Panorama

Blad 
 van 2380
Records 11291 tot 11295 van 11897
Nummer
1929, nr. 24, 15 juni 1929
Blad
18
Tekst
PANORAMA No. 2 4 15 JUNI KONING FUAD van Egypte bracht een bezoek aan Berlijn. Rijkspresident v. Hindenburg met vele ministers en diplomaten verwelkomden den koninklijken gast aan het station, waarna een rijtoer door Berlijn werd gemaakt. 16
PDF
Nummer
1929, nr. 24, 15 juni 1929
Blad
19
Tekst
PANORAMA N o« 2 4 1 5 J U N 1 DOOR JAC. ZWARTS ^17 VHrOwFIJSsI O verijsel is in menig opzicht een typischvoorbeeldvan die streken van ons land, waar de historie van het verleden duidelijk het karakter op de hedendaagsche samenleving heeft gedrukt.Vooral hetafgelegenTwenthe heeft sterk geprononceerd het eigen karakter gehouden, ondanks de sterke ontwikkeling der industrie. Heel vroeger waren deze streken nog meer afgelegen; het waren dan de Joodsche kooplieden, die van Duitschland en over zee van Amsterdam kwamen en die hier de economische verbinding vormden. Reeds in de vroege middeleeuwen waren zij met hun koopwaar langs de oude heirbanen getrokken om er den geld- en warenhandel te drijven. Later in de 17de en 18de eeuw vestigden zij zich voornamelijk in de kleine plaatsen, waar zij in de economische behoeften voorzagen. Toen het moderne verkeer hen Oude zerken op het Israëlitisch kerkhof te Losser. Voorbeeld van het smalle type grafzerken op het Jodenkerkhof te Diepenheim. overbodig maakte, verlieten zij deze plaatsen weder, achterlatend hun klein begraafveld met hun bijzondere steenen, het typische Overijselsche Jodenkerkhof. Ver buiten het dorp gelegen, verscholen achter een boschje, ligt het gemeenlijk in een wildernis. Op de meeste is sedert een eeuw niet meer begraven, zoodat het terrein, dat nooit mocht worden opgegraven, een ware wildernis lijkt, waarop niet zonder moeite iets te fotografeeren was. Geheel vergeten plekjes zijn het, ver-weg van het gewoel der steden en zelfs van het leven der dorpen. Eenzaam staan er tusschen gras en struiken, soms ook tusschen prachtig oud geboomte, of zooals te Ootmarsum hoog op den berg, de oude verweerdeBentheimsche steenen met de decoratieve Hebreeuwsche teksten, die nog van vrome daden getuigenis willen afleggen. Soms heel lang en smal tegen een boom opgesteld, soms breed en voorover of terzijde gezakt, vormen zij typische monumenten van schoone en ontroerende harmonie. Het waren geen welgestelden, die hier begraven zijn. Zij voelden zich één in hun leven, in hun zwaren bestaansstrijd; van die eenheid spreekt ook nu nog zoon oud klein afgelegen brokje Jodenkerkhof. Telkens viel het op dat die eenheid juist in de moderne kerkhoven gemist wordt. Het streven om op het veld van alle stoffelijke nietigheid elkander nog in monumentale pralerij te overtreffen, stoort de innerlijke harmonie, die op deze oude Jodenkerkhofjes zoo ongezocht verkregen werd, die juist daarom sprekend zijn en zoodoende ook waarlijk den oud Joodschen naam „Huis des Levens” verdienen. In West-Overijsel verdwijnen deze karakteristieke steenen van de Joodsche begraafplaatsen. Daar houden voornamelijk de Zwartsluische Synagoge (gedeeltelijk) en die van Hasselt de herinneringen levendig aan het kleine 18de-eeuwsche Joodsche bedehuis, klein, nietig en onaanzienlijk in het dorpsbeeld, doch groot en machtig in de plaats, die het in het leven dezer Joden heeft ingenomen, waarvan zich een groot deel binnen deze muren heeft voltrokken. Dit is er nog de taal, die spreekt van de Joodsche Oudheden van Overijssel. Interieur van de 18- eeuivsche synagoge te Hasselt. 17
PDF
Nummer
1929, nr. 24, 15 juni 1929
Blad
20
Tekst
PANORAMA No. 2 4 15 JUNI IN HET Een stemmig aandoend mantelpakje voor jonge dames. Hetzwart met witte nopje wordt omlijst door randen van zwart crêpe georgette en het geheel verlevendigd door de platte, geborduurde kraag met bijpassende manchetten. bewitte wollen mousseline met groote bloemfiguren. 