Panorama

Blad 
 van 2380
Records 696 tot 700 van 11897
Nummer
1914, nr.17, 22 april 1914
Blad
11
Tekst
FANCY-FAIR TE GENT. 7Aarcel Wyseur, Compère, Tienri de Tfemptinne Compère, (Foto Leen Gaiioo) Op 8, 9 en 10 Februari had te Gent in de prachtige salons van den Kon. Schouwburg, eene fancy-fair plaats, ingericht door de aristocratie van Vlaanderen. Eene revue „Gand & travers 1’exposition” werd ’s avonds opgevoerd door meer dan 50 dames en heeren uit de hoogste standen en bekwam den grootsten bijval, hetgeen te danken was aan Baronesse Herman della Faille d’H u y s s e, de inrichtster van dit schoon feest. Zij werd welwillend ter zijde gestaan door de volgende dames en heeren: Baronesse van Loo, Baronesse de Bieberstein, den heer en mevrouw Frédéric Vergauwen, den heer en mevrouw Christian de Smet de Naeyer, den heer en mevrouw Joseph Nève, mejuffrouw M. Herry, den heer Fernand Casier, den heer Max de Brombrugghe de Looringhe, den heer Wilfried Siffer en den heer Marcel Wyseur. Het muzikaal gedeelte, waarvan de liederen en koren voor de gelegenheid geschikt waren door mevrouw J. Bogen Van Rysselberghe, werd meesterlijk bestuurd door mevrouw Ernest Stas de Richelle. Photo's der huizen Boute en Sterck, Gent. 7Aej. yvonne van Sidth de ^eude. Sxamen & door p, Schravesande © §1] zaten tegenover elkaar, moederen dochter, ■| en ’t was kil en tochtig in het kleine achter- | kamertje, omdat de ramen niet goed sloten | en de gure Maartwind niet naar een kier f behoefde te zoeken om te dringen in de kleine ruimte en de beide menschen te doen rillen. Moeder naaide en zoomde, soms bijna slapend over het werk, dan plots opschrikkend en met een blik op het hardeentonig voorttikkende wekkertje haar arbeid hervattend, den arbeid, die op den duur haar gezondheid kosten zou en misschien wel haar oogen. Maar zoover zou ’t niet komen ... ’t kón immers niet! ’t Zou niet veel langer moeten duren, maar ’t was Goddank bijna ten einde. Zoo dacht en peinsde moeder onder het werk en ze sloeg even een dankbaren, blijden blik op haar dochter. Nanny was een teer meisje van ruim achttien jaar. Ze studeerde voor onderwijzeres. Bijna was ze er. Het was nog slechts de kwestie van een paar dagen, want morgen was de groote dag, dan was het examen. Zenuwachtig sloeg Nanny blad na blad om van het taalboek. O, die regels, die regels. Ze kón ze eenvoudig niet in ’t moede hoofd houden. Dat ze niét slagen zou daarvoor was ze geen oogenblik bang. Al de leeraars van de Normaalschool hadden haar verzekerd, dat ze gerust op kon gaan en grooten kans van slagen had. „Als je je maar niet zenuwachtig maakt, kind,” had de vriendelijke aardrijkskunde-leeraar gezegd. En d&t was het juist, waarvoor ze zich bang maakte. Als ze eens zakte door zenuwachtigheid 1 Maar ze moést thans moeder van dat ontzettend werk met de naald verlossen. Hoe lang had ze al niet gepiekerd met haar moede oogen en bevende hand! En waarvoor? Voor boeken en nog eens boeken. Ze begreep niet hoe moeder *t kon doen van het o zoo weinige geld dat voor het vermoeiende werk betaald werd. Maar ’t was nu uit. Vanaf de volgende week moest het beslist afgeloopen zijn. De haar zoo toegenegen leeraar in aardrijkskunde had haar verzekerd van een plaats op een nieuwe’ school, waar7Aevr. £éon de ‘Kerchove de Oenterghem. 