Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11396 tot 11400 van 11897
Nummer
1929, nr. 28, 13 juli 1929
Blad
19
Tekst
PANORAMA No. 2 8 13 JULI Op de wedrennen te Auteuil trokken vooral de aandacht eenige toiletten, geïnspireerd op een mode van de vorige eeuw. Links op de foto een japon van tule met satijnen jakje. Rechts tijnen japon met baar borduursel. sa ; , k°st FIJNE TULE verwerkt tot om ­ vangrijke toiletten van broze sierlijkheid. Een terugkeer van Oude l^lodes ? L_Jet is niet alleen bij * den aanvang van________________________________ _ een nieuw seizoen, dat de Parijsche modescheppers hun nieuwe modellen lanceeren. Tegen den tijd, dat in Frankrijk de groote wedrennen worden ge ­ houden, spannen zij zich nog eens extra in, om voor de oogen der dui ­ zenden die dan samen - stroomen, hun nieuwste scheppingen te laten dragen door bekoorlijke mannequins. Of ze op ­ gang zullen maken de sierlijke op oude tijden geïnspireerde toilletten van onze afbeeldingen ? Bewonderd werden ze zeer zeker, maar ze passen niet meer in onzen haas ­ tigen, materialistischen rijd? Voor de practische, werkende vrouw zijn ze absoluut ongeschikt en alleen het weelde-vrouwtje, dat een auto te harer beschikking heeft om er, zonder gevaar voor kreuken, haar wijden rok in te vleien, kan derge ­ lijke toiletten dragen. Ook dit werd echter voorzien, en oude en nieuwe tijd werden vereenigd in een costuum, dat geïnspireerd is op den tijd der hoepelrokken doch zich aanpast aan het moderne leven. Een op oude modes geïnspireerd toiletje met concessies aan den modernen tijd. 17
PDF
Nummer
1929, nr. 28, 13 juli 1929
Blad
20
Tekst
PANORAMA No. 28 13 JULI HANGEND tusschen water en lucht breken de arbeiders, vanaf het midden, de oude Lambeth-brug over de Theems af. Op den achtergrond een mooi gezicht op het Engelsche Parlementsgebouw. De Delftsche Huwelijks-Schotel door CA. dP. Hen^eveld F rans Noorderwout was nijdig. Nijdig niet alleen op Oltman, den antiquair, maar nijdig op zich zelf ook. Eerlijk gezegd, nijdig behoorde hij eigenlijk alleen op zich zelf te zijn. Want het was zijn eigen schuld geweest, dat dat ding net zijn neus voorbij gegaan was. Door zijn flauwiteit om juist hierbij van zijn vriend te veronderstellen, dat hij iets extra's aan hem verdienen wilde. Eigenlijk had hij gisteren in zijn nurksche bui Oltman ermee beleedigd. Oltman, die dien schotel speciaal voor hem gekocht en bewaard had. Tien gulden onder te bieden, te doen alsof het méénens was. Zulken onzin had hij zelden uitgehaald. Oltman had hem dien morgen getelefoneerd, dat hij den vorigen dag, op een veiling in Friesland, een antieken Delftschen huwelijksschotel had gekocht. Zoo’n schotel waarop temidden der aloude symbolen van geluk, trouw en wat dies meer zij, de namen der jonggehuwden vereeuwigd waren. Vereeuwigd in zooverre dan aardewerk in zijn broosheid iets met eeuwigheid te maken kan hebben. Maar het bijzondere van het geval was, dat de naam van den bruidegom toevalliger wijze precies gelijkluidend met den zijnen was : Frans Antonie Noorderwout. Daarom had Oltman het bord gekocht en hem onmiddellijk gewaarschuwd. Frans was vóór hij naar kantoor ging bij Oltman aangeloopen. Had den schotel, die werkelijk heel mooi gedecoreerd en puntgaaf was, gezien. Was dadelijk besloten geweest hem te koopen. Maar .... Oltman had 130 gulden ervoor willen hebben en of Frans nu misschien met het verkeerde been uit bed gestapt was, of dat in het vroege morgenuur een soort chicaneus koopmanschap over hem vaardig was geworden, tegen zijn gewoonte in had hij Oltmans gezegd, dat hij het duur vond. Hem 120 gulden geboden. Het einde was geweest, dat Frans koppig den winkel was uitgeloopen. Eerst voldaan nu eens getoond te hebben, hoe vast hij wel in zijn schoenen stond. Maar vanmorgen, na een blijkbaar beter slaapje, was hij naar zijn vriend gegaan om hem te vertellen, dat hij het