|
PANORAMA 80
HOE MAAK IK ZELF EEN BOEKENKASTJE?
TER INLEIDING.
Fig. I. Het kastje, zooals het er
gereed uitziet.
E
r zijn geen zotte ambachten — er zijn slechts
zotte menschen” heeft eens een dier geestige
Franschen opgemerkt, die men vaak aanhaalt en
wier naam men vergeet. Deze zegswijze varieerend
zou men ook wel mogen opmerken, dat niets onbenullig
is en dat er slechts onbenullige lieden bestaan.
Niets is gemakkelijker dan met hoogmoedige minachting
neer te zien op menschen die hun vrije oogenblikken
laat ons wat water in onzen wijn mengen en zeggen sommige
hunner vrije
oogenblikken aanvullen
met... knutselen.
Ik heb het vreesdij
k woord uitgesproken
: knutselen.
De man die met
Nietzsche naar bed
gaat en met prof.
Curie opstaat, en
tusschentijds het
zonnestelsel bestudeert,
een hevigknap
standaardwerk
schrijft over „De
monogamie onder de
Azteken” of een anderen
inspannenden,
ongetwijfeld zeer belangrijken
en nuttigen
arbeid verricht,
kan er zich, zijn eigen
gedachten-sfeer tot
maatstaf nemend,
niet dan met moeite
indenken, hoe „een
met rede begaafd
wezen” een uur kan
„zoekbrengen” —
aldus bestempelen
deze geestes heroeën
meestal ons onschuldig
maar goed, maar
opvoedend tijdverdrijf
— ons knutselen.
Knutselen is voor dezen het toppunt van gebeuzel.
Ziet, men kan alles óverdrijven. Een jongeling die zijn
knutselwerk laat ontaarden in het be-hakken en behouwen
van kostelijk meubilair in de woning zijner ouders
is te misprijzen, evenals degeen die het etensuur verzuimt,
omdat hij volstrekt nog iets moet afmaken, die met bevlekte
handen en in diepen rouw gedompelde nagels pleegt rond
te gaan onder zijne medemenschen en die — en dit is
ernstiger — geestelijk tijdverdrijf verwaarloost door zijn
hartstocht voor wat nóóit anders dan wat de Engelschen
noemen a hobby mag zijn.
Maar niemand zal mij de overtuiging kunnen ontrooven,
dat het volstrèkt geen schande is, als iemand zélf een
duiventil, zélf een hondenhok, zélf een kippenren, of, om
wat bescheidener te zijn, een boekenrekje, een voetenbankje,
een brievendoos, een sigarenkastje kan vervaardigen.
En daar ik voorts overtuigd ben, dat zeer vele lezers
van deze periodiek het in den grond met mij eens zijn,
zoo willen wij de bedillers, beis esprits en hopeloosonhandigen
in een hoekje laten, en met frisschen moed
beginnen aan een reeks aardige werkjes, die we met zeer
weinig kosten, niet te kostbare tijd-besteding en wat
„natuurlijken aanleg” kunnen tot stand brengen.
Ik sprak daar van geringe kosten. Dat zijn ze — mits
men die rekene van het tijdstip af waarop men de rekening
zijner gereedschappen goed en wel in zijn zak heeft 1 Want
die moeten volstrekt van prima kwaliteit, en kunnen
reeds daarom niet zoo goedkoop zijn. Aan speelgoed heeft
men minder dan niets — minder, omdat men er een
gallig humeur van krijgt, en vaak voor goed een afkeer
van alles wat naar eigen-werk zweemt. Voor het werkje, dat
wij het eerst onder handen nemen hebt gij noodig :
1. Een handzaag (’t best met gesloten hecht) / 1.20—/ 1.50
2. Een stalen of houten schrijfhaak ƒ 0.50—/ 1.—
3. Een timmerhamer
4. Een schroevendraaier
5. Een rasp of zware vijl
6. Een slöjd-mes
7. Een lijmpot met -ketel
8. Een maatstok
9. Een figuurzaag
10. Wat fretboortjes v. versch.
/ 0.35—ƒ 0.50
/ 0.05—/ 0.25
/ 0.20—ƒ 0.35
/ 0.20—/ 0.40
ƒ0.50—/ 1.—
/ 0.20—/ 0.50
/0.30—/ 1.—
grootte / 0.25—/ 0.75
Voor ƒ3.80 minimum hebt ge dus uw geheele uitrusting
compleet. Later kunt ge er een nijptang, verstekhaak.
zaagtafeltje, lijmhaken, een booromslag, passer, wetsteentje,
steekbeitels en gudsen, benevens eenige scharen bij koopen.