'tLijfje is glad gehouden, de rok rond geknipt. BOIS DE BOULOGNE Wit en zwart gebloemde voile, met zwart afgebiesd, vormde het materiaal voor dit zomertoiletje met klokvormige inzetsels in den rok en klokvormige lange mouwen. \ Zoor de Parisienne is op mooie v zomerdagen, het Bois de Boulogne een dorado. Terwijl op een stille plek haar auto wacht, flaneert ze er door de koel overschaduwde lanen en terwijl ze zich koestert in het aangename bewustzijn, dat haar nieuwste zomertoiletje bewonderd wordt, geeft ze haar oogen den kost om op haar beurt anderer toiletten te bewonderen of te becritiseeren. Want op mooie dagen is het Bois een permanente modeshow. We zagen er de hierbij afgebeelde toiletjes, het sierlijke zwart met wit voile japonnetje met de lange klokvormige mouwen, de mouwlooze jurk van wollen mousseline met de groote als in kruissteek gewerkte bloemfiguren en het tegelijk jeugdig en ernstig aandoende mantelpakje. Een der nieuwste créaties van het modehuis Agnes in crêpe georgette. De bolero is sierlijk werkt met pareltjes. Ook dit elegante toilet van amandelgroen crêpe georgette werd door het huis Agnes ontworpen. Een fraai borduursel in groen en zilver geeft iets zeer voornaams aan hef geheel. 18
PDF
Nummer
1929, nr. 24, 15 juni 1929
Blad
21
Tekst
PANORAMA No. 2 4 15 JUNI OPERA-NOVE l_ L. E N IV. B)e ^Barbier van ^Bagdad In folterende minnepijnen lag Nureddin te verkwijnen, want hij begeerde Margiana tot vrouw, terwijl haar pa het niet hebben wou. Juist toen hij aan een nieuwen zucht wou beginnen kwam er een hijgende dienstbode binnen en sprak: „Uw meisje vraagt u op de thee, vanmiddag, want dan is de baas naar de moskee!" Nureddin, plotseling uitgekwijnd, sprong overeind, en hij vroeg om zijn Zondagsche kaftan en kleedde zich op een draf an. „Dienaren," riep hij, „breng den vlugsten barbier van ons dierbare Bagdad onmiddellijk hier!" En zie, nog geen dertien minuten later kwam Abul Hassan Ali Ebn Bekar met kwast en warm water. „Barbier," zei Nureddin, „je moet me eens kappen en mijn onstuimigen baard opknappen." Maar A. H. A. E. B. praatte meer dan hij schoor, hij zei dat ie helderziend was en ratelde almaar door, totdat Nureddin, om den stroom te stuiten toen hij er dol van was. en ook omdat zijn mond wou uiten waar zijn hart zoo vol van was, zelf ging praten en vertellen. De gekke barbier scheen veel belang in liefde te stellen, want hij vischte en vroeg, tot hij alles had vernomen, óók dat Nureddin 's middags stiekum bij zijn meisje zou komen, „Ojoei," riep hij uit, „blijf maar liever stil thuis! Er wacht u slechts kommer in de-kadPz'n-huis! En wil je met alle geweld aan den vrij gaan, neem mij dan mee, dan zal ik je bijstaan." „Je zeurt." — „Heer, ik weet. — „Ik ga toch." — „Ik ga mee." „Ik heb je niet noodig!" — „Toch doe ik *t." — „Nee," riep nijdig Nureddin, en hij floot zijn personeel, en wees naar den barbier, en zei: „pakt z’n keel, daar heeft ie geweldige pijn in, wrijven jullie hem van boven tot onder met azijn in, elk uur ééns, vijf keer achter elkaar." De bedienden hadden tegen zoo'n grap geen bezwaar, ze hielden den barbier vast, één zocht naar azijn, en Nureddin ging naar z'n engelijn. * * ¥ De kadi was naar de moskee, en De gelieven waren alleen met z'n tweeën. Er werden gesuikerde woorden gesproken en kussen gewisseld en oogen geloken, maar opeens werd hun rozengeurstemming gebroken door gezang, dat Nureddin herkende: ’t was de barbier die had weten te vluchten, en nu was ie hier, en meteen kwam er een vervaarlijke gil op hem af, van een slaaf, die stout was geweest, en zijn straf van den pas thuisgekomen kadi had ontvangen. „Owaai," riep de barbier, „daar wordt Nureddin opgehangen! Help! De brandweer!" Hij stormde de kamer binnen waar de geliefden elkaar hadden zitten beminnen. Maar Nureddin zag hij niet, want Margiana, bevend als een riet had haar vrijer weggestopt in den koffer waar haar juweelen in zaten, met behulp van een kamerjoffer. „Oeioei," kreet de barbier, „heb ik ’t niet voorzegd? Ze hebben hem gedood, en zijn lijk... in die kist gelegd!" Hij sprong vooruit, en begon den koffer mee te trekken, om Nureddin ’n eerlijke begrafenis te verstrekken, maar juist kwam de kadi en riep: „Hé daar dief, wat moet jij met den schat van mijn dochtertjelief ?” Toen riep de barbier verstoord: „Zwijg stil! Jij hebt haar schat vermoord!" En hij trok aan de kist als een dolle, en de kadi trok als een wilde, en ze brulden om ’t hardst, en Margiana gilde, en alle bedienden kwamen helpen schreeuwen, en heel Bagdad liep te hoop, en ze vochten als leeuwen. en als ’t zoo lang aan den gang was gebleven was er niet één Bagdadder