eigenlijk niet zoo gemeend had en den schotel wflde hebben, dankbaar, dat Oltman zoo aan hem gedacht had op die veiling. Maar de zaak ging niet door. Tot zijn groote teleurstelling en woede, moest hij vernemen, dat de schotel nog gistermiddag voor 200 gulden verkocht was. Tweehonderd gulden, eigenlijk nóg een koopje. Zoo'n prachtig gaaf goedkleurig stuk! „En wie heeft hem gekocht dan ? Ik wil toch zien of ik het ding terug kan koopen. Toe, wees niet kinderachtig. Geef mij het adres. Ik zal wel zeggen hoe de vork in de steel zit en dat ik dien schotel alleen wil hebben omdat mijn naam er in staat. Jij krijgt er heusch geen last mee.’’ Oltman, wien het geval voor Frans speet, besloot hem te helpen. „Schrijf maar op: Mej. S. A. Belgerloo, Prinsenkade 17." „Dank je wel, hoor. Ja beste kerel, ik ben stom en onbillijk geweest. Ik maak je mijn excuus. Als ik dien schotel terug koop, krijg jij van mij een kistje fijne sigaren!" 's Middags twee uur stond Frans op den stoep van het groote, breede heerenhuis, Prinsenkade 17. Een dienstbode, zelf een stuk antiek, de neepjesmuts op, deed hem open. Frans gaf zijn kaartje en verzocht juffrouw Belgerloo te spreken. De neepjesgemutste keek hem wantrouwend aan, maar verdween met het kaartje, waarop Frans gekrabbeld had: „Introductie Oltman, antiquair." Na even in de prachtige gestucte gang te hebben rondgekeken, waar zijn oog te gast ging aan een statig staand horloge en dito gesneden gangbank, kwam de gedienstige weer aangesloft. Of meneer maar even in de zijkamer wilde gaan. Frans bleef staan en na enkele minuten kwam juffrouw Belgerloo binnen. „Mijnheer .... Noorderwout. Waarmee kan ik u van dienst zijn?" Frans stak meteen van wal. „Ja, juffrouw Belgerloo, gisteren is door een vergissing 18
PDF
Nummer
1929, nr. 28, 13 juli 1929
Blad
21
Tekst
PANORAMA No. 2 8 13 JULI of eigenlijk door een verzuim van mij, een Delftschen schotel door den heer Oltman aan u verkocht. Die schotel heeft voor mij een bijzondere waarde, omdat mijn naam erop voorkomt. Zoudt u mij een genoegen kunnen doen door dat voorwerp aan mij terug te verkoopen? Ik ben bijzonder op dien schotel gesteld .,.. De oude dame glimlachte, maar brak zijn pleidooi af. „Mijnheer Noorderwout, het spijt mij u te moeten teleurstellen, maar in dit geval kan ik u dat genoegen niet doen. Zulk een schotel heb ik al lang gezocht. Ik wist dat ze bestond en door een fout van mijn gelastigde ontging het ding mij op de veiling zelf al. Gelukkig kon ik hem bij Oltman terug koopen. Het is geen kwestie van geld, want ik had er ook gaarne het driedubbele voor betaald als het noodig was geweest. Bovendien, ik kocht den schotel niet geheel voor mij zelf. Al ben ik een groot liefhebster van blauw. In het bijzonder van blauw Delftsch ...." „Tante, kunt u mij voordat ik weg ga, even dat geld meegeven ? Ik zou.... Oh pardon ik wist niet, dat u bezoek had." Noch het antieke ameublement, de rijk gevulde porseleinkast, noch de oude juffrouw Belgerloo hadden plotseling eenige interesse meer voor Frans toen hij de lieve elegante verschijning, blijkbaar de nicht van juffrouw Belgerloo, in den deurpost zag staan. — Blauwe mantel, grijs bonten kraag, snoezig grijs hoedje stijf op het blozend gezichtje getrokken. Groote blauwe oogen, die hem heel even en naar hij dacht, heel geïnteresseerd aankeken. Méér kon hij in de nauwelijks volle minuut niet opmerken. Want na nogmaals een excuus gefluisterd te hebben, verdween de jongedame even snel als ze gekomen was. Frans was in de war. Zóó in de war, dat hij, na eenige vage of eigenlijk dwaze opmerkingen over antiek-liefhebberij gestameld te hebben, een soort excuus voor zijn komst aanbood. Afscheid nam onder een blauwe impressie, maar ganschelijk niet eene van blauw porselein. „Mijnheer Noorderwout, geeft u mij nog even uw adres. Mocht mijn vriendin, voor wie ik den schotel eigenlijk kocht er anders over denken, dan