Panorama

Blad 
 van 2380
Records 981 tot 985 van 11897
Nummer
1914, nr.10, 28 aug. 1914
Blad
02
Tekst
VAN HET OORLOGSTERREIN IN BELGIE DUIZENDEN BEWONERS UIT DE OMSTREKEN VAN THIENEN NEMEN DE VLUCHT. Overal waar Duitschers in aantocht zijn verlaten duizenden Belgen hun woningen en nemen de vlucht. Duizenden ziet men langs de wegen loopen die al hun have en goed in den steek hebben gelaten. Mannen, vrouwen en kinderen vormen een groote rij, zooals men op bovenstaande foto kan zien. Geestelijken en Roode Kruis-soldaten begeleiden de arme stumperds. (foto Newsp. Hl) VLUCHTELINGEN TE ANTWERPEN. Uit alle plaatsen in de omstreken van Antwerpen hebben de inwoners de vlucht genomen en zijn binnen de vesting getrokken. Op onze foto ziet men een groep van deze gevluchten, die nog geen onderdak hebben kunnen vinden. OP WEG NAAR BRUSSEL.. Alle voertuigen zijn in gebruik genomen om de gewonden naar de hospitalen te vervoeren. Op onze foto ziet men zulk een stoet Roode Kruis-voertuigen. DE BEDREIGDE VESTE ANTWERPEN. Z ij, die bij een bezoek aan België getrouw zijn geweest aan de goede gewoonte om een Baedeker bij zich te steken, zullen zeker met niet veel belangstelling hebben kennis genomen van de beschrijving welke deze reisgids geeft van Antwerpen als vesting. En toch blijkt uit deze regelen, dat de samensteller ervan zeer juist gezien heeft, terwijl de huidige toestand een bevestiging is van hetgeen hij zegt. ,,Antwerpen, zoo zegt Baedeker, is de voornaamste vesting van het Koninkrijk België, en sinds ze in 1859 door Generaal Brialmont en anderen is gebouwd, een van de sterkste forten van Europa. De stad en de rivier worden verdedigd door een cirkel van vooruitgeschoven forten; de binnenwallen zijn nu (1910) verwijderd. Een gedeelte van de omgeving kan onder water worden gezet. Antwerpen is bedoeld als de verzamelplaats van het leger, wanneer het zou worden verslagen, ingeval de neutraliteit zou worden geschonden en het leger moest terugtrekken voor een overmacht.” Deze beschrijving van de vesting Antwerpen is een bewijs voor de groote juistheid en nauwgezetheid waarmede de Baedeker is samengesteld, doch ook is zij, tenminste in deze dagen, de belangrijkste. Want op ’t oogenblik is aller aandacht geconcentreerd op de vraag: Zal de Duitsche generale staf den oorlog met België doorzetten tot het tragische einde: de belegering van Antwerpen? En daarnaast rijst de vraag: Kan een belegering van Antwerpen niet onze onzijdigheid in gevaar brengen? Niemand is er echter, die daar een antwoord op kan geven. Zeker is echter, dat een belegering van Antwerpen de Duitschers dichter op onze grens zal brengen dan wenschelijk is, terwijl ook de approviandeering langs de Westerschelde aanleiding kan geven tot moeilijkheden. Ook hier zullen wij de les, die wij uit dezen oorlog hebben kunnen leeren, en die wij reeds elders in ons nummer mededeelden, moeten in toepassing brengen, n.1.: Wacht en Zie. DE GEVOLGEN VAN DEN OORLOG. De Belgische boeren, die bezig zijn hun oogst binnen te halen, worden door soldaten gedwongen hun werk te staken, daar zij in het veld moeten stelling nemen tegen de naderende Duitschers. IN AFWACHTING VAN DEN VIJAND. Belgische lanciers, die zulke goede diensten bewezen in het gevecht bij Haelen, hebben een schuilplaats gemaakt van korenschoven en lansen. Aan hun gezichten zou men waarlijk niet zeggen, dat zij ieder oogenblik den dood tegemoet kunnen gaan. Naast Antwerpen als vestingstad staat Antwerpen als koopstad, in welk opzicht zij zeker niet minder belangrijk is. Wij vinden Antwerpen het eerst vermeld in een oirkonde der 8ste eeuw. In de 10e en 11e eeuw was zij reeds een haven- en handelsplaats, en bij den aan vang der 12e eeuw waren de Antwerpsche lakens in Frankrijk en Duitschland