7Aevr. de Smet de TMaeyer. van hij het hoofd goed kende. Dan begon er een ander leven voor moeder. Aan ’t eind van elke maand zoo vijftig gulden te kunnen geven aan haar, die, na vaders dood zich had opgeofferd en afgesloofd voor haar alleen ... Ze was weer heelemaal van de taalregels afgedwaald en staarde met vochtige oogen op het lieve, grijze hoofd, dan, haar moeder naderend, zei ze: „Moesje, zoudt u niet ophouden? ’t Is al half twaalf. U bederft uw oogen. Wat ben ik blij, moe, dat ik u nu toch eens wat rust kan geven. Dit is nu misschien het laatste werk, dat u hebt aangenomen. Heerlijk moesje?” TAej. yvonne van Êidth de Seude. Over haar bril keek moeder in het teere gezichtje. Ze maakte zich bezorgd over dit zenuwachtig, overspannen werk van haar eenig kind. En Nanny, ziende in de vermoeide, fletse oogen en hoorend de drooge kuch, bukte zich en kuste teeder moeders voorhoofd, denkend, dat het goed was als ze onderwijzeres zou zijn, want het mocht geen week, eigenlijk geen dag langer zóó. ’t Zou moeders dood zijn. „Dan verhuizen we, moe, uit dit benauwde, kleine kamertje en huren iets anders. Als we dan nog wat overleggen en zuinig zijn, kunnen we telkens iets nieuws erbij koopen en het heerlijk gezellig maken.” En Nanny sprak blij over de zonnige toekomst en de oudere vrouw luisterde met een gelukkig lachje en een dankbaren blik in de oogen. Zoo zaten ze, dicht tegen elkaar, tot het nacht werd en ze ter ruste gingen. ’t Was dan eindelijk morgen geworden. Nanny had weinig of niets geslapen en voelde zich ellendig. Toch wenschte ze moeder goeden morgen met blijden klank in de stem, wetend, dat dè dag van heden haar succes en onafhankelijkheid brengen zou. Er was een brok in haar keel en ze trachtte dat benauwend gevoel weg te slikken, maar het bleef en ze voelde, dat ze zenuwaohtig was, erg zenuwachtig. Eén boterhammetje at ze, meteen weinig thee door de keel gespoeld. „Nu, moesje, ik neem maar wat mee en blijf in ’t lokaal van twaalf tot één. Ik kan er toch koffie krijgen. U ziet me om een uur of vijf weer binnenkomen .. als onderwijzeres, met de akte”, schertste ze. „Dag kindje, dag Nanny, God zegen je hoor! Houdt je maar flink. Denk maar niet aan mij. 'k Zal maken, dat ik een lekker kopje thee heb met wat er bij vanavond 1” Beneden op straat hoorde Nanny het raam opengaan en zwaaide ze tegen moeder, die ze zag door een tranennevel terwijl ze toch op ’t oogenblik niet te schreien had. Ze naderde het examengebouw, ’t Zag er koud en ongezellig uit. De stijve, vierkante ramen kwamen haar voor als oogen, die weer, in haar, een slachtoffer onmeedoogend naar binnen lokten, ’t Sloeg negen uur en haastig holde ze de breede trappen op, hing hoed en mantel aan een. kapstok en trad, innerlijk bevend, het lokaal binnen, waarin ordelijk stonden geschaard de rijen
PDF
Nummer
1914, nr.17, 22 april 1914
Blad
12
Tekst
PANORAMA FRANS VERSCHAEVEt Hierboven het portret van den door een ongeluk gedooden Belgischen militairen vlieger Verschaeve. tafeltjes, bedekt met de schriftelijke opgaven en blanke vellen papier. Het afroepen der namen begon en de candidaten namen successievelijk plaats. „Mejuffrouw Nanny Berghuis” hoorde ze en, met een schok ontwakend uit haar gepeins over thuis, nam ze plaats aan het haar aangewezen tafeltje. ’t Wilde volstrekt niet vlotten en ze werd steeds zenuwachtiger. De lieve, moede oogen van moeder zagen haar van tusschen de regels zoo bemoedigend aan en haar gedachten dwaalden af, naar huis... naar de nieuwe school TENTOONSTELLING VAN TEEKENINGEN UIT „DE NOTENKRAKER". Hierboven een overzicht van een gedeelte van de tentoonstelling die gedurende de Paaschdagen georganiseerd was van teekeningen uit „De Notenkraker”. waar ze een plaats zou krijgen als ze geslaagd was .. . Als ze slaagde, ’t moést, en ze dwong haar gedachten terug te gaan naar de droge taalregels, die weer weg waren uit haar geheugen. Eindelijk sloeg het twaalf uur, met korte, harde slagen. „Mag ik den candidaten verzoeken het schriftelijk werk in te leveren?” En met bevende hand reikte ze de beschreven vellen over, niet tevreden over dien morgen. Daar, plotseling, zag ze de belangstellende oogen van haar