijk weer. Ook hier weipig publiek. De angst voor mijnen scheen velen weerhouden te hebben. De medevaarders toonden zich echter niet al te zeer geagiteerd. * * * Zoo ben ik behouden in ’t Vaderland aangekomen. Hoe zal Parijs het thans maken, met de steeds naderende vijandelijke troepen en die vreeselijke 42 Centimeters, welke voor Frankrijk als een Cauchemare zijn geworden... L. DE BELGEN VERDEDIGEN HUN VADERLAND TOT HET UITERSTE DE VERDEDIGING VAN MECHELEN. Telkens en telkens weer vallen de Belgische soldtaten de Duitschers aan en uit de berichten over de verliezen van de Duitschers blijkt voldoende hoe zij Mechelen blijven verdedigen tot het het uiterste. Telkens weer worden er nieuwe stellingen op gezocht en loopgraven vervaardigd.
PDF
Nummer
1914, nr.12, 11 sept. 1914
Blad
05
Tekst
IN HET VADERLAND TERUG. Onze foto geeft het moment weer, waarop de Belgische troepen in Ostende landen, nadat zij uit Namen teruggetrokken door Frankrijk zijn verder gegaan, om over ztie hun Vaderland weer te bereiken ter verdediging van Antwerpen. DE BELGISCHE MISSIE NAAR AMERIKA. DE DUITSCHE VELDPOST. Eenige dagen geleden is een Belgische Missie naar Amerika vertrokken, teneinde President Wilson In de bezette dorpen en in het Duitsche kamp bevinden officieel in kennis te stellen van de schending van het volkerenrecht door de Duitschers. Van links zich overal geïmproviseerde brievenbussen, zooals onze naar rechts: Graaf Lichterfelde, (secretaris); de Sadeleer, (Min. van Staat); Carton de Wiart, (Min. van foto er een Taat zien, vervaardigd van een sigarenkistje. Justitie); Hijmans, (leider van de liberale partij); Em. Van der velde, (leider van de socialistische partij). (foto Ver. Fotobur.) NIEUWE KRIJGSPLANNEN. HoezeerhetBelgische leger ook achteruitgedrongen is, toch schijnt de moed nog niet verloren te zijn. Deze officieren bestudeeren wederom de kaart. DE VERWOESTE BRUG BIJ ARGENTEAU. Teneinde den doortocht van de Duitsche troepen te beletten, hebben de Belgen de beroemde voetbrug bij Argenteau totaal vernield. DE BEIERSCHE TROEPEN IN HET BELGENLAND. Wel een schrille tegenstelling: de Beiersche soldaten strijden in het land en tegen het volk, waarvan de Vorstin een Beiersche is. (foto's Ver. Fotobur.)
PDF
Nummer
1914, nr.12, 11 sept. 1914
Blad
06
Tekst
W. G. VAN NOUHUYS, t de bekende letterkundige en tooneeldirecteur, die de vorige week is overleden. 't Noodlottige Schot. Episode uit een Burgerkrijg. Dr. L.. SCHAEPKENS VAN RIEMPST, die van den beginne af is opgetreden als de leider van het Lazaret te Maastricht. Gelijk de bladen reeds vermeldden, heeft deze dokter de in hem gestelde verwachtingen nog verre overtroffen; hij mocht den dank inoogsten van de vele gewonde Duitsche en Belgische soldaten en van de talrijke Belgische gewonde burgers. Z. K. H. Prins Hendrik betuigde hem herhaaldelijk dank voor hetgeen door hem gedaan is. H et was het jaar 1645. Bristol werd belegerd. De parlementstroepen hadden de stad ingesloten, terwijl Ruprecht van den Rijn haar voor koning Karei verdedigde. De insluiting werd iederen dag nauwer. Geen voedsel kon meer in de stad worden gebracht en — wat erger was dan alle tegenspoeden — de burgerij van Bristol was den verdedigers zeer vijandig gezind. Prins Ruprecht benoemde een raad