|
OORLOG
■
ijn kleine jongen heeft den
heelen middag aandachtig
het spel gevolgd van de
jongens die „oorlog” spelen
in de straat en ik heb
gezien hoe zijn ziel baadt
in een zee van vergenoegen.
Zijn neusje bijna platdrukkend tegen
de ruit om toch vooral niets van het
schouwspel te missen, zijn knietjes rustend
in de breede vensterbank, zoo zit
hij al haast twee uren, geniet van het
helsche lawaai van een trommel en twee
deksels, het wapperen van een verkleurde
en gescheurde Nederlandsche vlag, het
blinken van een paarspeelgoedgeweertjes
en den luister van een menigte gekleurde
steken. Soms is de bende voor een kwartiertje
onzichtbaar
„Waar zijn ze nu, moeder?’ vraagt
mijn kleine jongen angstig,
„Ik denk naar den vijand, lieve jongen!
antwoord ik hem. — Zijn gezichtje wordt ernstig en een
heel klein rimpeltje komt tusschen zijn oogen Zoo wacht
hij zwijgend tot het leger weer terugkomt en langs de ramen
marcheert, onder heftig tromgeroffel, de brancard, door vele
kleine handen gedragen, tusschen hen in.
„Ze zijn er! O moeder! Ze zijn er allemaal, allemaal! ‘
jubelt mijn jongen.
Ik snel naar het raam en verheug me met hem over dezen
zegenrijken terugtocht. Dan zie ik hoe hij plots een weifelen
den blik werpt naar den brancard, waarop een joggie van zijn
leeftijd rust, zijn hoofd in verband
„Er is er een te véél, moeder ! die daar I is hij ziek ?”
„Ik denk dat de vijand hem zoo geslagen heeft, zeg ik
„Mógen ze dat ?” vraagt hij ontzet en dan er klinkt
voldoening in zijn stem — „nou, maar die zal vroeg naar bed
moeten, die dat gedaan heeft ! Hè moeder?
Ik strijk liefkozend over zijn blonde kopje, „Natuurlijk !”
zeg ik verontwaardigd, „misschien krijgt hij niet eens zijn
pap vanavond !"
Die straf lijkt mijn jongen te zwaar; hij kijkt me verschrikt
aan, dan gaat zijn blik weer naar den brancard, als om zich te
overtuigen of het misdrijf nu wel zóó erg is Gelukkig, zijn
medelijden heeft de overhand !
„Wel goed !” hoor ik hem mompelen „Akelige jongen !”
Mijn kleine jongen is ook soldaat. Waarschijnlijk heeft hr
in den nacht gedroomd van vaandels, trommels en vlaggen
of hebben zijn beentjes mee-gemarcheerd naar het slagveld,
hoe het ook zij ; zijn verlangen om ook soldaat te worden
heeft hem geheel te pakken en hij heeft zóó lang gevraagd
dat ik eindelijk toegegeven heb. Nu stapt hij door de kamer:
m een hel-blauw uniform met koperen knoopen. een sjako
en een lange blikken sabel met rosé kwasten Twee maai het
ik hem op moeten tillen om in den spiegel te kijken, dan
neemt hij zijn post voor ’t raam weer in en kijkt met begee»
rigen blik naar de troepen,
Natuurlijk, nu het verlangen naar uniform en sabel
bevredigd is, nu wil mijn jongen meestrijden, dat voel ik
wel en het duurt ook niet lang of ik hoor zijn stemmetje
vleierig zingend vanuit de vensterbank ;
„Wat spelen ze heerlijk, hè moeder en dan, na eer
kleine pauze, „wat doet nu eigenlijk, een soldaat ais hij
alleen is ? ~~ zooals ik " Kleine, engelachtige diplomaat!
Hoe handig weet hij mijn
medelijden op te wekken met
zijn eenzamen soldaten-staat !
