Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11431 tot 11435 van 11897
Nummer
1929, nr. 30, 27 juli 1929
Blad
02
Tekst
SOPLA Houbaerillos 2^'o ct Sigaren 5 et. Dubbele prijs waard. Massa-producbe. HOUBAER & Co. Amersfoort SLUIT ALLE SOORTEN LEVENS-, PENSIOENEN- EN VOLKSVERZEKERINGEN LEVENSVERZEKERING MAATSCHAPPIJ „HAARLEM” OPGERICHT 1873 HAARLEM - WILSONSPLEIN 11 AAMBEIEN in- en uitwendige zoowel bloedende als, blinde aambeien, worden spoedig en zeker genezen door de Aambeienzalf van Apotheker BOOM. Het jeuken bedaart spoedig. Verkrijgbaar in de meeste Apotheken en Drogistwinkels a f 0.90 per potje, welk voorzien moet zijn van dit fabrieksmerk. CENTR.-CREDIET EN FINANCIERINGVerkleurd wollen goed kan thans weer helder wit worden! VIM REINIGT PANNEN SNEL EN DOELMATIG Sportkleeding, jumpers, rokken, kousen verliezen door de zon en door het ' wasschen hun oorspron- j kelijke witte kleur en worden dan geel. Wascht ze eens in een kom met water waarin een weinig Tintex (zwarte doos) is opgelost. Onmiddellijk worden ze weer helderwit. Tintex verft ze letterlijk wit. Een paar dubbeltjes aan Tintex besteed zullen Uw witte wollen en zijden kleeren altijd als nieuw houden. Binnen vijf minuten kant en klaar. Koopt nog heden een doos. Verkrijgbaar bij alle drogisten. Prijs per pakje f0.35. Tintex ^vEgFT TERWIJL GU SPOELT BANK KEIZERSGRACHT 302-304 AMSTERDAM dF Financiert h u u r koopcontracten J. CERATI HAARKUNDIGE, Amsterdam, Zoutsteeg 4 (boven het Bloemenmagazijn). Het gebruik van mijn haarpreparaten, ondersteund door mijn methode van haarverzorging, geeft bij dagelijksche toepassing onovertroffen resultaten. - Te spreken allewerkdagen van io—-12 en i—5 uur en des Maandags-, Woensdags- en Vrijdagsavonds van 6—7 uur. *s Zaterdags van 10—12 uur en volgens afspraak. Verft alles in elke klein De gemakkelijkste en snelste manier om pannen schoon te maken is met Vim. Neem eens een proef! U zult niets anders meer gebruiken dan Vim. Ziet hoe het vet en vuil verwijdert! Ziet hoe prachtig helder het al Uw potten en pannen maakt ! U zult er wat trotsch op zijn en verheugd dat Vim U zooveel werk heeft bespaard. Vim is het onmisbare reinigingsmiddel voor de moderne huishouding, verkrijgbaar in practische strooibussen in twee verpakkingen. Q^rfevroinv, VOOR het v^Nicen. OPV^’I tN EN POLIjSTf" VAN ... neemt ze van VIM SPAAR DE COUPONS VOOR FRAAIE geschenken Is het u reeds bekend, dat in het mondwater BOTÖT alle goede eigenschappen vereenigd zijn, welke iedere bekende soort mondwater ofpasta in zich zelf bezit? Dit heeft geleid tot de erkenning door de Medische academieteParijs, dat het mondwater „Botót” het eenige mondwater is, dat aan alle eischen van desinfectie en mondreiniging voldoet. RINGERS EEN PRODUCT DER SUNLIGHT ZEEPFABRIEKEN > 4-OSOH N.V. HEULE&Co. PRINSENGRACHT 48a AMSTERDAM M“99®b.®ten ’ L en Huidjeuk fSbPUROL l "F. 1° dooien van 30-60 en 90 ct. Tube 80 ct. Jw Bij Apoth. en Drogisten BIJ BORSTVOEDING: V I TOP H OS VOOR MOEDER EN KIND voorkomt: ENGELSCHE ZIEKTE versterkt-. BEENDERSTELSEL EN GEBIT geeft: LEVENSKRACHT EN ENERGIE Tabletten * Poeder « Siroop « bij Apothekers en Drogisten pijn verdwijnt in 3 Seconden! Snijdt niet aan likdoorns, bloedvergiftiging kan het ge- ■ B volg zijn. Verwijdert ze op ■ een wonderbaarlijk wetenschappelijke manier.Een drup pel van deze vloeistof verdrijft de pijn in 3 seconden. Dc likdoorn verschrompelt, laat los. zoodat U hem gemak1 kelijk kunt wegnemen. Doktoren bevelen het aan als een 1 veilig middel. Past op voor namaak. Koopt de echte ..Gets-it” Overal verkrijgb. Prijs per flac. ƒ0.90 Imp. N.V. v/h HENRI SANDERS Keizersgracht 52 - Amsterdam GETS-IT
