Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11541 tot 11545 van 11897
Nummer
1929, nr. 34, 24 aug. 1929
Blad
08
Tekst
P A N O R A M A N o. 3 4 2 4 AU G U S T U S K. LESTEg N iet doen, Ruth! Hij volgt ons weer!" Bijna gelijktijdig met de waarschuwende woorden van Fanny Eden trok Ruth Nevein haar elegant gehandschoende kleine hand terug — leeg. Zonder een enkele vraag volgde zij haar vriendin, die in de richting van de lift liep. „We hebben vandaag geen geluk,” zei Fanny, toen zij het warenhuis verlieten. „Ik ben niet spoedig achterdochtig, maar wanneer dezelfde kerel twee onschuldig uitziende meisjes op de hielen volgt door drie winkels, wordt ’t tijd huiswaarts te gaan. Een volgenden keer beter." „Jammer; ’t was zoo’n pracht vos," zei Ruth spijtig. „Jammer. Weet je zeker dat je geen vergissing hebt gemaakt?" „Mijn zaak is het te kijken, en de jouwe te nemen; ik ben de oogen en jij bent de handen. Kijk maar eens even achter je. Dat is geen kerel, die een meisje naloopt, alleen om kennis te maken. Op mijn woord Ruth; dat is een detective; ik voelde het, zoodra ik hem gewaar werd. Nieuw systeem van de groote zaken, verdachte bezoekers te volgen. Zie je hem? Met die bruine overjas." Ruth’s schijnbaar onschuldige, blauwe oogen wierpen een blik naar achter. „Oh Fanny; hij is vlak achter ons." „Precies, en daar blijft hij tot de winkels gesloten zijn en wij naar huis gaan. Kunnen dat evengoed daarom dadelijk doen. Laten we deze bus nemen." De beide winkel-dieveggen stapten in de bus, en Fanny's donkere oogen fonkelden, toen hun schaduw volgde en tegenover haar plaats nam. De heer met de bruine overjas bleek in ’t minst niet gevoelig voor de verachtelijke blikken der chic gekleede dames. Toen zij uitstapten, bleef hij zitten. „Natuurlijk," schamperde Fanny, toen zij hun flat bereikt hadden; „het sluitingsuur is nu voorbij. Heeft ons den heelen middag gevolgd en onze beste kansen bedorven.” „Morgen meer geluk, misschien," zei Ruth. „Misschien!" echode Fanny sarcastisch. „Je kunt je overtuigd houden dat hij morgen bij den hoek van de straat op ons staat te wachten. En vanavond is hij thuis bezig ons signalement op te maken — hij heeft ons genoeg kunnen opnemen en morgen," ratelde Fanny door, „kijkt iedere winkel-detective uit naar een aardig uitziende kleine dame met een moedervlekje links van haar neus. Dat ben jij. Wat mij betreft, iemand die een half hoofd boven de meeste menschen uitsteekt, is al heel makkelijk te herkennen. Wat moeten we doen? Scheiden en ieder voor eigen rekening gaan werken? Of verhuizen?” „O Fanny; laten we toch samen blijven. Het ging zoo goed. Je ziet het misschien veel te zwaar in. Hij weet denkelijk niet eens waar we wonen." „Hoeft hij niet te weten. Vandaag of morgen snapt hij ons op heeterdaad. Hij is een scherpzinnige kerel ; dat zag ik dadelijk, ’t Is, of ik het interieur van het politiebureau al zie." „O Fanny; hou op,” riep de blauwoogige, vlug-vingerige Ruth. „Ik zal thee zetten en dan gaan we wat eten; dat zal ons opknappen.” Zonder antwoord af te wachten van haar pessimistische partner, vloog Ruth naar de keuken; en Fanny liet zich in een stoel zakken. De kamer, die zij rondzag, was weelderig gemeubeld en de andere vertrekken waren naar verhouding. „Drie kamers en een badkamer; chique buurt." peinsde Fanny. „Maar we hebben zoo goed als geen contanten meer en... . wat is er, Ruth?" „Het water kookt, maar we hebben geen thee." „Laten we dan koffie drinken." „Koffie is er ook niet," klaagde Ruth; „we hebben niets, ook geen eten. Niets dan wat suiker en gecondenseerde melk.” „Heb je dan niets besteld?" „Neen; zonder geld willen ze ons niets meer