zeer gezocht. In den tijd der Kruistochten was zij na Brugge en Gent de rijkste stad in Vlaanderen. Zij bereikte het toppunt harer handelsgrootheid in het midden der 16e eeuw. In de dagen van Karei V was deze stad de prachtigste der geheele Christelijke wereld, terwijl de bevolking er bijna ‘dubbel zoo groot was als heden ten dage. Het spreekwoord zeide: „De wereld is een ring, en daaraan is Antwerpen de diamant.” Al die grootheid verdween, toen de Nederlanders tegen het laatst der 16e eeuw hun gehoorzaamheid opzegden aan het onverdraagzaam despotismus van Filips II. In 1584 en 1585 was de belegering van de stad door den Spaanschen bevelhebber Alexönder van Parma, een ware ramp. De gevolgen van deze belegering waren voor den handel een groote knak. Later deelde de stad het lot der Spaansche bezittingen in de Nederlanden. Door den vrede van Utrecht viel zij aan Oostenrijk ten deel, waarna zij later door de Franschen werd veroverd. Napoleon I wilde haar verheffen tot haar voormaligen bloei: tot de voornaamste koopstad en wapenplaats van het Keizerrijk. Door het Weener congres werd bepaald dat Antwerpen zou behooren aan Nederland; van dien tijd nam haar handel een nieuwe vlucht. Later heeft België echter eigen bestuur gekregen, en is er tusschen Nederland en België in 1839 een contract gesloten waarbij de Schelde geopend bleef tegen betaling van een tol, die later is afgekocht, zoodat Antwerpen thans in dit opzicht geen belemmering heeft om haar handel uit te breiden. Thans is ze dan ook de belangrijkste zeehaven 'van België en telt ze bijna 400.000 inwoners. Na Amsterdam is ze de zetel der diamantindustrie terwijl ze als een der voornaamste handelsplaatsen van Europa bekend staat.
PDF
Nummer
1914, nr.10, 28 aug. 1914
Blad
03
Tekst
NEDERLAND S HULP IN DIENST DER MENSCHHEID HET ROODE KRUIS TE MAASTRICHT (Van onzen specialen oorlogscorrespondent.) EEN MAN, DIE THANS OP DEN VOORGROND TREEDT. Dr. D. Brocx, verantwoordelijk leider en chef der Roode-Kruis Hospitalen van Maastricht en omstreken. Het Roode-Kruis Hospitaal te Maastricht is het voormalig Augustijnerklooster. Groep verpleegsters en verplegers, dames en heeren uit Maastricht en omgeving, die in deze moeielijke tijden hun liefderijke hulp verleenden. IN DE ZALEN. Broeder Faustinus, van de Stichting Joannes de Deo te Amsterdam, behandelt een gewonden Duitscher. IN DE ZAAL DER ZWAARGEWONDEN. — In deze zaal, waar ieder streng wordt geweerd, bevonden zich de zwaargewonden, w. o. een met drie kogels in het hoofd. De zwaargekwetste links, verzocht de Zuster.... z’n haar te willen kammen voor de foto. ’s Menschen ijdelheid eindigt eerst met den dood. DE OPERATIEZAAL.. DE GEKWETSTE BELGEN: BURGERS EN MILITAIREN. Foto links: Dr. D. H. van der Goot, chirurg uit den Haag, opereert een gekwetste. De man (Duitscher) die rechts wordt verbonden, heeft een afgrijselijke schotwonde in de kaak; de linkerwang is bijkans verdwenen en men ziet hem in de keel. De gewonde geneest bijzonder voorspoedig. Links van Dr. van der Goot, Mevr. Coenegracht-Volkers, hoofdverpleegster operatiezaal; daarnaast de Heer J. Vos, med. student (utrecht), een der assistenten ; andere zijde de Heer J. Hollerman, assistent. Geheel rechts verbindt de heer Joseph Stijns, ass.-apotheker den zwaargewonde. — Foto rechts: De 8- en 12-jarige mannekens rechts, zijn ook gekwetsten. De achterste kreeg een geweerkogel door de'kuit. Geheel rechts een Belgische pleegzuster: Comtesse de Wavrin,
PDF
Nummer
1914, nr.10, 28 aug. 1914
Blad
04
Tekst