van defensie,en hierin kwam men tot het besluit, dat het eenige middel om de stad te behouden hierin bestond, dat men trachten moest hulp van buiten te erlangen. „We moeten zonder uitstel hulp zien te verkrijgen/’ zei Ruprecht. „Lord Ashley is het dichtst bij, zijn leger ligt in Worcester. Als hij weet in welk een benarden toestand wij hier verkeeren, zal hij zonder aarzelen ons te hulp snellen.” „Wien moeten we zenden ?” vroeg kolonel Tillier. Ruprecht opende de deur naar de wachtkamer, waar zich verscheidene officieren bevonden. „Luttrell 1° De officier, die door den prins geroepen werd, was weinig grootei dan een knaap; hij was nochtans vurig, voorzichtig en vol energie. Waar hij echter gedurende het beleg te hard had moeten werken en te weinig had kunnen eten was zijn toch al nietige gestalte nog magerder geworden. „Ik wensch een boodschapper te zenden naar Worcester,” zei de prins. Luttrell’s oogen schitterden. „Zend mij, uw hoogheid !” verzocht hij. * » * Het was nauwelijks zeven uur op een Septemberavond en het was bijna duister. De regen die reeds eenige dagen viel, kwam harder neer dan te voren. Het was zoo koud ris het maar wezen kon voor den tijd van het jaar, en met iedere windvlaag kwamen tal van dorre geelgeworden bladeren naar beneden dwarrelen. De jonge Luttrell was koud en hongerig en tot op de huid toe nat; hij was aan den voet gewond, zijn paard was onder hem doodgeschoten en de vijanden, de Roundheads, zaten hem op de hielen. Terwijl hij moeizaam voortstrompelde langs den modderigen weg, en met inspanning telkens zijn in groote zware rijlaarzen stekende voeten uit de klei trekkende, vreesde hij elk oogenbiik boven het geluid van den neerkletterenden regen en den loeienden storm uit het geluid van zijn naderende vijanden te zullen hooren. Eindelijk bereikte hij een boerenwoning, alwaar een verlicht venster in de benedenverdieping hem het bewijs leverde, dat het bewoond was. Hij zag slechts een enkel persoon in de kamer, hij door het venster naar binnengluurde; een kleine jongen, die op den vloer voor het open haardvuur zat. Tranen stroomden langs het kindergezichtje, terwijl het angstige blikken wierp in de donkere hoeken van het vertrek. „Wat een schande een klein kind als dat achter te laten,” dacht Luttrell. Hij stootte het venster, dat niet gegrendeld was, open en klom in de kamer. „Wees maar niet bang, kleintje,” zei hij tot het verschrikte kind, dat in den kleinen jongensachtigen persoon, gekleed in de zware wapenrusting, klaarblijkelijk een vreemd monster meende te zien. „Kijk, ik ben geheel alleen. Wil ik het vuur eens aanwakkeren 1” Hij wierp zijn soldatenmantel uit en begon het vuur op te rakelen. „Hoe kom je zoo alleen in huis, kleine man ?” „Toen de soldaten kwamen, zijn allen weggeloopen,” antwoordde het kind. Het gelaat van den vreemdeling boezemde het ventje vertrouwen in. „Wat! Soldaten?” „Ja soldaten op paarden, allemaal gekleed in staal en leer. Ze droegen gele sjerpen.” „Waar is je vader, kleintje?” Nu kwamen de waterlanders opnieuw. „Vader is weg om doodgemaakt te worden. Voor deze soldaten kwamen er nog anderen. Ze wilden al onze koeien om zelf op te eten en al ons hooi voor hun paarden. Vader wilde ze niet geven en toen hebben terwijl DE HAAGSCHE SCHOUWBURG