|
PAN O R A M A No. 21 2 5 M E I
✓De uielAe
DOOR A. M. GORDON
A" <2r
A°
<*'
IN EEN
HALF UUR
O
m één uur precies, geen seconde vroeger of later, zou de
stratosphere voor de vlucht naar Amerika opstijgen. Wij
waren ongeveer een half uur vroeger op het Tempelhofer
vliegveld, omdat een der beambten van de ..Union for
Aerial Travel' ons eenige inlichtingen zou geven, welke bij de
eerste reis met een stratosphere voor de passagiers noodig zijn.
Het vliegtuig, dat wij uit de verte op het veld zagen staan, geleek
veel op een gewone aeroplane: alleen de schroef was van een
eenigszins anderen vorm.
De beambte van den specialen inlichtingen' en persdienst verklaarde de verschillende onderdeelen van het vliegtuig, de veiligheidsmaatregelen, de instrumenten voor verwarming en ventilatie,
enz. Al deze apparaten vertoonen veel gelijkenis met die in een
onderzeeër. Gedurende de vlucht wordt de deur van de cabine
gesloten met lederen kabels en stevige moeren. De ruiten, gemaakt
van een vreemd soort grijs glas, laten slechts weinig licht door,
zoodat het electrische licht ook overdag moet branden. In de
cabine zijn banken, eigenlijk divans, geplaatst, rechthoekig op de
richting van de vlucht; deze divans, waarvan het deksel kan worden
opgelicht, doen tevens dienst als bagage-bergplaats. Onder toezicht
van den mecanicien werden koffers en tasschen stevig vastgesjord,
om te voorkomen dat de bagage gaat werken en ongelukken veroorzaakt, wanneer de snelheid sterk vermeerderd of verminderd
wordt. Over de divans kan een net worden gespannen. De toegang
tot de racketten-kamer is natuurlijk voor de passagiers streng verboden. Tot de „brug” van den „kapitein” heeft men echter vrij
toegang. Het voornaamste instrument in de cockpit is de snelheidsregulateur en de daarmede correspondeerende rem-inrichting.
Op advies van den piloot gingen wij, toen de wijzer van de
klok één uur naderde, op de divans liggen en trokken de netten
over ons heen, die met stevige koordjes aan koperen haken vastgemaakt konden worden.
Dertig seconden vóór eenen klonk een bel, twintig seconden
later weer. Met kloppend hart telde ik de seconden. Twee, drie....
acht, negen... Toen hoorde ik de derde bel; ik voelde een licht
stampen als op een zeeschip, hoorde het razen van de propeller,
en een oogenblik later kwam een stem uit den luidspreker: ,,Wij
zijn opgestegen.” Wij konden nu ook vóélen, dat wij den vasten
grond hadden verlaten.
Wij hadden ongeveer drie minuten gevlogen, toen de stratosphere
geweldig begon te trillen; een ontzettend geraas en lawaai klonk
uit de racketten-kamer en ik werd met een ruk achteruit geworpen.
Wanneer het sterke, eenigszins veerkrachtige net mij niet had tegengehouden, zou ik met een smak op den grond zijn terecht gekomen.
Ik kwam tot de conclusie dat wij reeds zeer hoog gestegen moesten
zijn, want de atmosfeer werd ijler; ik kon slechts met stooten
adem halen, het bloed klopte aan mijn slapen en veroorzaakte
hoofdpijn. Ik kreeg de eigenaardige sensatie, of de haren los in
mijn hoofd zaten. Het gevoel van onpasselijkheid verdween echter
spoedig, doordat wij iets lager vlogen of doordat ik aan den lageren
luchtdruk gewende. Doch bij tusschenpoozen kwam de hoofdpijn
weer op. Ik was zoo onvoorzichtig het net van mijn divanbank
los te maken en op te staan, om de cabine nader te bekijken —
even later werd ik tegen den wand geworpen. Door de geweldige
snelheid bleef ik tegen den wand van de cabine gedrukt, alsof de
kracht van een sterken luchtstroom op mij werd uitgeoefend. Mijn
ooren suisden en mijn ademhaling werd weer moeilijk, terwijl ik
dacht, dat mijn kleeren plotseling te nauw waren geworden.
Een nieuwe verrassing wachtte mij, toen het mij na eenige
vergeefsche pogingen gelukte mijn arm op te heffen; ik nam mijn
horloge uit mijn zak, doch door de vermindering van het soortelijk gewicht, vloog het door de cabine, alsof ik het met groote
kracht had weggeslingerd; het spatte uit elkaar, en de radertjes en
wijzers vlogen door de cabine. Plotseling werd de druk op mijn
borst weer minder; ik stond op en suisde als een tennisbal naar
de andere zijde van de cabine. Ik stootte met mijn hoofd tegen de
zoldering en verloor half het bewustzijn; toen ik mijn gedachten
weer gebruiken kon, zat ik weer op mijn divan, dien ik krampachtig
vasthield. Wijzer geworden door de ondervinding, trachtte ik zoo
voorzichtig mogelijk op te staan, doch blijkbaar had ik mijn spieren
2
|