aardrijkskunde-leeraar voor zich. „Wel Nanny, goed gewerkt?” „’k Weet niet, mijnheer, ’k geloof van niet”, klonk het gesmoord. „Maar kind, maak je toch niet zenuwachtig. Je kunt immers vanmiddag met mondeling nog veel ophalen, als ’t nu niet zoo best mocht zijn.” ’t Begon om één uur en haar eigen leeraar examineerde haar voor aardrijkskunde. „Nu, Nanny, noem me ééns eenige beduidende rivieren in Duitschland met de plaatsen eraan?” Ze was volkomen op haar gemak en begon kalm te vertellen, kijkend in het vriendelijk gelaat van den onderwijzer. Ze wist, toen ’t was afgeloopen, dat ze voor aardrijkskunde ruim voldoende had. Toen volgde taal, opvoedkunde, natuurkunde... Ze had weer dat benauwende gevoel in de keel, toen ze zat tegenover de andere examinatoren en dwaalde af, meer en meer. Toen omvatte haar het denkbeeld, dat ze wel eens zakken kon en wanhopig dwong zij haar gedachten bij het werk, bij de vragen en antwoorden. De laatste vraag was gedaan, haar laatste antwoord gegeven... Ze wachtten, alle candidaten, in zenuwachtige spanning het resultaat van hun werk. . . Eenige met een overmoedigen lach op het gelaat van wel-geslaagdte-zullen-zijn, de meeste met bangen twijfel in de oogen. Eindelijk begon het afroepen der namen en één voor één verdwenen de candidaten in het kleine kabinet waar, achter de groene tafel, de examencommissie troonde. „Mejuffrouw Nanny Berghuis”, klonk het en met knikPI ET VAN NEK’ De Hollandsche wielrenner Piet van Nek deed Zondag 11 April tenge volge van het springen van een band, een doodelijken val in het Velodroom te Leipzig. Den volgenden dag is hij in het gasthuis aan de bekomen schedelbreuk overleden. kende knieën trad ze de kamer binnen, hoorde ze de korte toespraak, die haar meldde, wat ze reeds gevreesd had; dan, aan ’t einde... „dus kunnen we u tot onze spijt de akte niet uitreiken.” Ze klemde de lippen opeen en draaide de commissie, die haar medelijdend nazag, den rug toe, met haar smal figuurtje verdwijnend in de breede gang. Eenmaal op straat snikte ze ’t uit, krampachtig den zakdoek tegen den mond gedrukt. O, voor haarzelf was ’t niet zóó erg, maar voor haar moesje! Ze kón ze haar niet overbrengen, die harde tijding. Hoe moest het nu gaan? Moeder mócht niet meer werken voor haar, geen dag langer, geen uur! De nieuwe school, ’t gezellige huisje, ’t was alles wèg, wég voor immer .. . Ze was in hun enge straat en keek angstig naar de smalle raampjes. Ja, moeder keek en zwaaide. Mat wuifde ze terug, en steeg de donkere, steile trap op. De deur werd driftig geopend. „Wel kindlief, kan ik je feliciteeren?” vroeg moeder, Dan viel ze om moeders hals en in snikken uitbarstend vertelde ze haar het wreede van de moeilijke vragen, haar slechte antwoorden, van alles. . . „’t Is niets voor mij, moesje, ’t is voor u, dat ik ’t zoo verschrikkelijk vind. Wat moet U beginnen? Ik wil niet, dat u opnieuw begint met dat ellendige werk”,snikteze. „Kom, kom, kindje, Nanny, ik kan het nog best een jaartje volhouden; ’t is niet zoo erg, hoor, ’t zal nog wel gaan”, zei moesje en ze voelde, dat het ook voor haar een teleurstelling was. ’t Zou niet gaan, geen maand meer. De geregelde klanten hadden al geklaagd. Maar daarvan repte moesje niet. Ze legde haar mageren arm om Nanny’s middel en de oude vrouw leidde het meisje naar den gemakkelijken leunstoel. Toen ging ze stil naar het keukentje. Daar stond een mooie ruiker voorjaarsrozen. Met bevende hand zette ze de bloemen weg, uit het gezicht. Nanny mocht ze nü niet zien. Een traan viel op de rozen ... © © © Daar, waar in Nederland alles in het werk gesteld wordt om den drank te bestrijden, is het toe te juichen, dat steeds meer alcoholvrije dranken in den handel worden gebracht. Ofschoon de in