|
EEN GOEDMOEDIG KOMPLOT NAAR HET ENGELSCH VAN
HOUGHTON TOWNLEY
Stal
Zooals reeds uit onze vorige nummers blijkt, ziin wij langzamerhand begonnen om, naast het actueele van den oorlog, dat steeds ons hoofddoel in dezen tijd blijft, onzen
lezers ook weer ontspanningslectuur te geven. Hieronder volgt dan ook het slot van de novelle, die door den oorlog eenige weken is vertraagd. Opdat ook zij, die ons
weekblad per los nummer koopen dit verhaal kunnen lezen, hebben wij het reeds verschenen gedeelte in ’t kort samengevat, zoodat hetgeen hieronder volgt nu één geheel is.
VERKORTE INHOUD VAN HET GEDEELTE UIT DE
VORIGE NUMMERS.
Evelinc Blount, een knap doch arm meisje, wordt door Mr. Michael
Fordyce, lid van het Lagerhuis en door Jack Tenterden, zoon van kolonel
Tenterden, bemind. Zij zelf heeft echter nog absoluut geen idee naar wien
haar hart neigt Door bemiddeling van Jack werd Eveline bij de Tenterdens
te logeeren gevraagd en Jack zelf begeleidde haar naar zijn familie.
Onderweg stelt hij haar op de hoogte van den toestand bij hem thuis:
Zijn vader, hoewel zelf geloovend dat alles terecht zal komen, heeft te veel
gewaagd met zijn speculaties en dreigt geruïneerd te worden en als dit
gebeurde zou Jack den moed missen Eveline te vragen. Op Dippingdene,
het landgoed van de Tenterdens aangekomen, verneemt Jack dat zijn vader
juist den dag te voren een boerderij heeft verkocht voor 20.000 gulden omdat
hij contanten noodig had. De effecten waren geborgen in de brandkast.
Voor dit geld wilde de kolonel weder Rubber-effecten koopen en om dit te
verhinderen neemt Jack in overleg met zijn moeder en zijn zuster het besluit
de effecten ’s nachts uit de brandkast te nemen en te bewaren tot
na de crisis. Het plan zou worden uitgevoerd alsof een werkelijke dief
zich door inklimmina toegang had weten te verschaffen, ’n Schroevendraaier
en een stallantaarn zullen zijn hulpmiddelen zijn bij
het plan. De stemming was dien avond zeer gedrukt en Eveline
was blij dat zij zich eindelijk alleen op haar kamer bevond waar
zij vanaf het balcon een prachtig uitzicht had op het park.
Plotseling werd haai aandacht cjetrokken door een kleinen
lichtcirkel op het grasperk en zag zij Jack nader komen en het
raam beneden haar kamer binnenklimmen. Zij begreep niets van
het geval en legde zich spoedig ter ruste. Den volgenden morgen
kwam men tot de ontdekking aat er ingebroken was — de effecten
waren verdwenen. De kolonel fras radeloos en Eveline voelde zich
doodongelukkig. Jack was plotseling in haar achting gedaald. De
politie werd van de inbraak in kennis gesteld en het onderzoek,
geleid door een detective, ving aan.
Reeds spoedig bemerkte de ervaren detective dat de inbraak het
werk was van den zoon en dat de moeder in het complot begrepen
was, zoodat hij het verstandiger oordeelde, de wet er buiten te
laten. Intusschen had de kolonel bericht ontvangen dat de stiiging
van de effecten begonnen was. Deze tijding bracht een alaeheele
ontspanning bij de van Tenderdens. Eveline echter stona er op
dienzelfden dag nog te vertrekken. Door kolonel Tenderden zelf
naar haar woonplaats gebracht, werd zij afgehaald door Fordyce,
die haar onderweg vroeg zijn vrouw te willen worden.
veline, wat heb je nu te zeggen?
„Ik. .. ik kan niets zeggen. Wacht
tot we dezen akeligen rit geëindigd hebben.
Ik ben dezen morgen erg zenuwachtig.”
Het was niet het antwoord dat hij
verwacht had. Ze reden in een zeer comfortabel
rijtuig. Hij was een oogenblik verbluft en stil; toen
begon hij den aanval opnieuw.
„Eveline, ik moet een antwoord hebben!”
„O, geef mij tijd om na te denken: Ik had niet
verwacht....”
Ze zag er zoo bleek en verschrikt uit, dat hij
verteederd werd.
„Coed, goed! Nu je het weet kan ik wachten.