blijven leven. Maar gelukkig kwam juist de kalif er aan en die zei: „is ’t nou haast met die malligheid gedaan?" Nureddin trad uit de kist, inzoover hij met zijn geradbraakte leden nog te voorschijn kon treden, en ieder vertelde al wat hij wist. Toen sprak de kalif deze wijze woorden: „Kadi, jij bent ’t die de rust verstoorde: had jij Nureddin als schoonzoon aangenomen, dan had ik niet van mijn divan hoeven komen. Leg dus gauw de handen van de jongelui in mekaar en zet het bruiloftsmaal voor me klaar. En jij, A. H. A. E. B., komt aan ’t hof: voor sprookjes heb je vast altijd stof." De barbier werd toegejuicht, en ze zongen: „Kijk ’m lachen! Leve de kalif! Salem aleikum!" Muziek van Peter Cornelius (1824-1874). Eerste opvoering 15 December 1858 te Weimar. 19
PDF
Nummer
1929, nr. 24, 15 juni 1929
Blad
22
Tekst
PANORAMA - No. 24 15 JUNI KAMPONG-KINDEREN voor den fotograaf. sociëteit en in de kampong, hetzelfde. Intusschen is er aan den waterput voor de vrouwen nog wel wat te doen. En, waarom zou ’t al weer anders zijn dan bij ons — daar slaat de tong haar besten slag. Voor het nieuws en voor de geheimen treffen de vrouwen elkaar bij den waterput. Maar niet alleen daarvoor. Menige Rebecca vindt er haar Izaak. Aan den maaltijd — want wee de Sarina, die zich aan den put verkakelt en haar rijst niet tijdig gaar heeft! — vindt de familie het gezamenlijke rustpunt. Alleen de man, die ver van huis is, de alleenstaande, zet zich aan den disch van den waronghouder. En als het een deftig eethuis is onder den waringin, dan schuiven ook de gewichtiger personen aan en de dandy’s, die er tegelijk eens komen snuiven naar avontuur. Zoo is het leven in de kampong als het leven in een dorp. Het gaat rustig en vredig: mét de praatjes en het gekonkel van elk dorp. En alleen nu en dan opgeschrikt en uit het lood gelicht door een diefstal, een brand of een liefdes-drama. En dan is dat óók weer net als bij ons! EEN BRIDGE-PARTIJTJE. door Poepoet Bajoe W at is dat eigenlijk in Indië — het kampongleven ? In zekeren zin is ’t wat wij hier noemen het platteland; maar ook is ’t het volksleven in de steden. Want wat de inlander in zijn desa, zijn eigen dorp, doet en laat, dat wil hij in zijn kampong, de volkswijk van de stad, even goed laten en doen. Maar is hij daar, in zijn desa, de man van het land ten volle, in de kampong heeft hij een westerschen bijsmaak. Hij is daar trouwens vaak niet eens onder zijns gelijken. Want in hoeveel kampongs wonen niet Indo’s en gepasporteerde militairen met hun dikwijls grooten nasleep! De inlander heeft daar dan toch dit gevoel van eigen persoonlijkheid, dat die Europeesche en Europeeschdoende indringers zich naar zijn gewoonten richten. De kampong-Europeaan is er een, die meer van de kampong dan van den Europeaan heeft: die aanschikt aan de inlandsche warong, die mee-rookt en meedobbelt, mee-luiert en als ’t er op aankomt, ook meeknoeit met den inlander. Het weg-zakken is nu eenmaal gemakkelijker dan het oprichten. Maar voor velen, die naar de kampong gaan en er niet thuis hooren, blijft er eigenlijk geen andere kans meer dan weg te zakken met den bruinen broeder. Het is de worsteling om het bord rijst, waardoor de Europeesche samenleving in Indië weinig wordt beroerd. Die kleine inlandsche snaken met hun vrijmoedig aanschijn, die vóór den fotograaf zijn kamer staan, hebben weinig van de inlandsche kinderen, die zich in het binnenland, in de desa, aan den Europeaan vertoonen; als ze tenminste niet schuw wegkruipen en hem van achter een boom of iets anders beloeren. Deze kampong-jeugd is bij den westerling thuis als bij haar makkers. Ze zijn door moeder even opgetuigd met het beste wat in huis was: want al zal moeder het plaatje van den fotograaf nooit onder de oogen krijgen — ze is een moeder als elke andere. En de vaders ? Als ze den tijd hebben — en waarom zouden ze dien eigenlijk niet hebben ? — schuiven ze in een kring op de mat, bij den oudste thuis, of in een verscholen hoek, en maken hun partijtje. In de sociëteiten van de Oost woedt, als in de West, de bridge-rage. Waarom zou Simin met de zijnen ook niet zijn steentje keeren? Al speelt hij dan een ander spel — het resultaat is, in de AAN DEN WATERPUT. ?0
PDF
Blad 
 van 2380
Records 11291 tot 11295 van 11897