DE DUITSCHE KOLONIE KIAUTCHAU. — Aangezien Di inzake het aan China teruggeven van de kolonie Kiautchau, kolonie zeker wel voor PANORAMA-Oorlogsi GENERAAL VON EMMICH, de Chef van den Duitschen generalen staf. De geruchten, dat deze aanvoerder gewond of gedood zou zijn, zijn tegengesproken. DE BELGISCHE BURGERWACHT. Groot is in België de vrees voor spionnen, en elk voertuig wordt door de burgerwacht aan- {' gehouden, teneinde de passen van de inzittenden te controleeren. (foto Newspaper lil.) BERICHTEN NAAR HUIS. Elke gelegenheid wordt door de manschappen te velde aanaegrepen om de achtergebleven betrekkingen Ringen eenig eenig teeken teeken van van leven leven tete doen doen toekomen. toekomen. TeTe oordeeïen oordeeïen naar naar dede gezichten gezichten van van dede omstaande omstaande collega’s, schijnt deze Belgische officier nogal prettig nieuws in zijn brief, (die misschien zijn laatste is) te geven. (foto Newspaper HL) CHINA DE VERWOESTING IN BELGIË. Reeds meermalen gaven wij in ons blad foto’s van de verwoestingen die in België ziin aangericht en telkens weer bereiken ons nieuwe beelden van de verschrikkingen van den oorlog. Ook in Haelen zijn er, zooals boven- * : fot DE OORLOG IN 1870 Fooals wij in ons vorig overzicht zagen, was het Fransche leger niet opgewassen tegen het Duitsche wat de getalsterkte betrof. Dit was zeer goed aan Napoleon bekend, maar hij wilde het evenwicht herstellen door de Noordelijke van de Zuidelijke Duitsche troepen te scheiden en door deze schitterende manoeuvre .zich van het bondgenootschap verzekeren van Italië en Oostenrijk. Dit plan is echter niet kunnen verwezenlijkt worden, want onmiddellijk na de oorlogsverklaring bleek dat de mobilisatie van het Duitsche leger op schitterende wijze werd voltooid en dat bij het Fransche leger terstond verwarring heerschte. Moltke en zijn generale staf leidden de troepenbewegingen op meesterlijke wijze; Roon zorgde voor de proviandeering en voor den toevoer van materiaal; Koning Willem nam zelf het opperbevel over zijn troepen op zich en doorstond ondanks zijn hoogen leeftijd de vermoeienissen van den ganschen veldtocht. Bii het Fransche leger liet de bekwaamheid van den generalen staf juist het meest te wenschen over en door de legeradministratie werden de ongelooflijkste vergissingen begaan. Napoleon, die in naam het opperbevel voerde, gaf in werkelijkheid niet de minste leiding; zonder eenig zelfvertrouwen trok hij ten strijde. Ook Oostenrijk en Italië gaven er de voorkeur aan de rol van toeschouwer te spelen en zoo kwam het, dat Napoleon den strijd moest aanbinden met eigen krachten. Den len Augustus begonnen de vijandelijkheden; den daarop volgenden dag bezette de Fransche generaal Froissard Saarbrücken. Maar daarmede hield het voortrukken van de Fransche troepen ook terstond op. Den 4en Augustus versloeg de kroonprins van Pruisen de voorhoede van Mac Mahon’s leger onder Abel Douay bij Weissenburg en verdreef daarop den óen Augustus Mac Mahon zelf uit zijn stelling bij Wörth, zoodat deze naar de staande foto ons doet zien, groote verwoestingen aangericht. Vogezen moest terugtrekken. (Wordt vervolgd). KIAI de Duitsche koloir appel tusschen J< VOLENDAM KOMT DE LANDING VAN HET ENGELSCHE LEGER. Officieel is er nu door de Engetsche regeering bekend gemaakt dat het Engelsche leger veilig te Boulogne in Frankrijk is geland. Wij ontvingen deze foto-van onzen correspondent in Engeland met de bemerking, dat het door het Engelsche Ministerie van oorlog verboden was, verdere bijzonderheden er bij te geven. (foto Newspaper Hl). DE FRANSCHE L Nadat het Belgische leger zich voor een groot gedeelte naar Antwerp aan de Fransche lanciers, die men dan ook in i vMi_c.mu«rn rvumi Tusschen al de buitenlandsche foto’s, die alle getuigen van den gro goed ook weer eens een typisch Hollandsch kiekje te zien. Een van' allerlaatste dagen, toch zeker eigen
PDF
Nummer
1914, nr.10, 28 aug. 1914
Blad
05
Tekst