GERESTAUREERD. De Haagsche Schouwburg, die, zooais men weet, sedert langen tijd gesloten was omdat de bouw niet aan de politieverordening voldeed, is nu onder leiding van den architect Gost geheel gerestaureerd en het innerlijk totaal verbouwd. (foto C. J. de Gilde). ze vader meegenomen naar Worcester en daar gaan ze hem ophangen !” „Huil maar niet, vriendje,” zei Luttrell. „Ik ga naar Worcester en als je mij wilt helpen, dan zal ik uw vader weer thuis brengen. Luister, de mannen met de gele sjerpen zijn vijanden van mij. Ze zoeken naar mij en als ze me vinden, dan zullen ze mij dooden I” „Ben-je dan zoo’n slecht mensch?” vroeg het jongetje met verwonderde oogen hem aanziende. „Neen, neen,” antwoordde Luttrell, glimlachende. „Die mannen zijn slecht. Ze hebben een heele hoop menschen opgesloten ook kleine jongetjes en meisjes, en die willen ze nu laten sterven van honger. Ais ze mij nu dooden, dan ben ik niet in staat om al die arme menschen te helpen en je vader ook niet. Daarom moet je maken dat ze mij niet vinden. Als ze terugkomen, zal ik mij verbergen, en dan moet je hun hiervan niets zeggen.” „Dat lijkt wel verstoppertje spelen,” riep het kind uit. „Dat is ’t ook! En vertel me nu: hoe heet je vader!” vroeg Luttrell, zich afvragende of het in zijn macht zou liggen den man te bevrijden. „Vader heet Marris,” zei de jongen. „Mijn naam is Raymond. En hoe is de uwe?” „Dennis!” Luttrell begon nu het kind te vertellen van de booze daden der Roundheads en van de onschuld der andere soldaten van zichzelf in het bijzonder en was juist midden in zijn verhaal, toen hij boven storm en regen uit het geluid van naderende ruiters hoorde. Hij stond op en sprak het kind vriendelijk toe. „Raymond, luister nu eens. Daar komen de soldaten aan. Ik zal in deze kist wegkruipen. Als ik het deksel gesloten heb, moet je er een paar kussens op leggen en hierop net doen of je slaapt.” Luttrell kroop in de kist en deed het deksel dicht. Hij hoorde de kleine Raymond heen en weer loopen, zeulende met kussens en dekens en hem eindelijk op de kist kruipen. Eenige minuten gingen in stilte voorbij. Toen daverde het opeens van geweldige slagen op de voordeur en klonk van buiten het bevel om open te doen. Geen antwoord krijgende braken de soldaten de deur open en traden voorzichtig het huis binnen. De deur van het woonvertrek werd opengeworpen en een menigte ruwe mannen vulden het vertrek. HET LAATSTE TELEGRAM BRUSSEL—ANTWERPEN. Bij het naderen der Duitsche troepen zonden de telegrafisten uit Brussel nog een laatsten groet naar hun collega’s in Antwerpen, welk telegram in Antwerpen is gefotografeerd. Raymond rees op en zat bevende op de kist. „Wat is dat ?” riep een officier uit. „Waar zijn de menschen die hier wonen ?” „Allen weggeloopen,” antwoordde de knaap. „Er is geen mensch meer hier.” „Is dat waar?” „Ja, ik ben den geheelen dag alleen geweest.” „Is hier niemand verborgen ? Je zult er slecht afkomen als je de waarheid niet spreekt.” De man nam den jongen bij den arm en schudde hem ruw dooreen. „Ik was den heelen dag alleen, en heb niemand gezien,” antwoordde de kleine dapper. „De man kan niet ver meer zijn,” zei de officier tot zijn minderen. „Daar ben ik niet zoo zeker van,” zei een der soldaten. „Hij is ons in de