Maar laat me niet lang in onzekerheid. Wil je
me morgen antwoord geven?”
„Morgen?... Neen, over een paar dagen t”
„Goedl dan over een week!” zei hij op zijn
zakelijken toon.
Ze gevoelde zich zoo hulpeloos. Hij meende
alreeds haar in bezit te hebben ! Daar was geen
ontkomen aan. En als zij hem nam, dan moest zij
Jack vergeten — die goede, zwakke, idiote Jackl
Fordyce hield zich trouw aan zijn woord en
wachtte, maar iederen dag zond hij haar brieven
en bloemen.
* *
Het bezoek van den kolonel aan de beurs had
hem in groote opgewondenheid gebracht. Ecksteins
voorspelling was uitgekomen. Het was een dolle
boel geweest. De rubbers rezen en werden tot
eiken prijs uit de markt genomen. De bankier,
die zelf nauwelijks wist wat hij met zijn geld
doen zou, gaf zijn besten vriend raad en de kolonel
keerde dien dag naar huis met de zekerheid dat zijn
rekening-courant met een paar ton in zijn credit vermeerderd
was.
De geschiedenis van de inbraak stond in alle kranten,
maar hij had nu geen tijd daaraan te denken. Die zaak
moest maar wat wachten.
De zelfgenoegzaamheid van den
kolonel maakte zijn familieleden wanhopig.
De detective was vertrokken,
nadat hij de zaak had opgelost, en
had mevrouw Tenterden bij zijn vertrek
meegedeeld, dat er slechts op
de toestemming van den kolonel gewacht
werd om den schuldige te
arresteeren.
Er was wederom een bijeenkomst
der samenzweerders in de bibliotheek.
„Wel moeder, watmoetenwe doen?”
„J ij moet het hem zeggen, Jack!
We kunnen niet toestaan dat een
der bedienden gearresteerd wordt.”
„Vervloekte geschiedenis!”
„Ik vind dat moeder het vertellen
moet,” oordeelde Isabel. „Hij zal
tegen haar minder woedend wezen.”
„Maar het plan was niet van mij,”
protesteerde de oude dame. „En wat
zal hij zeggen? Ik weet ’t niet!”
„Hij slaat mij tegen den grond of
zal het willen doen,” gromde Jack..
„Ik geloof dat ik een ezel geweest benu
Mij beviel de manier niet waarop die politiekerel tegen
mij sprak.”
„Geloof je dat hij de waarheid vermoedde?” riep Isabel
uit. „O, als ’t in de kranten komt!”
„’t Staat in de kranten,” antwoordde Jack mistroostig.
„Een oplossing van het geval kan spoedig verwacht
worden.”
Toen het hoofd des huizes binnentrad en zijn familie
zoo in plechtige vergadering bijeenzag, glinsterde er een
spottende uitdrukking in zijn oogen, overigens was hij in
zijn gewone opgeruimde stemming.
„Wel, wat is er? Waarom kijken jullie zoo sip? Heeft
de detective verteld dat hij den dief gevonden heeft?”
PRESIDENT WILSON.
Waar men in deze dagen meermalen den President van de Vereenigde
Staten van Noord-Amerika hoort noemen als een van de personen, die als
bemiddelaar zou kunnen optreden in den Europeeschen strijd, zal het onzen
lezers genoegen doen het portret te zien van den man, wiens naam op
zoo veler lippen is.
„Ik hoop van nietl” riep mevrouw Tenterden uit.
„O, John!”
„Wel, wel, wat is er toch aan de hand? Waarom zeg
jij niets, Jack?”
„Wel, vader.... dat zit ’m zoo! Die inbraak ....”
„Nu, wat is er?”
„De detective heeft ongelijk!”
HILDEBRAND-GEDENKTEEKEN.
Ter herinnering aan den lOOen geboortedag op 13 September a.s. van Nic. Beets, den beroemden schrijver van de Camera
Obscura, zal er te Haarlem een gedenkteeken worden geplaatst. Wij geven hierboven een foto van het bekroonde ontwerp.
Als bijzonderheid kan nog worden vermeld dat ter gelegenheid van dezen herinneringsdag bij de N.V. A. W. Sijthoff’s Uitg. Mij.
de achtste druk van de complete dichtwerken van Nic. Beets is verschenen, (foto P. Clausing ]r.)
„Ja?”
„Dat zit ’m zoo, vader!” begon Jack weer.