leveren. Ik heb er vanmorgen niets van gezegd, omdat ik zeker dacht dat we vanavond contant geld zouden hebben. Door dien ellendigen detective heb ik er niet meer aan gedacht. O Fanny, wat moeten we doen?" Fanny zonk dieper weg in haar stoel. „Dat is de climax," zuchtte ze. „Geen voldoende geld in huis; ons arbeidsterrein gesloten en niets te eten dan suiker en gecondenseerde melk. — Maar ik ben niet van plan zonder eten naar bed te gaan. Daar moet ik iets op vinden. Schiet op, Ruth, en laat me denken." Twintig minuten gingen voorbij. Toen, na een zorgvuldige studie van den telefoongids ging Fanny naar de slaapkamer, waar haar garderobe berustte. Zij kwam terug in de zitkamer, gekleed in een eenvoudige zwarte japon, gedeeltelijk bedekt door een wit kanten boezelaartje. Over haar arm hing een zwarte cape. Zij leek onmiskenbaar op een dienstbode en Ruth zag haar aan, meer dan verbaasd. „Gaap me niet zoo aan," zei Fanny, nu weer lachend. „Ik ben de nieuwe meid van Mrs. Trevor, je weet wel, die twee straten verder woont. Neen, vraag me niets; ik heb haast. Ik moet nog telefoneeren naar den winkel die haar levensmiddelen levert, vóór die sluit. Ik weet welke dat is, want ik heb den vrachtauto een paar maal voor haar huis zien staan." Zij wierp de cape over de schouders en liep naar de deur. „Als je me over een half uur niet terug ziet met de boodschappen, ben ik gesnapt. Kijk niet zoo idioot. Tot straks. Na een volkomen bevredigende conversatie in een publieke telefooncel, wandelde Fanny naar de straat waar Mrs. Trevor woonde. Eenige minuten vóór de lichten van den vrachtauto op den hoek van de straat zichtbaar werden, slipte Fanny in de duisternis van de groote poort, die toegang tot het huis verleende. De cape wierp zij achter een bloemenbak, en wachtte. Zij stond naast het raam van de souterrain-keuken. Door de opening van het een weinig naar beneden gelaten raam klonk het geklik-klak van borden, en daar tusschen door hoorde Fanny duidelijk de conversatie der dienstboden. Het gesprek, dat zij aldus afluisterde was interessant, belangrijk zelfs; maar haar aandacht was zoozeer gericht op de verwachte aankomst van den vrachtauto, dat de beteekenis van het gehoorde niet dadelijk tot haar doordrong. Toen de auto voor het huis stopte, kwam uit de poort een groote glimlachende dienstbode op den chauffeur toe. „All right. zei ze, het pak van den jongen overnemend. „Neen, laat maar; ik draag het zelf wel even naar binnen. — Wat? — Ja, ik ben de nieuwe meid. Spijt me. dat ik zoo laat nog moest bestellen, maar ik had veel te weinig in huis. Dank je wel. Goeden avond." „Avond,” gaf de chauffeur terug, en wipte achter zijn stuurrad. Even vlug, maar met minder lawaai, snelde Fanny naar het hoekje waar haar cape lag. sloeg die weer om en liep, onopgemerkt als zij was gekomen, naar huis. „Dat is in elk geval genoeg voor vanavond," zei de handige Fanny toen zij in de keuken tegenover de verbaasde Ruth stond. „Meer dorst ik niet te bestellen, uit vrees dat ik het niet zou kunnen dragen. — Ruthie dear; je ziet dat ik met mijn hoofd soms even vlug ben als jij met je vingers. Nu, me dunkt, we moesten maar beginnen.” Halverwege het feestmaal, zoo makkelijk maar onrechtvaardig verkregen, werd de spraakzame Fanny stil en scheen plotseling in gepeins verdiept. „Ruth." heropende zij toen plotseling het gesprek, „hebben we die twee avondmantels nog; je weet wel, die van Sear’s?" Ruth knikte van ja. „En een paar behoorlijke avondjaponnen?" „Zeker; die we toen op die partij in Brighton hebben gedragen; een geelzijden van mij en . .. ." „In orde. Toen ik daar op dien auto stond te wachten, hoorde ik een gesprek van de