duisternis ontsnapt.” „Ben je de., geheelen dag hier in de kamer geweest?” vroeg de officier nogmaals met onderzoekenden blik het vertrek rondspeurende, als verwachtte hij zijn slachtoffer in een of anderen donkeren hoek te zullen ontdekken. „Ja, den geheelen dag,” antwoordde Raymond. „Komt, mannen,” zei de Roundhead, „we verliezen hier onzen tijd, laat ons gaan !” Ze doorzochten het geheele huis en nadat ze zich verzekerd hadden, dat er niemand te vinden was, vertrokken ze. Toen het geluid der vertrekkende soldaten geheel was weggestorven, opende de kleine Raymond voorzichtig de kist en fluisterde : „Het is in orde ! Ze zijn allen weg!” De rest van den nacht ging zonder wedervaren voorbij. Luttrell dekte den kleine zorgvuldig toe boven op de Rist en viel toen zelf bij den haard in slaap. Nauwelijks brak het daglicht door of Luttrell werd wakker, stond op en haastte zich om te vertrekken. „Goede reis, Dennis,” riep de knaap hem toe. „Ik hoop dat de booze mannen je niet dooden zullen.” * * * Aan den avond van dien dag, was Richard Marris, die uit de gevangenis te Worcester had weten te ontvluchten, op weg naar zijn woning. Terwijl hij voortsloop onder bescherming van het struikgewas, zag hij een ruiter die in galop op de stad toereed. Het was Dennis Luttrell. De torenspitsen der stad Worcester zag hij reeds voor zich opdoemen en hij verheugde zich reeds dat het hem gelukt was . ijn zending te volbrengen, toen de man in het struikgewas, die met haat tegen de koningstroepen bezield was, zijn pistool ophief en op den ruiter afvuurde. De ongelukkige, doodelijk getroffen, zwaaide met de armen in de lucht en viel toen ruggelings in het gras. „Zou hij aood wezen,” dacht Mar.is en begaf zich naaf de plek waar zijn slachtoffer lag. Hij was niet dood en toen Marris zich over hem heenboog, opende hij de oogen. „Zijt ge voor den koning?” vroeg de gewonde stamelend, onbewust van het feit dat zijn moordenaar voor hem stond. „Ja !” zei Marris. Het was laag, gemeen om dat te zeggen, maar hij zei het „Ik vrees, dat het met mij gedaan is,” ging Dennis Luttrell voort. „Op mijn borst bevindt zich een brief.... Geef dien aan lord Ashley ... in handen .... zonder uitstel. Zeg hem .... dat hij zich ... haasten moet of... Bristol zal. . . vallen. Vraag lord Ashley .... om zekeren Marris te sparen .... mijn naam is Dennis Luttrell.... Nooit zou hij meer uittrekken met prins Ruprecht. Diens dapperste officier lag dgod op het natte gras. „Groote God — wat heb ik gedaan!” riep Marris uiten sloeg vol wroeging de handen v^or’t gelaat. ♦ * ♦ De kleine Raymond zat op zijns vaders knie voor den haard. „Vader, ik zou wel willen,” zei hij, terwijl hij peinzend naar een oude kist keek die in een hoek van de kamer stond, „ik zou zoo graag willen, dat Dennis weer terug kwam, vader. Hij heeft het mij toch beloofd ! Waarom komt hij nou niet, vader1” De ruwe man barstte in snikken uit.
PDF
Nummer
1914, nr.12, 11 sept. 1914
Blad
07
Tekst