„Zou je wel mee willen doen ?
vraag ik
Hij neemt mijn vraag niet
serieus, alleen zie ik zijn oogen
glanzen als bij het zien van een
niet-te-bereiken heerlijkheid,
„Neen I” antwoordt hij, met
een diepen zucht
Ik ga naar het raam en tik
een van de’soldaten, een buurtje,
om binnen te komen. De overigen
blijven in eerbiedige bewondering
voor het uniform
van mijn jongen voorhet venster
staan
„Wel Joost, gaat het nogal
kalm-aan bij jullie troep ? of
vallen er veel dooden ?”
Joost lacht triomfeerend.
„De vijand heeft al twee
dooden en vier gewonden, mevrouw
! maar wij —- wij zijn er
allemaal nog en hebben óók een
krijgsgevangene !”
Ik breng in gepaste bewoordingen
mijn hulde aan het
dappere leger en vraag of mijn
kleine jongen nog bij den troep
ingedeeld kan worder
„’k Zal ’t den Commandau
vragen, mevrouw'
Hij maakt rechtsomkeert er.
verdwijnt, doordrongen van zijr
RUSTENDE INFANTERIE
plicht. Even later stormt de Commandant zeh' binnen
blijkbaar heeft hij ’t bevel zoolang overgedragen
„Kom maar mee, joh !” roept hij, zijn prestige verliezend
„je mag vóóraan loopen D en den nieuw-aangeworven soldaat
bij de hand nemend, snelt hij met dezen de deur uit
„Niet te wild, hoor !” vermaan ik, en ga voor het raam
H. K. H. PRINSES JULIANA
In deze bijzondere tijden, nu de trouw der Nederlander.- voo
Vorstenhuis meer dan anders op den voorgrond treedt, zulle
dit portret van Prinses juiiana, genomen op eer van haat
zeke- op grooien prijs stelle
morceii'
f/.-r' -o
zitten om de verschillende bewegingen te kunnen volgen. Ik
zie hoe mijn jongen van alle kanten bewonderd wordt, hoe
ze voorzichtig zijn sabe betasten en over de rosé kwasten
strijken. Hij is zonder twijfel de mooiste soldaat vat den
troep
Nu wordt krijgsraad gehouden Aangezien er dien middai
al twee slagen geleverd zijn, moeten ze nu iets nieuws bede?
PENSIONAAT EIKENBURG EN DE OORLOG
Groep van het Bestuur van het Pensionaat Eikenburg te Eindhoven, eenige Eerw Broeders en de compagmes-comn tk U
Luitenant Langenhuysen van de 4e comp 43e Landweer-Bataillon Infanterie met zijn Vaandrigs Het Pensionaat herberg*
in de drie groote benedenzalen ruim 200 manschappen Een slaapzaal is ingericht voor he< Roode Krnu terwn ah*
Broeders zich als verplegers hebber beschikbaar geste
ken. Pietje van den kruidenier heelt
een vruchtbaar idee. Hij wil het lege?