dienstboden. Zoek jij de mantels en de japonnen bij elkaar; inmiddels zal ik je vertellen wat ik hoorde en wat mijn plan is. — Nu luister: Mrs. Trevor moest vanavond naar een partij, maar haar zuster werd onverwachts ziek en daarom moest zij de uitnoodiging afzeggen. Ik hoorde de een tegen de ander zeggen dat zij akelig van angst was, dus luisterde ik onwillekeurig aandachtiger." „Wie was akelig van angst? Mrs. Trevor ?" „Neen, de meid. Val me niet in de rede, Ruth. Er is voor vijf of zesduizend pond aan juweelen in huis, die Mrs. Trevor vanmorgen van de bank heeft laten komen. Zij had die vanavond moeten dragen. Nu liggen ze in haar boudoir, vertelde het kamermeisje. Begrijp je onze kans. Ruth ? De juweelen in huis, Mrs. Trevor naar haar zuster! en slechts twee dienstboden aanwezig." „Maar hoe komen we binnen?" „Avondjapon, een geschikt praatje en een opzettelijk ongelukje. Maak de haartang even heet, en luister verder wat jij doen moet. Even over tien uur opende de meid van den huize Trevor heel voorzichtig de deur op een kier. Want haar kameraad was ook uitgegaan en de gedachte, alleen in huis te zijn met de kostbare juweelen, had haar wat zenuwachtig gemaakt. Door de kier keek zij in de onschuldige blauwe oogen van een jonge dame in avondcos6
PDF
Nummer
1929, nr. 34, 24 aug. 1929
Blad
09
Tekst
P A N O R A M A No. 3 4 - 2 4 AUGUSTUS tuurn, Achter het geel-zijden visioen stond een lange, donkere schoonheid. De voorste dame lachte geamuseerd. ..Wat is er?” vroeg zij, „Bang voor inbrekers. We komen voor Mrs. Trevor. Is zij nog met thuis?” De meid opende de deur geheel. Van deze twee jonge dames was niets te vrezen. Ruth en Fanny stapten in de hall. .Ik denk niet dat Mrs. Trevor vóór elf uur terug zal zijn,” zei de dienstbode. „Oh! maar zoo lang kunnen we niet wachten:” riep Fanny. „We dachten dat Mrs. Trevor zeker van haar zuster al terug zou zijn. Wat vervelend. Onze auto is even doorgereden om een vriendin af te halen. Dan kunnen we hier toch wel eenige minuten wachten ?” „Gaat u hier maar even binnen,” inviteerde de meid, nu volkomen overtuigd met vriendinnen van haar mevrouw te doen te hebben. Ruth ging vóór naar de zitkamer en toen zij een bewerkte bank passeerde, gebeurde het ongeluk. Er was een geluid van scheurende zij en Ruth boog zich met een uitroep van spijt over haar gehavende japon. „Ik zal even naald en draad van beneden halen,” bood de meid aan, die zich naar het souterrain haastte. „Ruth; gauw?” Als de wind vlogen de geraffineerde schoonheden de trap op. Tegenover de trapopening was een deur. Daarachter bleek de badkamer te zijn. Daarnaast lag de slaapkamer en toen kwamen zij — in het boudoir. Er brandde licht en er lag een tijdschrift op den grond naast een stoel. Blijkbaar had de meid hier de wacht gehouden. „Jij, de kaptafel,” beval Fanny, „ik neem het bureau — Ah, ik heb ze al.” „Oh Fanny; wat een bof. We zijn op tijd beneden.” Ruth's vreugdekreten stokten halverwege. Uit de hall klonk het geluid van de bel en onmiddellijk daarna de voetstappen van de meid, die naar de deur snelde. Een gezette, oudere dame trad binnen. Bleek van schrik leunden Ruth en Fanny boven over de leuning. „In de haast sleutel vergeten — „De jonge dames zijn binnen, merkte de meid op, „een van haar scheurde haar japon .... „Jonge dames! Wat praat je?” beet Mrs. Trevor, en nog een paar vlugge vragen openden ongewenschte mogelijkheden. „Mijn juweelen,” gilde zij, en gevolgd door de meid holde zij de trap op en door de gang naar haar boudoir. „De deur is gesloten! Zij zijn binnen. Vlug naar beneden en bel de politie op. Vlug! Ik blijf hier de wacht houden.” Zenuwachtig snikkend liep de meid naar