„Dat heb je al eens gezegd.”
„’t Is een beetje moeilijk uit te leggen. Er heeft geen
inbraak plaats gehad!”
„Praat nu niet zulken onzin! Er is wel ingebroken!”
„Och, zoo meen ik ’t eigenlijk niet, maar... ja ... de
zaak is__ik was de inbreker!”
„Jij?” riep de kolonel uit, een stap achterwaarts doende,
klaarblijkelijk van schrik.
„’t Was in uw belang!”
„In mijn belang?”
„In ons aller belang, John!” viel nu Mevrouw Tenterden
in. „De effecten zijn veilig opgeborgen, ’t
Was alleen om je voor je zelf te beschermen dat
we ’t deden, ’t Was__” „Heb je de effecten?”
riep de kolonel uit. „Ja, vader!” antwoordde Jack
zich haastende hem te kalmeeren.
„Neen, jullie hebben ze nietl”
„Wat bedoel je?” vroeg mevrouw Tenterden.
„Ik bedoel, dat ik ze heb.”
De drie samenzweerders keken elkander verbaasd
aan en de kolonel barstte in een luiden lach uit.
,,Jack, je zult nooit een goeie inbreker worden. De
detective had de effecten reeds binnen een paar uur
na zijn aankomst. Hij kreeg van mij toestemming om
een geheim onderzoek in te stellen door het geheele
huis. Geen plek is overgeslagen,ook je moeders kamer
niet. Terwijl jullie naar de kerk waart, werd het geheim
op gelost. De papieren werden gevonden in een
van je moeders japonnen.”
„O, John,” zuchtte mevrouw Tenterden. „Toen
wist ik natuurlijk dat er geen misdaad in het spel was,
alleen iets onverklaarbaars. Wie verborg ze daar?Dat
was nu de kwestie die moest worden opgelpst. De dief
werd spoedig gevonden door dit,” de kolonel liet een
zilveren lucifersdoos zien, „de persoon die de stallantaarn
aanstak, was blijkbaar een beetje verbijsterd
en liet dit in den stal liggen.” „Ik geloof dat ik een
ezel ben geweest van het begin tot het einde,” bromde
Jack. „We moeten de beweegredenen beoordeelen,
niet de resultaten. Als de zaken verkeerd geloopen
hadden, zou ik jullie ongetwiifeld dankbaar geweest
zijn, iets uit de ruïne gered te hebben, en dat was, geloof
ik, jullie bedoeling. Ze knikten allen. „Zooals het
nu eerst was, hadden jullie mij haast ineen wanhopigen
toestand gebracht, doch alles is ten beste gekeerd.”
„Wat ’n uitkomst!” riep Jack uiten allen
lachten. „Apropos,” vroeg de kolonel, „was juffrouw
Blount ook in het complot?”
„Neen, vader!”
, ,Zoo, dat was een fout, jongen! Zag jehaar gezicht
niet toen ze vertrok ? Ze was in een zeer opgewonden
toestand.”
„Maar ze weet niets van de geschiedenis. De zaak
is ... wel ik bemin haar en ik wilde haar ten huwelijk
vragen, maar...”
„Als de zaken zoo staan, dan deed je beter,
zoo spoedig mogelijk naar de stad te gaan en de
jonge dame te spreken. Ze sliep in de kamer boven
de hal. Jij volbracht je gymnastische handelingen
grootendeels vlak onder haar venster, en zij moet
alles gehoord of gezien hebben, of ik vergis mij sterk.”
„Goeden hemel!”
„Heb je er niet aan gedacht, dat zij door jouw levenmaken
moest wakker worden. Er is nog een ander concurrent,
jongelief! Een zekere mijnheer Fordyce ontmoette
haar aan het station te Paddington ...
„Ja? Drommels! Dan moet ik weg. Dadelijk! Ik bemoei
mij voortaan met niemands
speculatie meer, zelfs niet om ze
te redden.” En hij snelde de kamer
uit.
Eveline was bezig den heer Fordyce
een antwoord te schrijven, een
waardige, beleefde afwijzing, dat aan
den afgewezene nog een glimp van
hoop liet, toen Jack haar kamer instoof
met zijn nieuws en zijn bekentenis.
Zijn verklaring was haar een groote
troost en...
Moet er nog iets meer gezegd
worden?
Liefde is vergevensgezind.
Eveline schreef een anderen brief
aan den heer Fordyce en gaf zich
over aan haar geluk.
(EINDE).
|