logsnieuws. Verschijnt 2 maal per week. Ungezien Duitschland geen antwoord heeft gegeven op het ultimatum van Japan e Kiautchau, heeft Japan aan Duitschland den oorlog verklaard, zoodat deze :er wel voor Duitschland zal verloren gaan. ADOLPHE MAX, de burgemeester van Brussel, aan wiens beleid het te danken is, dat de Duitschers tot op ’t oogenblik zoo kalm in Brussel zijn opgetreden. kM KOMT ONDER DE WAPENEN. GEWOND, DOCH NIET WEERLOOS. Dat de Belgen den moed niet gauw laten zakken, toont ons bovenstaande foto van een Belgischen artillerist, die, ofschoon gewond, toch weer mee ten strijde trekt. Om hem niet te veel hinder van het schokken van den wagen te doen hebben, heeft men hem op een stroozak geplaatst. KIAUTCHAU, tsche kolotf i i China, die nu de twist- ;1 tusschen Japan en Duitschland is. DE FRANSCHEN IN BELGIË HARTELIJK BEGROET. Een eskadron Fransche cavalerie is in een dorpje in het Zuiden van België aangekomen en houdt een korte rust Natuurlijk worden de bondgenooten allerhartelijkst ontvangen en het is aan de gezichten der vrouwen op onze foto te zien, dat zij blij zijn dat de Fransche broeders eindelijk zijn gekomen. (foto Newspaper lil.) DE RUSSISCHE MARINE. Ook in Rusland trekt oud en jong zoowel te land als ter zee mee ten strijde. Bovenstaande foto geeft ons een onderofficier bij de Russische marine, die zijn zoontje als scheepsjongen heeft meegenomen. (foto Boedecker). Oorlogsvaria EEN OORLOGSLES. zijn specialiteiten......... die er U misschien iets van weten. Wij bedoelen andere lessen, meer van algemeen menschelijken aard. En de eerste is niet buitengewoon opwekkend, zooals trouwens te verwachten is in deze dagen. Vertrouw geen menschenwoord, indien gij de macht niet hebt menschenwil te dwingen. En dan volgen: Goed voorbereid, is half gewonnen. — Energie zonder systeem is als een paard zonder bestuurder. — Een vaste wil is ae beste wegbereider. — Wacht en zie. WAT DE MAATSCHAPPIJ NOODIG HEEFT? WERK. Naast den arbeid van den oorlog, het werk van den vrede. Wie aan werk helpt, helpt aan brood en doet meer weldaad, dan wie enkel aalmoezen schenkt. DIPLOMATIE IN IERLAND. De Ieren zijn verstandige menschen. Een Engelsch vriend schrijft ons, dat in Dublin Dumas-stuk Diplomacy eiken avond gespeeld wordt en een succes blijft. Gelukkig dat de diplomatie nog ergens succes heeft. Dat geeft hoop. EEN GOUDEN BRUG. De Duitsche bladen schrijven dat het Duitschlands bedoeling is, om, wanneer het over Frankrijk zegeviert, een vrede voor te stellen, welke een gouden brug tusschen beide landen mogelijk maakt. Spotters beweren, dat de 203 millioen, van Brussel gevraagd, voor het maken van een der peilers dienen moet. ONNOODI GE ANGST. Ons meisje kwam gisterenavond vol angst binnenloopen. Zij had in de krant gelezen dat de Koningin op de vlucht ging naar Indië. „Gekke meid”, zeg ik tegen haar, „hoe komt ge daaraan?” „Ziet U maar” was haar antwoord „hier staat het. Koningin Wilhelmina vertrekt vermoedelijk spoedig naar Indië.” ’t Stond er. Maar voor Koningin Wilhelmina stond ook S.S. Wat in de taal der kranten Stoomschip beteekent. kNSCHE LKNCIERS IN BELGIË. Ite naar Antwerpn heeft teruggetrokken, is het maken van verkenningstochten opgedragen nen dan ook in loepjes door de Belgische'dorpen ziet trekken. (foto Newspaper Hl.) HET ENGELSCHE LEGER IN FRANKRIJK. Na de landing te Boulogne is het Engelsche expeditie-leger direct het land ingetrokken. Waarheen? Het komt ons voor dat deze onzekerheid niet lang meer zal duren en dat het spoedig bekend zal zijn, waar het Engelsche leger toch wel gebleven is. (foto Newspaper Hl.) igen van den grooten wereldstrijd, die op het oogenblik gestreden wordt, doet het toch we ï zien. Een van onze correspondenten zond ons deze foto, die, al is zij nu juist niet uit d< toch zeker eigenaardig genoeg is om te worden geplaatst.