kan ik u bericht zenden." Ze belde en Kaatje, geen andere naam was mogelijk voor déze maagd, liet hem uit. Frans ging nog even naar kantoor. Peinsde weinig over den ouden schotel, maar des te meer over de moderne jonge dame. Als dié geen smaak had, dan wist hij het niet meer ’ Met zulk een meisje over mooie dingen te kunnen praten! Samen ze te bewonderen... Samen er een huis mee in te richten! — Met reuzenschreden beende zijn fantasie. Op kantoor had hij geen rust. Stapte gauw naar zijn vriend Oltman, om zijn blauwtje van dien schotel te vertellen. Alles was blauw voor hem. Blauwe mantel, blauwe kraag, blauwe oogen.... ’t Was vier uur toen hij den winkel binnenstapte. Oltman was achter. Met een klant waarschijnlijk. Frans hoorde zijn stem. Op het belgerinkel kwam hij even naar voren. „Hallo Frans! Zeg, dat is toevallig; die dame, die gisteren dien schotel kocht, is juist achter. Je bent er natuurlijk nog niet geweest. Wil ik eens vragen of er een mouw aan te passen is? Of beter nog, kom mee, dan kun je het zelf vragen." „Och nee kerel, dat ouwe mensch wil dat ding niet verkoopen. Ik kom er net vandaan. Een prachthuis, reuzesmaak! Net een museum! Dat soort menschen met een hoop geld en een hoop antiek stapt niet van zijn doel af. Hard als een spijker. Dat zie je zoo aan hun gezicht. Dat soort ouwe dames met leelijke uilebrillen is me altijd antipathiek geweest!" „Ouwe menschen, uilebrillen! Kerel je draaft door. Je bent onwijs, vent! Nou tot straks, ik kan juffrouw Belgerloo niet zoolang laten wachten. Als je er geweest bent, kun je wéten of ze het ding verkoopen wil of niet. Maar om haar daarom leelijk en oud te noemen, is toch wel héél mal...” Op dat oogenblik verscheen uit de achterkamer de dame in kwestie. „Pardon, juffrouw Belgerloo. Pardon, ik stond even mijn vriend Noorderwout te woord. Ik zal u meteen de kwitantie schrijven. Heeft u al keus uit die lepels gemaakt?" Juffrouw Belgerloo! Juffrouw Belgerloo! Frans keek of hij de metamorphose van de betooverde fee in een harer meest liefelijke gedaanten voor zijn oogen zag voltrekken. De sprookjesfee zelf was heelemaal niet verbaasd en keek onzen vriend naar hij wéér dacht, wéér bijzonder geinteresseerd aan. „Och Oltman, stel me even voor, wil je ? Ik zou graag nog even over dien schotel praten.” De voorstellingsprocedure had een vlot verloop. En terwijl Oltman zich naar de achterkamer begaf om een kwitantie te schrijven, droeg Frans de jonge juffrouw Belgerloo het schotel-en-naam verhaal nog eens uitvoerig voor. „Ja mijnheer Noorderwout, tante hecht reusachtig aan die dingen. Ze verzocht mij gisteren dien schotel hier a tout prix te koopen. Ik heb hem zoo juist betaald. U hoorde straks toevallig thuis dat ik tante om het geld vroeg.... Neen verkoopen, doet ze hem vast niet, ’t Is natuurlijk sneu voor u. Dat nu juist uw naam er op voorkomt. Apropos, weet u misschien ook hoe de naam van de bruid was ? Ik heb het ding niet zoo goed bekeken." „Zooiets van Eloof of Keelom." Oltman schreef zeker wel een kwartier over de kwitantie en toen hij met dat paperas terugkwam, was het zoover met de uitwisseling van wederzijdsche kunst- en schoonheidsideeen, dat Frans de vraag dorst wagen of tante Belgerloo hem op nader te bepalen dag en uur niet eens haar verzameling zou willen laten zien. „Misschien, zoudt u er dan ook het een en ander van willen vertellen?" „Ik zal het tante vragen. Ze is er anders héél moeielijk in. Maar om de teleurstelling van dien schotel zal ik een goed woordje voor u doen. Dag mijnheer Noorderwout. Dag mijnheer Oltman." De volgende week kreeg Frans een briefje van juffrouw Belgerloo Senior om haar verzameling te komen zien. Vrijdagavond. En tot groote vreugde van Frans waren de béide dames Belgerloo dien avond aanwezig. Het was al onbescheiden laat, toen Frans vroeg nog even dien huwelijksschotel te mogen zien. Maar wéér liet dat ding hem in den