PDF
Nummer
1929, nr. 30, 27 juli 1929
Blad
03
Tekst
Stationsweg 34 - Den Haag Telef. 17062- Postgiro 142700 3AnoRAm Abonnementsprijs f 10.40 per jaar. Losse nummers 20 cent Zaterdag 27 Juli 1929 - No. 30 ZIJ DIE GAAN VALLEN, GROETEN U Met een kleine variatie op dezen groet van de gladiatoren aan den Romeinschen Caesar zouden we deze foto aan onze lezers willen presenteeren, die alleen reeds als een staaltje van fotokunst bezichtiging overwaard is. Het is een foto van de wereldbekende speelster Mary Pickford, genomen vóór de amputatie van haar krullen. (Men zie recente foto's elders in dit nummer.)
PDF
Nummer
1929, nr. 30, 27 juli 1929
Blad
04
Tekst
PANORAMA No. 3 0 door WiLHELM LÜTTICH H et is nu reeds dertien jaar geleden, dat de veelbewogen loopbaan van Keizer Frans Joseph werd afgesloten, nadat hij vanaf 1848 ’t bewind had gevoerd over de Donau-monarchie, die zoo kort na zijn dood in zijn samenstellende deelen uiteenviel. Ieder weet dat het leven van dezen monarch, die keizer van Oostenrijk, koning van Hongarije was, en nog vele andere waardigheden in zijn persoon heeft vereenigd, buitengewoon tragisch is geweest. Mogen we veel Oostenrijkers, vooral Weeners gelooven, dan heeft dit, en ook het feit dat hij zich de laatste jaren weinig meer in ’t openbaar vertoonde, er toe geleid dat de oude keizer voor zijn eigen onderdanen haast onwerkelijk was geworden. Hij werd tijdens zijn leven reeds beschouwd als een figuur uit de geschiedenis, er hing een waas van romantiek over zijn persoonlijkheid; hij was de incarnatie van een idee geworden en het scheen zijn eigen volk toe of hij tot een vroegere periode der historie behoorde. Langzamerhand krijgt men thans, jaren na zijn dood, meer kennis van het leven van den ouden heerscher. Natuurlijk door mémoires. Mémoires zijn na den grooten oorlog een apart literatuur-genre gaan vormen; legio zijn de gedenkschriften van hen, die meer of minder intiem verbonden zijn geweest aan voormalige vorstenhuizen of betrokken waren bij belangrijke staatkundige gebeurtenissen uit dien tijd. Nu hun rol is uitgespeeld, schijnen velen behoefte te gevoelen nabeschouwingen te houden over wat eens het belangrijkste deel van hun leven uitmaakte, nieuw licht, of een vermeend nieuw licht, te werpen op de historie van persoonlijkheden en toestanden, die de geheele wereld kunnen interesseeren, of om sensatie te verwekken met het kennelijk doel, daaruit financieele baten te kloppen. Zoo zijn er ook verschillende gedenkschriften uitgekomen, waarvan keizer Frans Joseph den hoofdpersoon uitmaakt, geschreven door personen die in zijn onmiddellijke omgeving geleefd hebben. Opmerkelijk is het, dat uit ongeveer alle de keizer ons als een wel eigenaardige, maar sympathieke figuur tegenkomt. De meeste dier mémoires betreffen uiteraard zijn regeeringsleven, maar kort geleden is een gedenkschrift uitgekomen dat wel het merkwaardigste is, en wel omdat het uitsluitend de meer huiselijke zijde van Frans Joseph’s leven belicht. Het is geschreven door Eugene Ketterl, die meer dan 25 jaar lang de kamerdienaar is geweest van den keizer. Hij had een groote vereering voor zijn meester, hetgeen dan ook uit zijn interessant boek wel blijkt. Ketterl was de eenige persoon, die op elk uur van den dag of den nacht toegang had tot de appartementen van den monarch. „Niemand is een held voor zijn kamerdienaar," zegt het spreekwoord ; in den loop der jaren ontstond een zekere intimiteit tusschen het hoofd der Donau-monarchie en zijn lijfdienaar. Ketterl kon den