PDF
Nummer
1914, nr.10, 28 aug. 1914
Blad
06
Tekst
EEN BRIEF VAN =JOOPIE— OORLOGSCORRESPONDENT Niet *at het pad van een oorlogscorrespondent niet altijd over rozen ging en zelf$ niet langs rozen, dat wist ik reeds vóór ik het baantje op mij nam. iedereen is er voor geschikt. Ik heb een collega ontmoet, die mij een raadsel toeschijnt. Hij is een Hollander, maar hij is Duitscher geweest. Vroeger heeft hij veel paard gereden, zelfs een militaire jachtrit gewonnen en daarom kan hij heel slecht fietsen. Het gevolg is, dat hij in een auto gaat zitten en er niet uitkomt, te nauwernood om allerlei dingen te telegrafeeren die hij niet gezien heeft. „Kijk eens Joopie,” zei-ie tegen me, „niemand kan nagaan of wat ik sein de waarheid is en bij gebrek aan nieuws is een mooie leugen net zooveel waard als een goed bericht.” Nou dacht ik, in mijn eenvoud, dat dit een journalistenmoraal was, die in Nederland al lang tot de overwonnen standpunten behoorde. Mijn vrouw ook — ik bedoel dat zij het daarover geheel met mij eens is. „ƒƒƒ seint en je schrijft niets,” heeft zij gezegd, „of ik' moet het gezien of gehoord hebben.” Dat is duidelijk! Ik heb mij er trouwens naar gedragen. En dat kon te eerder, omdat mijn echtgenoote uitstekende informaties kreeg van de Duitsche officieren die wij spraken. Zij weet nu precies waar je in Keulen de echte eau de cologne moet koopen en dat je bij Tietz betere zijden blouses kunt krijgen dan bij Wertheim, maar dat in het restaurant van den laatste de geslagen room bij de Apfelkuchen veel beter is dan bij den eerste. Dat laatste verzekerde een kapitein, Herr Hauptmann zeiden ze tegen ’m, aan wien mijn vrouw had gevraagd of ’t waar was dat alle officieren corsetten dragen (zij is van de reform). De reus van ’n kerel lachte eens goedig. Het is onbegrijpelijk dat ’n man, die slagroom eet, pleizier heeft om op ’n slagveld te wezen, maar je kon zien dat hij er liefhebberij in had. Voor een Hollandsche cigaret (’t was een Engelsche, maar dat zei ik ’m niet!) die-ik hem aanbood, was hij zeer erkentelijk, maar ik kon hem zelfs voor een doosje vol niet bewegen om me eens de brug over de Maas bij Visé heel van dichtbij te laten zien. Hij dacht misschien dat ik ’t wou afkijken en dat werkte een beetje op mijn nationaliteitsgevoel. „Hoor eens, capitano,” zei ik, „wij Hollanders hebben ongeveer aan de heele wereld geleerd hoe je ’n brug over een breed water moet bouwen. U moet ons niet komen vertellen wat ’n biug en wat water is 1” Dat stemde hem ’n toontje lager. „Ik erken,” gaf hij toe, „dat de Hollanders knappe mannen zijn. En knappe vrouwen óók,” voegde hij er bij, met een saluut voor mijn wederhelft, die het compliment incasseerde met de kalmte waarmede de kassier van den Haagschen betaalmeester bankjes van duizend hanteert. Maar, toen vond ik toch, dat het tijd werd om weer naar Maastricht terug te gaan. Lord Kitchener heeft wel aan zijn soldaten voorgeschreven om hoffelijk te wezen jegens dames doch alle intimiteit te vermijden, maar een dergelijke legerorder heb ik van veldmaarschalk Von Moltke nog niet gelezen. En je kunt in den oorlog niet voorzichtig genoeg zijn. Stel je voor, dat ik eens jaloersch werd en daardoor Nederland’s neutraliteit in gevaar bracht 1 .... wij evenzeer in vuur als onze sigaren. Hij stelde zich niet voor, ik deed het ook niet. Hij vertelde niet waar hij vandaan kwam en wat zijn ambacht was, dus ik hield me ook van den domme. Maar hij offreerde «en glas bier. Ik accepteerde en weldra zaten we ieder achter een potteke. Toen nam ik mijn overbuurman eens goed op. Wat voor landsman was hij ? Hij had, bemerkend dat mijn Limburgsch geen eerste qualifeit was, eveneens het