Nu dien ik u mede te deelen, dat ik sedert jaren op de
bekende W. B„ uitgave van de „Maatschappij voor goede
en goedkoope lectuur” geabonneerd ben. De boekjes, alle
van één formaat, groeiden tot een paar honderd aan, en
ik wist er op het laatst geen weg meer mee. Nu bood de
maatschappij wel is waar z. g. stapelkastjes aan ter bewa
ring der bibliotheek, maar die waren peperduur.
Na kort beraad besloot ik dan ook, zelf een boekenkastje
voor mijn W. B. te maken, maar van zóódanige
afmetingen, dat er ook grootere boeken in konden.
Mijn opname van het kastje toont u, dat het er lang
niet zoo kwaad uitziet. Ik heb het nu zes jaren, en hoop
er nog lang pleizier van te hebben. Brengt de glans van
het hout u soms op het denkbeeld, dat het van mahoniehout
vervaardigd is ? Keert dan van deze dwaling terug,
want ik gebruikte eenvoudig sigarenkistjeshout van
verschillende dikte, paneelsgewijs gelijmd op ordinair wit
timmerhout (peppel- of lindenhout) ! Zie hier hoe gij te
werk gaat om een dergelijk kastje welks maten natuurlijk
geheel aan uwe fantaisie worden overgelaten, ofschoon ik,
duidelijkheidshalve, die van mijn eigen werkje nauwkeurig
opgeef — binnen weinige uren te vervaardigen.
De timmerman of houthandelaar levert u de benoodigde
planken voor zeer weinig geld. Gij hebt noodig z. g. halfduimshout.
dat iets meer dan 12 mM. dik is, en 18 cM.
breed, en dat gemeenlijk in planken van zes a acht Meter
lengte wordt verkocht. De prijs is pl.m. 20 cent per drie voet
(1 Meter of daaromtrent). Gij behoeft 8 Meter en aan hout
kost dus het kastje u / 1.60 zoowat.
Daar er altijd wat ruim gemeten wordt, begint gij nu,
vijf van de acht stukken precies op 1 meter lengte haaks
af te zagen, waarbij de maatstok en de teekenhaak hun
diensten moeten verrichten. Want bedenk vooral dit:
dat haakschheid het beginsel van alle knutselwijsheid
is.
Gij zult hieruit ongetwijfeld reeds hebben afgeleid, dat
het kastje 1 meter hoog is. Inderdaad. En daar de 3 resteerende
stukken precies doormidden worden gezaagd en
als bodem, 3 middenplanken en dekplank van het kastje
dienen, hebt ge reeds begrepen dat zijn breedte ruim 50
cM. bedraagt. Nu vertoonen uw plankjes aan de ééne
zijde een groef, aan de andere een richel. Het doel behoeft
geen omschrijving : zij dienen om in elkaar geschoven te
worden en aldus de samenvoeging der planken (voor dakbedekkingen
b. v.) vollediger te maken.
Drie der 1 Meter-plankjes nu dienen als achterwand,
één plankje dient voor ieder der zijwanden. Van deze
plankjes verwijdert ge voorzichtig (want door ruw
snijden met een scherp mes splintert dit zachte, goedkoope
hout onverbiddellijk!) de richel, maar de groeve
van de drie boekenplankjes (die vooraan het kastje komen)
laat ge zitten ; die worden later „geincrusteerd” met reepjes
sigaren-kisthout van donkeren tint, wat een alleraardigst
effect maakt. De boekjes van de W. B. zijn 18 cM. hoog,
en daarboven liet ik ongeveer 1 cM. speling, voor het
gemakkelijk uitnemen. De onderzijde van de onderste
plank komt 8 cM. van den vloer af. Een eenvoudige berekening
leert u dat er dus boven de dekplank nog ongeveer
8 a 10 cM. ruimte overblijft, die gij benut door er een
aardig plantje-in-potje, twee Japansche of Delftsche vaasjes,
of een klokje op te zetten.