keizer menigmaal beter inlichten over de publieke opinie dan de ministers, en ook de keizer deed hem op zijn beurt meermalen vertrouwelijke mededeelingen. En we danken Ketterl’s boek dan ook veel wetenswaardigs, tot dusver onbekend. Ketterl vertelt dan dat hij eerst kamerdienaar was geweest van graaf von Bellengarde, een lid der Oostenrijksche hooge aristocratie. De graaf was bijzonder tevreden over hem, en toen, bij gelegenheid van een hoffeest, de keizer zich terloops liet ontvallen dat hij een betrouwbaren kamerdienaar zocht, beval de graaf hem den zijnen aan. Op deze wijze kwam Ketterl aan het hof. „Toen ik den eersten keer bij den keizer zou toegelaten worden,” vertelde Ketterl, „had men mij nauwkeurig op de hoogte gebracht van het ceremonieel dat ik in acht moest nemen. Maar toen ik mij in zijn tegenwoordigheid bevond, werd ik zoo zenuwachtig, dat ik alles vergat. Inplaats daarvan stak ik den keizer mijn hand toe. Het volgende oogenblik begreep ik het dwaze van mijn houding reeds, en dat bovendien bij de strenge hofetiquette, de strengste van alle vorstenhoven van Europa! Maar de keizer bleek enorm geamuseerd. Hij lachte, schudde mij de hand en zei: „Je bevalt mij, Ketterl; van nu af ben je dus aan mijn onmiddellijken dienst verbonden. Je zult alleen wat geduld met me moeten hebben, want ik word reeds een oud man. — Waar kom je vandaan? — 2 7 JULI Weenen? — Dat doet me genoegen. Soldaat geweest?” Al spoedig raakte Ketterl goed op de hoogte van verschillende eigenaardigheden van den keizer, dien hij vóór alles als een goed en dikwijls nobel mensch beschrijft. Een der voornaamste karaktertrekken van Frans Joseph was zuinigheid. Een paar dagen nadat Ketterl in zijn dienst was getreden, ging de keizer op reis naar Cap Martin, waar keizerin Elisabeth, die herstellend was van een ziekte, verbleef. Frans Joseph, die de rijkste vorst van zijn tijd was en zelfs tot de rijkste menschen der wereld behoorde, reisde niet met den hoftrein; want dat vond hij te duur, vertelde hij Ketterl. Er werd een compartiment voor hem gereserveerd, en wanneer hij daar eenigen tijd had gewerkt, ging hij naar dat van zijn adjudant, graaf Paar, om een praatje te maken. Ketterl heeft in zijn boek de bescheidenheid betracht niet al te veel over het intieme leven van het keizerspaar te vertellen. Wel blijkt uit zijn boek dat keizerin Elisabeth soms aan zonderlinge begoochelingen leed. Zij kon niet lang naast den keizer leven; maar, eenmaal van hem verwijderd, voelde zij zich ongelukkig en verlangde weer naar hem terug. Het huwelijk schijnt overigens wel gelukkig te zijn geweest. Van Frans Joseph’s zuinigheid vertelt Ketterl verschillende aardige staaltjes. „Indien men veronderstelt," zegt hij, „dat zijne Majesteit een rijken voorraad boven- en onderkleeding en schoeisel bezat, vergist men zich zeer. De onderkleeding van den keizer was van het goedkoopste linnen. Het mijne was van veel beter kwaliteit. Zijn burger-uitrusting was aller-ongelukkigst. De heele voorraad bestond uit een paar oude jachtuniformen, een ouderwetsche overjas en dito avondcostuum en dan nog twee gewone costuums. Ik heb me dikwijls afgevraagd hoe het mogelijk was dat de garderobe van den keizer zoo klein en het getal kleermakers dat den titel „hofleverancier" voerde, zoo groot was. Bovendien had de monarch niet den minsten smaak voor kleeding. Bij een groen costuum wilde hij steeds een blauwe das dragen. Bij een avondcostuum, meende hij hooge militaire laarzen te moeten dragen. „Wanneer ik hem op een en ander wees," vertelt de kamerdienaar, „werd hij nooit kwaad; slechts verviel hij den volgenden keer in dezelfde fout. — Toen ik voor de eerste maal sedert jaren een vouw in de pantalon van Zijne Majesteit liet persen, werd ik door de omgeving van den keizer als een soort revolutionnair beschouwd. Men had hem nooit anders gezien, dan in een slobberende pantalon, die vooral onderaan ontoonbaar was. Bij deze gelegenheid maakte de keizer tot eenige dames de opmerking: „Wat mijn kleeding betreft, ben ik absoluut afhankelijk van dezen tyran Ketterl.’ 2