omloop zijnde merken limonades, enz. alcoholvrij zijn, is het echter ook een vereischte, dat de bestanddeelen onschadelijk voor den verbruiker zijn. Een dezer dagen zal in Holland in den handel worden gebracht „Ala-Cola Deze drank is licht koolzuurhoudend, bezit geen enkele der onaangename eigenschappen van samenstelling, smaak en nawerking, welke het gebruik van allerlei z.g. geheelonthoudersdranken tot het strikt noodzakelijke beperkt houden, en bestaat uitsluitend uit goede, de gezondheid bevorderende bestanddeelen, heeft een aangenamen, pikanten smaak en bleek daar, waar het artikel reeds in den handel is, volkomen aan de behoeften van den geheelonthouder te voldoen. HET PAASCHCONGRES VAN DE S. D. A. P. In Tivoli te Utrecht is gedurende 3 dagen het groote jaarlijksche congres van de S. D. A. P. gehouden. Hierboven een overzicht van een gedeelte van de zaal.
PDF
Nummer
1914, nr.17, 22 april 1914
Blad
13
Tekst
i r, i.n in 1 r, r\ din mam i jlh Ari^j ENKELE MEDEDEELINGEN OVER VERLICHTING IJ de verlichting van winkels worden menigmaal groote fouten begaan; het doel van een winkelverlichting toch is in de eerste plaats het vestigen van de aandacht op de uitgestalde goederen, terwijl men tevens de aandacht wil trekken van het publiek en het als het ware doo*r een lichtreclame toeroepen: „Hier is een gebouw, waarin voor u wat valt te zien!” Geheel ten onrechte wordt gewoonlijk te veel aandacht geschonken aan het tot-hetgebouw-trekken van het publiek door middel van een buitengewoon sterke verlichting buitenshuis. Eigenlijk mag niet worden gezegd dat „er te veel aandacht aan wordt geschonken”, maar dat het gebezigde middel onjuist is. Want het algemeen toegepaste middel is om buitenshuis vlak voor de winkelruiten zeer sterke booglampen op te hangen; dit is glad verkeerd, want weliswaar trekken die buitenlampen een oogenblik het publiek, doch de sterke lichtflikkering, die door de terugkaatsing van het licht in de winkelruiten ontstaat, vermoeit de oogen en is oorzaak, dat het publiek veel te spoedig het oog van de uitstalling afwendt. Gansch anders is het wanneer de verlichting binnenshuis, vooral in de etalagekasten zeer sterk is, zonder dat echter de lichtbronnen zelf in het oog kunnen worden weerkaatst. Wil men de aandacht op het gebouw vestigen, dan kan men daarvoor sterke lichtbronnen, zooals moderne gloei- of booglampen gebruiken, mits deze lampen zóó hoog komen te hangen, dat zij b.v. wel de aan den gevel aangebrachte reclameborden beschijnen, doch op zoodanige wijze, dat het licht niet in de winkelruiten wordt weerkaatst. Het brengen van licht vóór de winkelruiten heeft nog het groote bezwaar, dat wanneer, zooals het gewoonlijk het geval is, de lampen buitenshuis een sterker lichtuitstraling geven dan de lichtbronnen in de etalagekast, de winkelruiten van spiegelglas meer of minder een weerkaatsende werking gaan uitoefenen, waardoor de toeschouwer zijn eigen beeld in de spiegelruiten gaat zien; de uitgestalde goederen vertoonen zich daarbij nooit helder. Is de binnenverlichting sterk en de buitenverlichting afwezig of hoog geplaatst, dan zal dit weerspiegelen slechts in zeer geringe mate optreden. Ook moet men er bij de verlichting van etalages aan denken, da’t wanneer de lampen uitsluitend van T>oven naar beneden uitstralen, èr altoos hinderlijke schaduwen optreden. Om dit te vermijden moet men aan de zijkanten en onderlangs het vensterkozijn ook lichtbronnen aanbrengen, die door geschikt geplaatste reflectoren hun licht op de uitgestalde goederen werpen, doch voor het oog van den toeschouwer nagenoeg onzichtbaar- zijn. Voor een zoogenaamde kozijnverlichting zijn de z.g. lijnlampen (ook wel linolitelampen genoemd) zeer aan te bevelen. Teneinde sterke