Nu nemen wé eerst de zijplanken onderhanden. Wij
hielden een halven meter hout over. Daarvan zaagt ge
vier reepen van iets minder dan l1 ? cM. breedte, en deze
reepen weer in tien latjes van 15 cM. lengte ; zij zullen u
dienen als steunlatjes voor de 5 plankjes, waarvan er 4
boeken torschen. Deze latjes nu bevestigt ge door middel
van houtschroeven, drie voor ieder latje, aan de binnenzijde
der zijwanden, op gelijke afstanden, na ze eerst aan één
uiteinde te hebben afgerond, eerst ruw met de zaag, daarna
met de vijl (Zie de
foto, fig. I).
Daar de planken
ongeveer 18 cM.
breed zijn, houdt ge
van het stuk, dat
u de steunlatjes
leverde, nog 12 cM.
over. Zaag dit stuk
in de lengte doormidden,
waardoor
ge tvzee latten van
6 cM. breedte en 50
cM. lengte krijgt, en
gebruik die, om den
achterwand van het
kastje te verstevigen
door ze dwars over
de drie ineengeschoven
plankjes door middel van houtschroeven te bevestigen,
een boven, een onderaan. Nu zaagt ge met uw figuurzaag (een
sterk zaagje er in !) uit ieder zijplankje aan den onderkant
een halven cirkel met een middellijn van ongeveer 10 cM.
waardoor als het ware twee pootjes worden gevormd (Zie
fig. II). De boven voorkant wordt sterk afgerond (Zie
fig. I en III). Timmerhout van deze dikte is nog juist met
de figuurzaag te bewerken.
Maak vervolgens den achterwand stevig o p de zijwanden
vast — om niet in herhalingen te vervallen : a 11 e bevestigingen
geschieden door middel van houtschroeven, daar
spijkers de vracht der boeken niet zouden torschen op
den duur — daarbij zorgende om flink diep vóór te boren,
daar anders het hout zou splijten, en'wel lange, maar
Fig. II. De pootjes en de bekleeding
met sigarenkisthout.
geen dikke schroeven te gebruiken, en bevestig de bovenste
en de onderste plank vast op de vier daartoe bestemde
leggers. Dan heeft uw kastje reeds voldoende
stevigheid, maar wilt ge „secuur gaan”, wel, schroef dan
alle boekenplankjes op de leggers zoowel als aan den
achterwand vast. dan is er ook wezenlijk geen verwrikken
aan ! En nu komt het fijne werk het bekleeden.
Daarvoor kunt ge alléén best sigarenkisthout gebruiken.
Overtuig u echter goed. dat ge mooi gevlamd, hard,
donkerkleurig hout krijgt, van verschillende tinten.
Kistjes van 100 zijn het best, maar voor uw kastje
moet ge er ook een paar van meer langwerpig formaat
hebben. Neem ze voorzichtig uit elkaar, dompel ze in
goed heet water, en week er snel het papier af. Naspoelen
onder de kraan, afdrogen, en schuin tegen een kamerwand
te drogen zetten ; vooral niet vlak bij den kachel of in de
zon. Om het half uur omkeeren. teneinde „trekken”,
krombuigen te voorkomen.
Fig. III. Aanbrengen en toepassing der sigarenkistplankjes.
Neem nu zeer nauwkeurig alle buitenmaten van het
kastje, en begin met de bovenste plank te bekleeden. (Zie
hiervoor fig. III). Natuurlijk moeten alle sigarenkistplankjes
die op één niveau komen, precies even dik zijn. Eventueele
spijkergaatjes hinderen niet erg. daar die met het „in de
was zetten” wel dichtgaan. Is er nu te weinig plaats voor
zes plankjes naast elkaar, b. v. drie centimeter, dan moogt
ge niet van één plankje die 3 cM. afsplijten, maar neemt
van twéé plankjes 11/2cM. af, ter wille der symetrie. Wél
ziet men de naden zoo goed als niet, zóó machinaal-nauwkeurig
worden sigarenkistjes gemaakt, maar toch ...