PDF
Nummer
1929, nr. 30, 27 juli 1929
Blad
05
Tekst
Toen Ketterl in zijn dienst trad, bezat de keizer slechts één overjas, die hij twintig jaar geleden cadeau had gekregen van zijn vriend Czaar Alexander II. De kamerdienaar wees er zijn meester op, dat het dringend noodzakelijk was een nieuwe overjas aan te schaffen. Maar de keizer schrok er van. „Och,” zei hij „de jas kan toch nog wel een tijdje mee, en een nieuwe kost zooveel geld !” „Het duurde maanden,” vertelt Ketterl verder, „voor ik er den keizer toe bewegen kon zich een nieuwe jas te laten maken. Toen het zoover was, duurde het weer een heelen tijd voor ik Zijne Majesteit kon overtuigen, dat een lichte, goedkoope jas, die hij persé wilde hebben, veel te koud zou zijn. Tenslotte gaf hij dan toestemming zich een first-class jas te laten aanmeten. De prijs bedroeg 400 gulden, hetgeen den keizer een schrik bezorgde, toen hij het vernam. Door al deze bijzonderheden zou wellicht de indruk gevestigd kunnen worden, dat keizer Frans Joseph gierig was. Toch was dit niet het geval, hij was slechts karig waar het uitgaven ten bate van zijn eigen persoon betrof; het is een bekend feit, dat hij niet zelden vrij groote sommen onder de armen liet verdeelen, „Een der grootste verrassingen, die ik in het begin van mijn dienst bij den keizer doormaakte,” vertelt Ketterl elders in zijn boek, „was toen mij bleek, dat in geen der keizerlijke paleizen en kasteelen van Weenen, Schönbrunn en Ischl, ’n behoorlijk ingerichte badkamer aanwezig was. De keizer nam iederen morgen een bad in een primitieve houten badkuip, smal en met scherpe hoeken waaraan hij zich geregeld bezeerde.” Het hoofd van ’t Habsburgsche Huis leefde ook in alle omstandigheden zeer eenvoudig. In Ischl, waar hij de zomermaanden meest doorbracht, bewoonde hij de slechtste kamer van het paleis. Zijn slaapkamer was zoo klein, dat er behalve het bed nauwelijks plaats was voor een kast en in zijn aangrenzende werkkamer kon ternauwernood een kleine schrijftafel plaats vinden. Deze kamer lag op het zuiden, en gedurende den zomer was het er afschuwelijk heet. De keizer stond altijd om half vier op. Hij nam dan een bad en liet zich daarbij behandelen door een masseur. Van dien masseur vertelt Ketterl eenige amusante bijzonderheden. De man vond het blijkbaar niet aangenaam iederen morgen om drie uur op te moeten staan, vooral niet in den winter, en ging daarom maar ’s nachts in het geheel niet naar bed. De nachtelijke uren, vóór hij zijn plichten in het paleis moest beginnen, bracht hij door in een „bierkeller”, nabij het paleis gelegen, zoodat hij doorgaans licht aangeschoten was, wanneer hij in de tegenwoordigheid van den keizer verscheen. Het gebeurde zelfs wel, dat zij elkander wederkeerig diensten bewezen, en de keizer den masseur op de been moest houden. Zijne Majesteit nam het geval van zijn masseur nogal gemoedelijk op en trachtte den man door vermaningen op het pad der soberheid terug te brengen. Maar op een goeden morgen liep het toch spaak. De masseur had blijkbaar meer dan gewoonlijk aan Bacchus geofferd, hij raakte althans op een