lichtbronnen voor het oog onzichtbaar te maken en het licht op de uitgestalde goederen te concentreeren, kunnen de z.g. Indra-ornamenten goede diensten bewijzen. In den Haag in den omtrek van de Groenmarkt kan men verschillende typen van winkelverlichting aanschouwen. Als verkeerd type zouden wij willen noemen het magazijn van de firma Dijckhoff, als goed voorbeeld het nieuwe gebouw van de Bonneterie, terwijl de winkel van Schröder Indra-ornamenten in de etalagekasten vertoont. In de Bonneterie en bij Dijckhoff heeft men lijnlampen in de kozijnen. Daar de moderne electrische verlichting bijna uitsluitend gebruik maakt van metaaldraadlampen en deze lampen een zeer sterken glans hebben, wordt het menschelijk oog door de gewone metaaldraadlampen onaangenaam aangedaan. Ditzelfde is ook het geval bij het hangend gasgloeilicht. Deze op het netvlies van het oog inderdaad storend werkende straling van de moderne verlichting heeft men getracht weg te nemen door het matteeren van de glazen ballons. Doch ook de gematteerde moderne verlichtingsbron doet menigeen nog te pijnlijk aan. Sinds korten tijd is men ornamenten gaan construeeren die eene verblinding van het oog vrijwel absoluut tegengaan. Getrouw aan ons streven om onze lezers op de hoogte te houden van datgene wat hun op technisch gebied kan interesseeren, willen wij de aandacht vestigen op het zoo juist verschenen ornament, dat zeer geschikt is voor sierlijke winkelveilichting (Afbeelding 2). Het ornament dient voor halfwattlampen van 600—3000 kaarsen lichtsterkte. De bovenschaal is van zuiver Amerikaansch kolophaneglas, dat door zijn prismatische ribben een eigenaardige diffuse lichtverdeeling te voorschijn roept. De onderschaal is van satijnglas, dat de lichtuitstraling, die bij halfwattlampen voor het grootste deel naar beneden plaats vindt, aanmerkelijk verzacht zonder groot verlies te weeg te brengen. Deze ornamenten worden door de Deventer Glas-Maatschappij en de firma Philips te Eindhoven hier te lande in den handel gebracht. Voor verlichting van eetkamers en kantoren worden sinds enkele dagen door de firma Zélander te Amsterdam ornamenten van bijzondere constructie aan het publiek aangeboden. Deze ornamenten dragen den naam van Lamella-Diffusoren. Afbeelding 3 toont ons duidelijk hoe de constructie van dit ornament is. Het licht van de lamp wordt n.1. door prismatische lamellen gebroken. De lamellen zijn gedeeltelijk van mat- en gedeeltelijk van helder glas, zoodat de lichtstralen van de lamp, die anders het oog verblinden, nu zonder aanmerkelijk lichtverlies eene volkomen diffuse werking te voorschijn roepen. Afbeelding 4 toont ons een soortgelijk ornament, waarbij de lamellen een. veel vlakker vorm hebben, zoodat het licht meer naar beneden wordt geworpen. Uit den aard der zaak kunnen deze nieuwe lamelladiffusoren zeer goed worden toegepast voor verlichting van schrijftafels. De firma Schanzenbach te Frankfurt a/M., die deze constructie van lichtdiffusoren heeft uitgevonden, heeft o. i. eene zeer schoone oplossing gevonden van een practisché tafellamp, waarbij het mogelijk is het licht van de lamp in iedere richting te doen werpen. (Afbeelding 5). Doordat het ornament altoos in het centrum van den cirkel blijft, behoeft men voor omvallen niet te vreezen. De moderne lichtbronnen, waarover wij beschikken, hebben als ’t ware een geheel nieuwe kunst in het leven geroepen, n.1. de kunst om het licht, dat door een lichtbron wordt uitgestraald, zoo gunstig mogelijk te verdeelen. Men zal binnenkort gaan spreken van de techniek der verlichting en het zal ons streven zijn om al het nieuws, dat op het gebied der verlichtingstechniek aan den dag treedt, ter kennis te brengen van het Nederlandsche publiek.