dialect laten varen en sprak nu beschaafd Hollandsch, maar een beetje te mooi, met den vollen nadruk op de n’s, die wij in den Haag altijd maar inslikken. Ook gebruikte hij veel vreemde, bepaaldelijk latijnsche uitdrukkingen. Ik dacht bij mezelf: gymnasium-opvoeding, misschien hoogeschool, te goed Hollandsch voor een Nederlander, te deftig .... En plotseling kwam ik tot de ontdekking dat hij een pruik droeg! ! (Hier moeten twee uitroepingsteekens komen, om goed mijn gevoel van schrik weer te geven). Het leed geen twijfel voor mij of ik zat tegenover een spion. Maar ik liet niets merken en ik zei tot mezelf: Joopie, toon pu eens, dat je je Conan Doyle niet voor niemendal hebt gelezen, en dat in iederen reporter een Sherlock Holmes-ziel huist. Dus: zeer groote algemeene ontwikkeling, een pruik. Twee punten van uitgang. Aan de sigaar die hij rookte was duidelijk het Bremer model zichtbaar. Derde aanwijzing. Hij begon over ons leger te praten. Of het waar was, dat er 150.000 man in Limburg waren ? Ik antwoordde : meer dan het dubbele 1 En met het getal steeg mijn argwaan. Of ik, uit Holland komende (hoe wist hij dat ?) ook vernomen had of de Koningin in Amsterdam was? De oorlog op de aarde heeft de belangstelling voor de gebeur- Hoe of het met den treinenloop van Maastricht naar het tenissen aan het uitspansel, de Zonsverduistering, blijkbaar Westen stond ? niet weggenomen. ’ Enfin, allerlei vragen waarop ik ontwijkend antwoordde, Den volgenden dag wilde ik naar Haelen, omdat volgens Deze interessante opname van de Zonsverduistering op 21 Augustus geeft het verschijnsel zeer fraai weer. uitwierp, zijn wij vol het mooie Stadhuis af. Het is een knap HET STADHUIS VAN ANTWERPEN. Na de berichten die wij lazen van een Zeppelin, welke boven Antwerpen bommen angst over de fraaie gebouwen, welke deze oude Scheldestad bevat. Een daarvan aan de Groenmarkt, omringd van de oude welbekende geveltjes, beelden wij hier staal van renaissance-stijl. geruchten daar wat te zien en te beschrijven zou wezen. Maar mijn vrouw was er tegen. Zij had haar eigen inlichtingen. „Het is daar Haelen en brengen,” zei ze, „’t eene oogenblik zijn de Belgen er de baas, ’t andere de Duitschers en ik heb geen pleizier om tusschen twee vuren te komen. Je hadt kans, dat je me als een zeef terugvond. Nou, dat was verstandig geredeneerd. En dat zei ik haar ook. Waarop ze opmerkte : „Het is geluxkig, dat één van ons beiden verstand heeft.” Nu, men heeft hier zijn verstand wel noodig, met al die ellende die over de grens komt. Je hebt er geen idee van waar de menschen vandaan komen. Voorzichtigheid is de boodschap, want ze halen je zóó uit je neutraliteit. Ik ben dan ook druk bezig om Limburgsch te leeren. Dat is de neutrale taal bij uitnemendheid, want zoowel een Duitscher als een Belg verstaat die. De grammaire is niet moeilijk, want ze trekken zich er niemendal van aan of het „dir” of „dich” is. Mijn leermeester is zeer tevreden over mij. Hij beweert dat mijn kennis van het Limburgsch voldoende zal wezen, wanneer ik op één avond ten minste vier glazen alt beer kan drinken zonder het nog langer zuur te vinden. Ik heb het nu tot één glas gebracht. Dat is de lagere akte; vier is middelbaar. De meeste Maastrichtenaren hebben doctoraten, in het bierdrinken bedoel ik. Het is ongelooflijk dat die menschen dergelijke hoeveelheden zuur bier wegwerken, zonder zelf zuur te worden. Maar het tegendeel is waar; er is geen enkele zure kerel bij, allemaal goedhartig en hulpvaardig en altijd klaar om een schöpke „alt” te offreeren. Die gulheid heeft me nog in ongelegenheid gebracht ook. Mijn vrouw was in het hotel gebleven, ’s avonds, en ik was nog een straatje