gegeven moment zoo zwak in de beenen. dat hij, om zich staande te houden, Zijne Majesteit om den hals viel. Wat tot gevolg had, dat de badkuip kantelde ! Toen onthief de keizer hem toch maar van zijn plichten; echter ontsloeg hij hem nog niet geheel uit zijn dienst, maar bezorgde den gewezen masseur een ander baantje aan het hof. „Ik voel me P A N O R A M A No. 3 0 2 7 JULI in zekeren zin mede verantwoordelijk,” zei de keizer vergoelijkend tot Ketterl, „want als ik den man niet zoo vroeg aan het paleis had laten komen, zou hij niet aan het drinken zijn geslagen.” Om vijf uur gebruikte de keizer een zeer eenvoudig ontbijt, hoofdzakelijk bestaande uit koffie en brood, waarna hij niets meer at tot twaalf uur. Hij vroeg ook nooit nog iets te kunnen gebruiken, klaarblijkelijk in de meening verkeerend, dat de keuken op de vervulling van zulke onverwachte wenschen niet berekend was. Toen hij eens een tentoonstelling in Budapest moest openen maakte hij tot zijn kamerdienaar de opmerking, dat het toch we! wat bezwaarlijk voor hem was tusschen vijf uur ’s morgens en vier uur 's middags niets te kunnen eten of drinken. Ketterl adviseerde hem om tien uur een tweede ontbijt te gebruiken, waarop de keizer hoopvol opmerkte: „Zou ik werkelijk om tien uur eten kunnen krijgen?” De oude keizer had een geweldigen hekel aan de telefoon, en ’t was slechts bij hooge uitzondering, dat hij er gebruik van maakte. „Een vermakelijk incident,” vertelt Ketterl, „gebeurde eens met de telefoon, toen zij pas in gebruik genomen was. De keizer nam juist zijn bad, toen er opgebeld werd. „Wacht een oogenblik!” riep Zijne Majesteit. De bel rinkelde door. „Wacht even, zeg ik toch!” riep de keizer luider, alsof de man aan het andere einde van den draad hem zou kunnen hooren. Later bleek dat de stalmeester opgebeld had, die wilde weten of de keizer dien morgen in een open of gesloten rijtuig wenschte uit te rijden.” Dergelijke incidenten verhoogden ’s keizers sympathie voor de telefoon niet. Zoo behandelt Ketterl's interessant boek niet het staatkundig leven van Keizer Frans Joseph, maar het is vol interessante en amusante huiselijke bijzonderheden. Daarom is ’t juist zoo’n genot dit alles eens te lezen, want het geeft eens een andere foto van dezen veelbeproefden, bekenden monarch, dan wij gewoonlijk te zien krijgen. EEN MONARCH IN HUISJASJE. Schönbrunn, het vroegere buitenverblijf van keizer Frans Joseph. 3
PDF
Nummer
1929, nr. 30, 27 juli 1929
Blad
06
Tekst
PANORAMA No. 3 0 2 7 JULI HET CHINEESCHRUSSISCHE CONFLICT. Soldaten van het vroegere Tsaristische leger, die thans in het Chineesche leger dienen, HET CHINEESCH-RUSSISCH CONFLICT. De aanvoerders van het Russische leger, Budjonny, Mukletvitsch, Buhnotv en Worotchiloiv (v. I. naar r.) TSCHANG-KAI-SCHECK, dictator van China en opperbevelhebber der Chineesche troepen. I ederen dag hoopt men te lezen dat het conflict tusschen China en Rusland, ontstaan door de maatregelen van China tegen den Oosterspoorweg in Mandsjoerijë, is opgelost zonder dat het een aanleiding tot oorlog wordt, en ook wij hopen dat, wanneer dit nummerde lezers bereikt,door onderlinge overeenkomst der partijen of anderzins het oorlogsgevaar volkomen is geweken en het Kellogg Pact werkelijk zal blijken te zijn een verdrag tusschen de mogendheden (ook China en Rusland hebben dit onderteekend), dat den oorlog onmogelijk maakt. \ Hek usisch nineefch conflict" HET CHINEESCH^ RUSSISCHE CONFLICT. Chineesche soldaten in Moek~ den, wachtend om vervoerd te worden. 4
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11431 tot 11435 van 11897