PDF
Nummer
1914, nr.17, 22 april 1914
Blad
14
Tekst
TOILETZEEPEN ERASMIC De naam ERASMIC biedt garantie voor fynequaliteit, heerlyke parfum en chique verpakking. Verkrygbaar in Parfumerie-en Luxemasrazynen en by apothekers en drogisten. Alleen verkopers voor Nederland, Firma B. MZINDERSMA, Sneek. Ben l'aag 12, Cornelis Speelman trant. Supra Costuums Confectie, doch volmaakte pasvorm. Supra Costuumsgeven den drager dat onbeschrijfbare stempel van gratie en houding, waaraan men terstond den correcten man herkent. Supra Costuums vernietigen elk vroeger vooroordeel tegen confectie en het bewonderenswaardige systeem, waarop ze vervaardigd worden, verzekert een onberispelijken pasvorm voor elk figuur. Men lette o. a. op de breede belegsels, de prima voeringen de verdere duurzame wijze van bewerking. Zichtzendingen door het geheele land. Magazijn Nederland KATTENBURG & Co. ROTTERDAM - AMSTERDAM DEN HAAG - UTRECHT HAARLEM AAN DÉN RAND VAN DEN AFGROND DOOR FRANK H SHAW (Vervolg) ERWIJL zij toekeken, zagen zij een ouden man een ijzerdraad heetmaken in een spiritusvlam, totdat bij gloeide, toen doopte hij hem in een pot, die een kleverige massa van het bedwelmende middel bevatte, daarna draaide hij hem ineen en hield hem weer in de vlam, tot hij brandde en deed toen het propje in een langgesteelde pijp met kleinen kop, en bracht deze toen naar een opiumschuiver, die zacht smeekte om een nieuwen voorraad van het genotmiddel, dat hem helpen zou om alles te vergeten. „O, is het niet vreeselijk? Is het niet afschuwelijk?” zei Bessie. „Dat menschen toch zoo laag kunnen zinken 1” „Het zijn geen echte menschen: het zijn maar Chineezen,” zei Maxwell sussend. „Kom een beetje dichterbij en kijk eens naar hen.” Huiverend naderde zij en keek neer op vele zonderlinge gezichten: Sommige hadden verwrongen gelaatstrekken evenals in den doodsstrijd, andere hadden een vredig of dof gelaat, totaal zonder menschelijke uitdrukking. Het was geen verheffend gezicht. Maxwell nam de lamp uit de hand van zijn geleider en liet haar schijnen in een donkeren hoek; zonder het te willen volgde Bessie de richting van het licht. Plotseling schrok zij en boog zich voorover. Jack, daar ligt een blanke man, kijk, er is geen twijfel aan !” „Waarachtig ! daar heb je er een. Ik moet zeggen, dat ik niet graag blanke menschen in dit hol zie.” Hij wilde weggaan, maar Bessie vroeg hem te blijven, terwijl zij voortdurend het licht liet schijnen op die in elkaar gedoken menschelijke massa, die op een smerige brits lag. In weerwil van het licht sliep Jem Baker vast door, terwijl hij misschien droomde van drinkgelagen in de omstreken van de stad. Hij had geen ongunstig gezicht. Hij zag er naar uit, of hij vroeger een flinke man geweest was, maar zijn verslaafdheid aan opium had hem zijn mannelijke eigenschappen doen verliezen. Zijn wangen waren ingezonken en geel, zijn jukbeenderen staken vooruit. Hij had zich al sedert langen tijd niet gewasschen — sedert hij zijn schreden gericht had naar deze hut. Zijn kleeren bestonden uit vodden en waren ongeloofelijk vuil. Hij haalde gelijkmatig adem. Eens speelde er om zijn verkleurde lippen een flauwe glimlach, die niet alleen misplaatst, maar zelfs stuitend was om aan te zien. „Hij