Pr’ns Hendrikkade 68. AMSTERDAM. Electro-Technisch Bureau. Telefoonnummers > 4827 en 10421. TelegramAdres: VELDRUM. KONINKL. NF.DEKL. SIGARENFABRIEKEN Eugène Goulmy&Baar’s-Herfogenbosch DEN HAAG. LONDEN. PARUS. ANTWERPEN. met de MOOtóTE TELEGRAM-ADRES: Onderscheidingen INTERC. TEL. N? 25 Mad= Recamier 5 cents Sigaar. | Onder contrxdcwhefBoterconfrólc Stehon. GELDERLAND OrER/JSEL ‘te DEVENTER. ONDER RUKSTOEZ/CHT. KINÖKA-MEPPEL. A.ft C COOE 4* a 5* M» GEDEPONEERD hanoelsmera LEVERING DIRECT AAN PARTICULIEREN. FR .F. IN GEDECOREERDE SCHUIFKISTJES MOOIE VORMEN. Wondervolle Buste en blanke huid verkrijgt en behoudt iedere Dame van eiken leeftijd door mijn methode. UitW&ldiS gebruik. Succes gegar. Zend adres en 5 cents postzegel en U ontvangt gratis inlichtingen. Maiscn NIEMANN, A'dam, Da Costakade 43 M, huls. Spreekuur I1’sm. 9’sav. Chateau du Solencon. - Coonac. STOKHUYZEN’S VRUCHTEN LIM. merk „RHENA”. ’t Hoogst bereikte op ’t gebied van Limonade. 1.1. Sloonriichtap- en MM, llphen a. d. 1 gooDiealiiat gratis op aanvraag CADEAU! 9C ledige Stelio Doosjes geven recht V|l|r)£n- I prachtigen HOtICiCFl ] ZEGT HET VOORT! A. v. d. HEIJDENs Leverpastei : DE BESTE. : Verweegen © ^ok Qmsterdam “Kalverstraat 88-90. Oen Tiaag Hoogstraat 25 'Reisartikelen Sederwaren „INNOVATION" A. HOOGENDIJK Jzn. Vlaardingen. IMPORTEUR der ECHTE D0UR0- PORTWIJNEN en CHAMPAGNE „QUEEN” Luxe proefkistjes: Portwijnen 4/2 fl. . . . . f 4.05 Champagne „Queen" 3j2 fl. . „ 4.50 tegen inzending van postwissel. ROTOGRAVURE: ’n ideaal-procédé | :: voor elk soort Drukwerk :: Het in de dagbladen zoo gunstig door H.H. Doctoren aanbevolen en beoordeelde recept voor Haarwater: BAYRUM 85 — L1VOLA DE COMPOSÉE 30 MENTHOL CHRIST I, is verkrijgbaar bij: Th. R. DE ZWART, Drogist, Nassaukadej 361, Amsterdam. UtrechtDEZWART&Co.Nobelstraat24^ Per flacon van 125 gram f 0.90, van 250 gram f 1.50 LICHT-en ROOKGAS Zonder Leiding. P. SLUIS VOGELEN PLUIMVEEVOEDER P. X VAN PINXTEREN, Tailleur. IJselmonde. (Telef. Int. «o. 4022 Met Rotterdam). -«- -h -ï American Importing Co. AMERICAN MANUFACTURERS AGENTS 197. KEIZERSGRACHT. AMSTERDAM. DE LOCHEMSCHE COOP. ZUIVELFABRIEK verzendt haar prima ROOMBOTER direct aan consumenten, door het geheele Rijk. Depót te AMSTERDAM: DE CLERCQSTRAAT 9. keizersgracht 17. A. AMSTERDAM. Abonnement voor één jaar Telefoon 6713. B. f7.50 per maand, bij vooruitbetaling. Een Jacquetkostuum. een Colberlkostuum, een Pantalon en een Fantasie vest of twee kostuums en een Demisaison. f5.50 per maand, bij vooruitbetaling. Een Kostuum, een Demisaison en een Pantalon, óf een Kostuum en Winterjas. De goederen blijven het eigendom van de geabonneerden. Dames-Mantelkostuums dezelfde conditiën SUIKERZIEKTE. Mij. ORVIËTANOSE, Nicolaïstraat 23, den Haag. Na een driejarig bestaan kan men spreken van burgerrecht. Orviëtanose heeft d’t recht verkregen temeer nu een bekend en geacht medicus te Haarlem, de Heer F. Lochnaar Docter, deze Orviëtanose in een open brief, die op aanvrage gratis wordt toegezonden, aanbeveelt. LA PLUS MENTHE FINE MARQUÉ VERTE COINTREAU en VEHTE PARTOUT » WTEN HAVENS IKALVERSTRAAThetsw»AMSTERDAM j Randteksten kerkboeken BUBELSCHE PLATEN PRACHTWERKEN ZWITSERSCHE PHOTOS THE CROWNFOUHTAIN Ptn. DE BESTt - VULPEN. VEERKRACHTIG! — juist als een stalen pen is de GOUDEN pen van een CROWN VULPEN. De punten zijn van echt (Natuurlijk) Iridium dus ONBREEKBAAR en ONVERSLIJTBAAR. Prijs f5.—. Met schroefdop f630. Safety model f7.50. Alom te bekomen. : GOODRICH-Banden. Gebr. DE WILDE, Rubber, AMSTERDAM.
PDF
Blad 
 van 2380
Records 1016 tot 1020 van 11897