in tweeën splitsen vriend er vijand
vier man op post zetten en een patrouille
op verkenning uit laten gaa
Mijn kleine jongen behoort tot de ver
kenners Natuurlijk heeft hn er geen
flauw besef van wat alles beteekent
maar hij schreeuwt dapper mee scherm
met zijn armen in de lucht er roep
„Oranje boven !” Tijd om naar mij te
kijken heeft hij begrijpelijkerwijs met
Daar gaat de patrouille den boet
om. Op den anderen hoek en in het
midden der straat staan de posten, twee
man sterk. Geen lachje komt op hut
gelaat, spiedend zien hun oogen naar
alle richtingen
Dan zie ik plots mijn kleine jongen de
straat weer inhollen, onbezorgd voorden
vijand. Mijn hart krimpt van angst om
zijn lot. Daar heb je het al I Met gevelde
bajonet springen de wachten op hem al
„Halt! het wachtwoord klinkt het
uit vier strijdlustige kelen
Mijn jongen kijkt beteuterd, begrijpt
natuurlijk niet wat er van hem verlangd
wordt en waarom ze hem vasthouden. Dan blikt de
soldaat in uitersten nood naar mij en roept met eer
verteederend stemmetje: „Ik heb zoon dorst, moekies
De wacht laat hem passeeren, nadat Pietje hem een pas
(een bonnetje uit zijn vaders winkel.) overhandigd heeft er
ik rep me om den dorstige te laven, waarop hu zich wede
met spoed naar de patrouille begeeft
Enkele minuten later is de straat verlaten, aller; zijn ze
onder hevig krijgsgeschrei om den hoek verdwenen en ik
begrijp dat er toch een slag geleverd wordt Hopelijk sparet
de grooten mijn kleine kereltje een beetje
Gelukkig duurt hun afwezigheid niet lang In de verte hoor
ik al hun gejubel, enkelen trachten hei ..Wilheimu te
zingen. Daar zwiert de bende den hoek om; op den brancam
ligt een gewonde; wie het is, zie ik niet. wan- ze hebben. er.
oude lap over hem heen gelegd
Maar waar is mijn jonger ? Hoor ik hem in de gang
Ik. doe de kamerdeur open en de kleine soldaa; dribbel
binnen, op iedere wang een dikke traan
Of ze hem geslagen hebben > vraag ik, den landsverdediger
m mijn armen drukkend
Hij legt zijn hoo'fdje op mijn schouder en tusschei snikke?
door vertelt hij zijn lee
Dat hij Jopie. zijn boezemvriend, moest slaan, omdat hij
vijand was en dat hij dat niet wou, omdat Jopie hen s mor
gens nog een knikker gegeven had ook, en dat Joost toen
gezegd had, dat hij geerpechte soldaat was en dat Jóóst toen
Jopie geslagen had en toen hadden ze jopie op óen bran
card gelegd en weggedrage
Ik kus en sus mijn kleiner; jongen, maar hi kar het niet
vergeter
„Gaat dat in den échten oorlog nu ook zoo snikt hi
„en mógen ze da' ■
Ik klem hem vast in mijn armen, innig dankbaar dat n*
hem nog niet voor grooter oorlogsgevaar hoef te behoeden en
dat ik nero nog behoeden k; ?
„ja. de gróóte menschen doen het óók , mijn jongen maar
eigenlijk mógen ze hel niet doer
Ik zoek naar woorden Hoe kan ik tegenover min- kind de
daden verantwoorden van staatshoofden vat du hoog
beschaafde menschen, die de slachting voorbereid*
Maar hij gaat gelukkig niet op het onderwen doo? Hij
slaat zhn armpjes om mijn hals en zeg* verslag* ..Doe
mijn .soldatenpat ma;u u
moeder 1 Ik wil geer soldaat
mee? zhn. nooit me*
Augustu:
DE GOEDE TIJD OM
ABONNÉ TE WORDEN
O
nze nummerverkoop
blijft steeck stijgen
Wii constateeren dit
met dankbaarheid, ornaat aaa
uit blijkt dat onze groote n
spanning om PANORAMA te
laten zijn het best geïnfot
meerde, geïllustreerd* blad
gewaardeerd wordt- Velen van
hen, die in den beginne om
blad per los nummer kochten
gaven zich ais abonné op Dat
is zeker verstandig. Want lang*
dezen weg hebben zij een gei
delijk voordeel en het groote
gemak dat elk nummer zo<
tijdig mogelijk wordt bezorgd.
Alle boekhandelaren zullen
gaarne bestellingen voot Pan*
rama-abonnementei 11 ont
vangst nemen Voo? slecht
f 1.30 per kwartaal ontvang
men ALLE nummers die ve
schitnen duc ook on exi?
ooriogsnummers, zooverre de/-
worden uttgegew
|