Ik sprak daar van „splijten”. En . . . vergat een werktuig
in mijn lijstje, n.1. de ijzeren of stalen liniaal. Hebt
ge „langshout” te bewerken, d. w. z. volgens den vezel,
die steeds in de lengte van den boom en dus van de plank-
(jes) loopt, vermors dan geen tijd met zagen, maar leg
het plankje op een onderlaag van hard hout of zink, en
splijt het, door uw slöjdmes (het best van haak-vormig
model, en zéér scherp te houden) eerst met zachten druk
langs de stalen liniaal door het plankje te halen. Voor&l
niet dadelijk dóór drukken, want dan vernielt ge uw materiaal
zonder mankeeren.
Blijken de plankjes te lang, dan zaagt ge het overtollige
er af. Voor de krommingen bezigt ge reepen uit den bodem
van de zooeven genoemde lange kistjes, precies zoo breed
als de wanden van uw kastje dik zijn. Maak de kanten
volstrekt glad en recht, door de latjes behoedzaam over
een vel uitgespannen, fijn schuurlinnen op en neer te
halen. Om ze de noodige kromming te geven, houdt ge ze
in den stoom van een ketel kokend water. Ge kunt ze dan
desnoods tot hoepeltjes buigen. Daar die latjes tusschen
de andere plankjes komen, moeten deze zooveel over het
onderhout uitsteken, als de latjes dik zijn, reken daar
vooral mede ! Op de zijwanden komen, van boven afgerekend
: 2 dwarsplankjes, 3 plankjes in de lengte (paneelsgewijs,
door het middelste uit den bodem van een
kistje en de twee andere van den zijkant te nemen) 1 dwarsplankje,
weer 3 in de lengte, weer 2 dwars, waarvan het
onderste natuurlijk dezelfde half-cirkelvormige inkeping
krijgt als het witte onderhout.
De rest blijkt, dunkt mij, ten duidelijkste uit teekening
en foto. Gij kunt de plankjes bevestigen öf met fijne koperen
nageltjes, zoo weinig mogelijk, öf met houtlijm, wat
véél netter staat voor een dergelijk „fraai meubel”. Over
het gebruik daarvan nog enkele woorden : neem de beste
lijm die te krijgen is, want zeer veel hangt er van af; laat
die 24 uur in koud water staan, doe nog wat water bij
de aldus week aanvoelende lijm en verwarm ze boven een
matig vuur. Nóóit mag houtlijm koken. Houdt ze onder
het werken warm door het lijmpotje in een grooteren pot
heet water te hangen. Laat nimmer een lijmkwast in de
lijm staan, want dan zijt ge lijm en kwast bijna zeker
kwijt! Gebruik de lijm heet en strijk ze vlug uit.
Ten slotte: sigarenkisthout gaat prachtig glanzen als
het wordt gewreven met een zacht, afgerond stuk hout.
Ook kan men het uitstekend wassen met meubelwas.
En hebt ge nu nog vragen : niets zal den „knutselredacteur”
liever zijn, dan ze te beantwoorden. Een briefkaartje
aan de redactie aan hem gericht, en ge zijt klaar ! HOBBY.
Nu ik mijn opstel nog eens kritisch bekijk, bekruipt mij de schrik, dat
ik wellicht voor een begin ietwat hoog gegrepen heb. Welaan, zoo zij
ons volgend praatje gewijd aan degenen, voor wie hout, hamer en lijmpot thans
voorwerpen zijn, in een waas van geheimzinnige bekoring gehuld! Moge ik
dezen tot leider strekken op het pad, voerend naar het ideaal: zelf een bruikbaar
ding te maken dat tevens „a thing of beauty and a jou for ever” kan zijn!
EEN KWAJONGEN IN AMERIKA. — Den abonné’s die ons
romanbijvoegsel „Een kwajongen in Amerika” in het vorig
nummer niet ontvingen, bieden wij het hierbij aan.
NEDERL. ROTOGRAVURE-MAATSCHAPPIJ, LEIDEN
|