omgegaan. „Denk er om Joopie, had ze nog gezegd —• ze noemt me altijd bij m’n „van” — dat je goed ziét met wie of je omgaat en dat je je mond niet voorbijpraat.” Nou, van die soort van raadgevingen ben ik voorzien; ik gaf maar geen antwoord. De groote kunst in de conversatie is toch om te luisteren. Op de Parade maakte ik een praatje met een paar fabrieksmeisjes, keek eens naar de soldaten van de wacht en stak juist een versche sigaar op, toen ik we^d aangesproken door een net gekleed heer van middelbaren leeftijd, die me in tamelijk goed Limburgsch óók een beetje vuur vroeg. Van het eene woord kwam het andere en weldra waren terwijl mijn zenuwen méér gespannen werden. Hij nam afscheid, betaalde, stond op. Ik volgde hem onbemerkt. Onderweg nam hij iets uit een zakje, at het op en wierp het zakje weg. Ik raapte het papier op. Er stond: „Stollwerk, Cöln” op en er was chocolade in geweest, waarvan ik mij overtuigde door er aan te ruiken (aan het zakje bedoel ik). Hij bleek boven een herberg te wonen. Ik noteerde straat en nummer, ging naar huis en zei niets aan mijn vrouw. Maar ik was besloten om, zooals de politieagent in La fille de Madame Angot zegt: d’avoir 1’oeil—et le bon 1 Ik sliep weinig en reeds om 6 uur den volgenden ochtend, het was de 21e, stond ik in de buurt der woning van mijn onbekende verdekt opgesteld. Een jongetje met een handwagen kwam voor de deur, mijn spion verscheen en spoedig werd het handwagentje beladen met allerlei vreemdsoortige instrumenten en sloegen man, jongen en wagen den weg naar buiten in. Ik volgde onbemerkt. Meer dan een uur liepen wij. Toen was hij met jongen en wagen aangekomen op een heuveltje, een open plek. Ik kroop in het lage hout aan den weg en bespiedde hem. Hij zette verschillende instrumenten in elkaar die veel van fotografietoestellen hadden, maar even goed konden dienen om bommen te slingeren. Dat passen en meten van zijn toestellen, die dan hier, dan daar werden gesteld, duurde wel ongeveer drie uur. En van tijd tot tijd keek hij met een lang instrument naar de lucht, alsof hij een vliegtuig of iets dergelijks verwachtte. Ook beproefde hij een kleinen, door accumulatoren gevoeden, electromotor, waarvan ik het snorren kon hooren. Even over elf uur haalde hij een chronometer uit zijn zak en gaf die aan den jongen, die er nauwlettend naar keek. Toen verbond hij den motor met een der toestellen en keek weer naar de lucht. Heel in de verte meende ik een stip te zien, als van een vliegtuig dat nader kwam. Mijn argwaan was tot Eiffeltorenhoogte gestegen, maar ik zelf bleef op den grond liggen. Plotseling — het was even voor half twaalf — hoorde ik den jongen zeggen : Tijd ! De motor werd in gang gezet, snorde onheilspellend .... ik verwachtte een ongeluk. Dus raapte ik al mijn vaderlandsliefde bij elkaar, sloop als een panther door het kreupelhout, vloog het heuveltje op en sloeg vastberaden mijn armen om hem heen, op het » oogenblik dat hij een kijker-achtig instrument, dat er als een klein kanon uitzag, wilde richten. Middelerwijl siste ik hem in het oor : „Je bent gesnapt, leelijke spion 1” Zijn gezicht zal ik niet licht vergeten. Het werd eerst wit, toen rood, toen roodblauw (de kleuren van onze vlag) en toen, terwijl hij nauwelijks kon ademhalen, want ik had hem stevig vast, lachte hij : „Man, ik lach me nog een beroerte I Laat me toch los. Ik neem foto’s van de zonsverduistering . . . .” * * * Dat ik dan ook niet aan die belabberde zonsverduistering had gedacht 1 Zijn antwoord liet mij in de grootste verbazing. Hopende, dat het bij U van hetzelfde is, Hoogachtend A. S. JOOPIE, (Oorlogscorrespondent).
PDF
Blad 
 van 2380
Records 981 tot 985 van 11897