binnen en naar de telefoon aan het einde van de lange hall. Tien minuten later liepen drie politie-agenten en een heer in burger de trappen op. In enkele woorden gaf Mrs. Trevor nog een verslag van de situatie. „Breek de deur open, riep Mrs. Trevor. „Het zijn maar twee meisjes. Weest niet bang!” Inderdaad bleek daar geen reden voor te zijn. De deur vloog met den eersten druk open — zij bleek niet gesloten! — en toen blikten vier mannen en twee vrouwen in een leege kamer. Het huis werd doorzocht, maar de vogels waren gevlogen — In de keuken van de flat keken de beide sluwe dieveggen bewonderend naar een stapel juweelen. „Oh Fanny/ zuchtte Ruth, „dat was op 't kantje af. Hoe dacht je er zoo gauw aan? Ik was weg. .Mijn verstand is even vlug ais jouw vingers,” zei Fanny. „Ik herinnerde mij dat de badkamerdeur vlak tegenover de trap lag. Terwijl de oude dame op de deur van haar boudoir trommelde, konden wij naar beneden glippen. En de meid stond aan het einde van de hall met den rug naar ons toe. Ik wed, dat zij niet eens de deur achter ons heeft hooren dichtvallen. „Oh Fanny.” zei Ruth. „Je bent —■ „Gesnapt,” eindigde een diepe stem achter haar. „Eindelijk gesnapt. Ontzet van schrik keerden de meisjes zich om en zagen op den drempel den eigenaar van de stem staan. Het was de heer met de bruine overjas, die haar dien middag zoo hardnekkig had gevolgd. Om zijn lippen speelde een glimlach: neen, geen glimlach: een grimmige grijns. Triomfantelijk. De dames willen zich zeker wel even verkleeden en dan met mij meegaan. Ik zal inmiddels deze dingetjes even inpakken. Beiden strompelden in de slaapkamer. Ruth snikte onder het verkleeden, maar aan Fanny s opeengeklemde lippen ontsnapte geen geluid. Toen terug naar de keuken. En één blik door het leege vertrek en over de kale tafel was voldoende voor Fanny. „De schurk,” siste zij, kijkend naarRuth’s verwonderde oogen. „Zie je niet wat er gebeurd is ? Hij is weg met de juweelen. Wat scheelt je ?” Ruth zonk verplet in een stoel. „Maar — maar jij zei, dat het een detective was, hijgde zij eindelijk. „Wat ik zei, snauwde Fanny, „dat doet niets meer ter zake, zeg jij eens wat anders! Zeg eens iets, dat ons past.” „Oh, Fanny,” zuchtte Ruth. „Schei uit met Oh Fanny,” snibde de ander. „Zeg „dwaas” tegen me. „Dan heb je gelijk!” OP DE PLASSEN,
PDF
Nummer
1929, nr. 34, 24 aug. 1929
Blad
10
Tekst
P A N O R A M A N o. 3 4 2 4 AU G U S T U S OP HET DAK. In Genua gebruikt men hef dak zelfs als begraafplaats. H et dak, dat in de Zuidelijke landen reeds eeuwen als plaats van rust en ontspanning gebruikt werd, wordt den laatsten tijd ook in Europa populair voor amusement en sport. Voor verschillende doeleinden exploiteert men de ruimte van het dak in de groote steden, waar het o. a. een geschikte oplossing geeft voor het probleem van den zeld* zamen en duren grond. OP HET DAK. Het dak als restauratie-zaal te Rome. OP HET DAK. De auto-renbaan op het dak der Fiat-fabrieken te Milaan. 8
PDF
Nummer
1929, nr. 34, 24 aug. 1929
Blad
11
Tekst
PANORAMA No. 3 4 2 4 AUGUSTUS BRAND. In Le Havre ontdekte men op het Fransche mailschip „Paris” brand in een der hutten, voor het vertrek naar Amerika. De schade was zoo ernstig, dat de reis naar New York moest worden uitgesteld. GENERAAL INSINGER, commandant van het Veldleger, die de groote legeroefeningen in Gelderland leidt, laat een van de scheidsrechters-officieren deelen in het genot van een kleintje koffie tijdens de manoeuvres. NAUWE PASSAGE. Stuurmanskunst werd wel vereischt om het voor Curagao bij de Nederl. Scheepsbouw-Mij. gebouwde Julianadok in de sluizen te IJmuiden te schutten op de reis naar West Indië. Zooals men op de foto ziet, bleef het dok slechts enkele decimeters van den sluismuur. 9