ziet er erg aan lager wal geraakt uit, Bessie. Ik stel voor, om weg te gaan.” De eigenaar van de hut gaf, haastig sprekend, eenige inlichtingen aan Ah Foo, die ze zoo goed mogelijk vertolkte. „Die blanke man,” zei hij „komt hier geregeld; eens was hij een heer, een gewichtig man. Maar nu komt hij hier opium rooken; soms gaat hij een poosje weg, maar hij komt altijd weer terug. Een jaar, twee jaar — hij gaat nooit ver uit de buurt.” Maxwell keek neer op den man, die eens een heer was geweest en een plotselinge afkeer greep hem aan. Daar hij geen ondeugden had, ging het zijn begrip te boven, hoe een blank mensch zoo diep kon zinken. Hij kon zich voorstellen, dat zeelieden vergetelheid zochten voor hun leed en ontberingen in woeste drinkgelagen, maar hij wist ook, dat er menschen waren, die zich uit eigen beweging aan bedwelming overgaven en hij verachtte ze uit het diepst van zijn hart. „Kom mee, Bess, kom mee,” zei hij; maar zij wilde niet. Zij boog zich over het afzichtelijke gelaat heen en bestudeerde het met een smartelijken blik, terwijl al haar vrouwelijk gevoel tot haar sprak. „Hij is heel knap geweest,” zei ze. „Werkelijk heel knap, Jack. Kijk eens naar zijn voorhoofd: het is het voorhoofd van een denker. Hoe jammer van hem — o, hoe jammer 1” Maxwell haalde onverschillig de schouders op. ,,Het is natuurlijk zijn eigen schuld, lieveling; wij kunnen er niets aan doen.” Zij draaide zich om en was voor het eerst, sedert zij getrouwd was, eenigszins verontwaardigd. „Schaam je, Jack ! Moet niet iedereen alles beproeven om —,om menschen te helpen, die het noodig hebben?’ „Maak je niet boos, meisje 1 We kunnen dezen armen duivel op geen enkele manier helpen. Hij is aan het opium verslaafd en al doe je dan nog zooveel moeite, hij kan er geen afstand meer van doen.” De eigenaar van de opiumkit was naar Ah Foo toegegaan en door zijn blikken en gebaren werd het Maxwell duidelijk, dat hij pogingen deed, om hen uit de hut te krijgen; misschien wenschte hij niet, dat men al te veel belang zou stellen in den blanken man. Van het begin af aan had hij geprobeerd om hem voor hun blik te verbergen, want Jem Baker was een gestadige bron van inkomsten voor hem; zoodra de man geld had, snelde hij naar de .plaats, die hem geluk en vrede gaf. (Wordt vervolgd). ENNER-MEUBELEN WETTIG gedeponeerd Is 11 H. ELLENS. INV. NOORDWOLDE. FR. Te bekomen door de voornaamste Meubelhandelaars, of direct van de Fabriek ..... CATALOGUS OP AANVRAAG VERKRIJGBAAR --------- N.V. NêDERLANDSCHE RlETVLECHTFABRIEK - NOORDWOLDE FR.
PDF
Nummer
1914, nr.17, 22 april 1914
Blad
15
Tekst
Groeneveld,Ruempol & C°. Telefoonnummers 4827 en 10421. Telegram Adres: Prins Hendrikkade 68. AMSTERDAM. Electro-Technisch Bureau. VELDRUMAr 's avonds STEEDS FIlaA/?la ____________________________________________-/ Vraagt stalen en modeplaten van onzevoorjaars- en zomer>nouveautés voor costumes en blouses: Crênoti, Imprimés, Duchesse, Chinés, Crêpe de Chine, Schweizer Mousseline, etc. vanaf 65 cents per Meter in zwart, wit, en gekleurd. Wij leveren uitsluitend gegarandeerd solide zijden-stoffen direct aan particulieren, franco en vrij van rechten aan huis. Schweizer & Co., Luzern H 9
PDF
Blad 
 van 2380
Records 696 tot 700 van 11897