steek. Sietske Bergerloo verklaarde dat het niet in huis was, omdat er een nauwkeurig passende hanger voor gemaakt moest worden. Het speet ook tante Bergerloo, dat Frans den schotel niet zien kon. — Of hij hem dan een volgenden keer nog eens mocht komen zien? Als troost voor de teleurstelling wilden de dames hem dat niet weigeren. Frans kwam de volgende week. Het bord was er nóg niet. Na een paar dagen nog eens, — Frans kreeg een introductie in Sietske’s tennisclub. Mocht haar naar een dancing bij vrienden begeleiden. En hoe meer hij Sietske zag, hoe minder er over kunst en oudheden werd gesproken. Wel over andere dingen. Dingen, die uit voorbije, tegenwoordige en toekomende tijden zijn. Waarbij in het einde, vroeg of laat, de vraag van alle tijden gesteld wordt. Een vraag waarop het antwoord voor Frans een belofte van geluk beteekende. Een paar avonden na de officieele verloving zaten ze met z'n drieën in de groote kamer van huis Prinsenkade 17. Tante Belgerloo stond op en nam uit het groote wortelnoten kabinet den blauwen Delftschen huwelijksschotel. „Kijk eens Frans, dien schotel krijgen jullie cadeau. Voor je aanstaand huwelijk. Die schotel was heel, heel lang geleden in onze familie. Daarom wilde ik hem tot eiken prijs koopen. Lees nu eens goed wat erop staat." „Bij het Houwelyck van Frans Antoine Noorderwout en Joffer Sietske Anna Belgerloo, veertien van Oogstmaand. Anno 1789." Stom van verbazing zag Frans naar den naam van zijn aanstaande vrouw. Daar in dat bord gebrand, in 1789! „Sietske," zei hij na een oogenblik stilte, „toen je tante je dat bord liet koopen, heb jij toen wél op den naam van den bruidegom gelet?” Sietske bloosde. Keek Frans schalksch aan. „Nu eerlijk gezegd, ja. Ik moest toch weten, met wien mijn voorzate in 1789 lief en leed voor het leven ging deelen. Eigenlijk ben jij een nonchalante bruut geweest! Een verwaande egoïst om alleen maar op je eigen naam te letten. Zou je er nooit benieuwd naar zijn geweest of er misschien voor jou niet wéér een Sietske Bergerloo op deze wereld rondhuppelde. ?" Frans voelde zich niet erg op z n gemak bij dit verhoor. „Neen eigenlijk niet. Want al zou ze bestaan hebben, dan had ze nog wel zoo onsympathiek of leelijk kunnen zijn, dat het moderne exemplaar mij niets zou hebben geïnteresseerd. — En ik had toch moeilijk mijn aanstaande vrouw op zicht kunnen nemen ? Zooiets had jij toch ook niet kunnen doen? Wel Siets?” Sietske lachte. „Ik, ik had een groot voordeel. Toen jij bij je eerste bezoek het kaartje van Frans Noorderwout bij tante liet binnen brengen, kon ik, vóór dat je troosteloos werd weggestuurd, toch even gaan verkennen of de moderne Fr^ps Noorderwout een goeden indruk op de moderne Sietske Belgerloo maakte.” „Dus je wist dat je Tante bezoek had, vóór dat je binnenstoof ?" „Ja, natuurlijk wist ik dat! En ik wist ook, dat het Frans Noorderwout was. Zoo zie je jongetje, dat je vroegtijdig gekeurd bent!” Maar terwijl Tante zich beijverde om het huwelijksbord weer veilig in ’t kabinet te bergen, deed Sietske op genoeglijke wijze boete voor haar zooeven gebiechte vrouwelijke nieuwsgierigheid. 19
PDF
Nummer
1929, nr. 28, 13 juli 1929
Blad
22
Tekst
PANORAMA No. 2 8 13 JU L I Het origineele ontbijt. CAlNA cPetrowna Momenteel draait de nieuwe UFA-film „Die wunderbare Lüge der Nina Petrowna”, een Erich Pommer Productie. De film is ongetwijfeld van buitengewone schoonheid en Brigitta Helm, die de hoofdrol vervult, speelt: „ausgezeichnef*. Zijspreekt de leugen, waardoor zij hem, dien zij bemint, van zich afstoot, doch daardoor tevensredt van den ondergang. Warwick Ward en Frans Lederer spelen de beide andere leidende rollen. Brigitta Helm in haar rol van Nina Pefrouma Frans Lederer als de vaandrig. 20
PDF
Nummer
1929, nr. 28, 13 juli 1929
Blad
23
Tekst
PANORAMA - No. 28 - 1 3 J U L I 21
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11396 tot 11400 van 11897