PDF
Nummer
1929, nr. 34, 24 aug. 1929
Blad
12
Tekst
P A N O R A M A No. 34 2 4 AUGUST U S D€S/rNG€RS door Alida van Reyn T oen Nora Snerrow dien avond een aanvang maakte heur weelderig blond haar te gaan borstelen, zag zij in den spiegel van de toilettafel de vingers van den man, die onder haar bed verscholen lag. Ofschoon de breede kant der sprei de hand grootendeels bedekte, kon zij zien, dat de vingers breed en stomp waren, de vingers van een man. In den beginne was zij zóó ontsteld, dat zij meende, dat zij had staan droomen. Doch toen zij weder in den spiegel keek beving haar een kille huivering. De borstel viel kletterend uit haar hand op den grond. ’t Was geen droom, maar ontzettende werkelijkheid. De hand onder het bed had slechts twee vingers; de andere waren tot de knokkels toe geamputeerd. Op het geluid van den vallenden borstel had de hand zich dieper in de schaduw der kanten sprei teruggetrokken. Niet het minste gerucht klonk door het vertrek; de verborgen man hield waarschijnlijk den adem in. Wat ook het doel van dien man mocht zijn, hetzij diefstal of moord — er was een doodelijke ernst in deze absolute stilte. Dan drong een straal van hoop tot Nora's ontdaan brein door. Zij had zich alleen maar onopvallend naar de deur te begeven, deze voorzichtig te openen en in de gang weg te vluchten. Zij raapte haar borstel op en begon een bekend liedje te neuriën om den indringer te toonen, dat zij zich niet van zijn aanwezigheid bewust was. Ongemerkt bewoog zij zich in de richting der deur en legde haar hand op den deurknop, dien zij langzaam omdraaide. Tot haar ontzetting bemerkte zij, dat de deur aan den buitenkant gesloten was. Onderdrukt gegichel aan ’t einde der gang bereikte hare ooren en het vreeselijke van de situatie drong tot haar door. Het was haar bekend, dat de jongere leden van „Halton House/ waar zij voor de eerste maal logeerde, meestal een grap met de nieuwe gast uithaalden. Zij begreep, dat zij haar deur hadden afgesloten en dat deze anders vrijwel onschuldige grap haar thans in de macht van dien schurk stelde ! Wanneer zij om hulp riep, zou zij verloren zijn. Die dikke stompe vingers zouden zich onherroepelijk om haar tengeren hals klemmen. Zij verafschuwde die leelijke, breede vingers met een plotselingen, vlammenden haat, die heftig in haar opborrelde. Die diepe hevige haat gaf Norma een ongekenden moed. Zonder eene trilling in haar stem neuriede zij de bekende melodie en borstelde met zorg haar dik, blond haar. Daarna slipte zij in een peignoir, trok de gordijnen voor het breede raam open, zoodat de maan haar zilveren stralen in de kamer goot. Zij knipte het licht uit en nam een kleinen handoek van de waschtafel. Dezen doopte zij in ’t water, wrong hem uit en en bond dezen losjes om haar hoofd, alsof zij hoofdpijn had en stapte in bed. Er moest ruim een half uur verloopen zijn, voordat de man onder het bed zijn tijd gekomen achtte. Zijn handen kwamenonder de kanten der sprei te voorschijn, daarmee volgde zijn hoofd. Hij was juist van plan omhoog te kijken, toen de natte handdoek bliksemsnel om zijn nek werd gegooid en den kreet dien hij wilde uiten, smoorde. Met de kracht van een waanzinnige trok zij den strop dichter en dichter aan totdat het hoofd van den man machteloos neerzonk... Toen de jonge grappenmaaksters van „Halton House’’ met veel misbaarden volgenden morgen de deur van haar slaapkamer openwierpen, vonden zij Nora met woeste trekken op haar mooi gelaat, nog steeds worgend een dooden man. AL ZON 10
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11541 tot 11545 van 11897